Ik geef toe, dat polderniveau doet het kippenvelgehalte al meteen ernstig afnemen, maar desalniettemin, ik ben zelf wel even geschrokken zaterdag.
Omdat het als apostel van MijnKoeJouwKoe en De Vrije Koe goed is om met beide voeten stevig in de zware klei te staan, bevind ik me regelmatig in een slagerij. Zo was ik daar zaterdag omdat er gehakt gedraaid moest worden. Tevens had slager Bert Vlot hamburgers voor ons gemaakt. Echte, zonder rare toevoegingen. Die hamburgers moesten nog wel even worden verpakt en diepgevroren.
Nadat ik klaar was met het draaien en verpakken trof ik Bert aan in de vriescel. Hij was onze spullen op rekken aan het uitspreiden opdat ze optimaal zouden bevriezen. Ik bood aan dat van hem over te nemen en niet veel later zat ik bij minus 30ºC op mijn knieën bij een rek om het vlees netjes over de rekken te verdelen. Hoewel het geen werkje is dat veel denkkracht vereist, ging ik er toch helemaal in op.
Koelbloedig
Toen ik klaar was draaide ik me om en constateerde ik dat de deur van de vriescel dicht was. Potdicht. Ik duwde tegen de deur en - zoals verwacht - hij gaf geen krimp. Zoals een modern mens betaamt checkte ik meteen mijn mobiel. Zoals verwacht - wederom kreeg ik gelijk - bleek deze geen bereik te hebben. Koelbloedig - dat kostte weinig moeite bij -30ºC - ritste ik meteen alle ritsen dicht en zette ik mijn capuchon op. Daarna bedacht ik me dat er een gerede kans was dat niemand die dag, laat staan op zondag enige aanleiding zou kunnen zien om een blik te werpen in de vriescel. Dat was geen opwekkende gedachte, maar ik kreeg het er wel warm van.
Ik wist toen ook niet veel meer te doen dan nog wat vaker en harder tegen de deur te duwen. Bonken en schreeuwen leek me gezien het isolatiepakket vooralsnog zinloos. Dat was maar goed ook, want ineens vroeg ik me af of het wel een scharnierende deur was. Ik kon het me echt niet herinneren. Maar door voorzichtig trekken ontdekte ik dat het inderdaad een schuifdeur was.
Hamburgertest
Thuis heb ik mijn twee zonen de eerste echte Vrij Koe Hamburger laten proeven. Ze konden hem vergelijken met iets soortgelijks van een of andere super. De hamburger van Vlot heeft met vlag en wimpel gewonnen. Zo zeer zelfs, dat mijn jongste er inmiddels een dagtaak van heeft gemaakt om te vragen naar meer en vaker.
Posts tonen met het label MijnKoeJouwKoe. Alle posts tonen
Posts tonen met het label MijnKoeJouwKoe. Alle posts tonen
maandag 30 januari 2012
vrijdag 14 oktober 2011
Slagers
Door omstandigheden - soms is het raadzaam vaag te blijven - ben ik op zoek naar een andere slager. Zo kwam ik terecht bij een slager in Ottoland, die tot het uitstervende ras der zelfslachtenden behoort. Voor mij is dat ongeveer naast de deur. Hij, Bert Vlot, bleek niet zomaar een slager, maar eentje met landelijke faam en zodoende komt hij ook voor in het boek 'De perfecte steak', van Marcus Polman. En, heel on-Alblasserwaards, daar is hij ook best trots op.
Hoe langer we praatten, hoe enthousiaster ik werd en volgens mij raakte Bert ook steeds enthousiaster over MijnKoeJouwKoe. Maar helaas maakt hij al werkweken van 100 uur en dus wil hij wel voor ons slachten, kunnen we ook zijn ruimte en vriescapaciteit gebruiken, maar voor uitbenen en portioneren heeft hij geen tijd. Voor workshops wil hij trouwens ook graag tijd vrijmaken.
De visie van Bert past voor 100% bij die van ons. Zo koopt hij niks van anderen en als hij vlees tekort komt voor zijn gehakt draait hij gerust een entrecote door het gehakt.
Maar hij wist wel iemand die me wel uit de brand zou kunnen helpen. Een slager die met een truck bij de mensen thuiskomt of naar restaurants rijdt en daar ter plekke, naar de wens van de klant gaat uitbenen en portioneren. Toevallig bleek dat de zoon te zijn van de beste slager die ik ooit heb meegemaakt (Rob van der Elst, Rotterdam-Kralingen). Zie ook een vorige blog. Dus volgde er een lang telefoongesprek over de mogelijkheden en onmogelijkheden. Maar helaas bleek ook Robert een eenpitter te zijn die al onverantwoord veel uren maakt, blij is dat zijn vader regelmatig bijspringt en eigenlijk wel graag iemand erbij zou willen hebben.
Echter, de huidige opleidingen leveren geen mensen meer af die het hele vak beheersen. De slagersvakopleidingen hebben, op verzoek van het grootwinkelbedrijf, het onderdeel uitbenen geschrapt. Logisch, dat is niet nodig binnen de vleesafdelingen van de supermarkt. De zelfstandige slagers hebben dat wel nodig, maar wie zit daar nou op te wachten? Het grootwinkelbedrijf in elk geval niet. Dus als over een paar weken zelfs in een stad als Dordrecht geen enkele slager meer is te vinden, ligt dat niet alleen aan de klanten.
Uiteraard heb ik contact gezocht met het SVO, dat de opleidingen verzorgt, maar ik heb daar nog niemand bereikt. wordt dus vervolgd.
Hoe langer we praatten, hoe enthousiaster ik werd en volgens mij raakte Bert ook steeds enthousiaster over MijnKoeJouwKoe. Maar helaas maakt hij al werkweken van 100 uur en dus wil hij wel voor ons slachten, kunnen we ook zijn ruimte en vriescapaciteit gebruiken, maar voor uitbenen en portioneren heeft hij geen tijd. Voor workshops wil hij trouwens ook graag tijd vrijmaken.
De visie van Bert past voor 100% bij die van ons. Zo koopt hij niks van anderen en als hij vlees tekort komt voor zijn gehakt draait hij gerust een entrecote door het gehakt.
Maar hij wist wel iemand die me wel uit de brand zou kunnen helpen. Een slager die met een truck bij de mensen thuiskomt of naar restaurants rijdt en daar ter plekke, naar de wens van de klant gaat uitbenen en portioneren. Toevallig bleek dat de zoon te zijn van de beste slager die ik ooit heb meegemaakt (Rob van der Elst, Rotterdam-Kralingen). Zie ook een vorige blog. Dus volgde er een lang telefoongesprek over de mogelijkheden en onmogelijkheden. Maar helaas bleek ook Robert een eenpitter te zijn die al onverantwoord veel uren maakt, blij is dat zijn vader regelmatig bijspringt en eigenlijk wel graag iemand erbij zou willen hebben.
Echter, de huidige opleidingen leveren geen mensen meer af die het hele vak beheersen. De slagersvakopleidingen hebben, op verzoek van het grootwinkelbedrijf, het onderdeel uitbenen geschrapt. Logisch, dat is niet nodig binnen de vleesafdelingen van de supermarkt. De zelfstandige slagers hebben dat wel nodig, maar wie zit daar nou op te wachten? Het grootwinkelbedrijf in elk geval niet. Dus als over een paar weken zelfs in een stad als Dordrecht geen enkele slager meer is te vinden, ligt dat niet alleen aan de klanten.
Uiteraard heb ik contact gezocht met het SVO, dat de opleidingen verzorgt, maar ik heb daar nog niemand bereikt. wordt dus vervolgd.
vrijdag 2 september 2011
Flexitariër sex/Flexitariër exit
Het had me zo leuk en logisch geleken: MijnKoeJouwKoe samen met de Vrije Koe, de Livar varkens, grasvarkens en -kippen en nog wat andere echt duurzame initiatieven op de site en in de winkel van Natuur & Milieu. Die proberen namelijk het flexitarisme te propageren via de site ik ben flexitariër.
Flexitariërs proberen hun impact in te perken door minder vlees te eten en dat is een nobel streven. Van Natuur & Milieu verwacht je dat ze zo'n initiatief van harte steunen, maar ook dat ze mensen proberen te weerhouden van het eten van fout vlees. Dat laatste blijkt echter niet het geval. In hun winkel komen onder de categorie "deel vlees" namelijk producten voor waarin een deel van het vlees is vervangen door plantaardig materiaal, maar waarin het vlees absoluut niet verantwoord is.
Dat vlees komt gewoon van gangbare bedrijven die antibiotica preventief inzetten om de kostprijs tot het uiterste te drukken, die zich weinig tot niets aan zaken als dierenwelzijn en natuur gelegen laten liggen en naar alle waarschijnlijkheid worden de betrokken boeren uitgeknepen. Ik vind dat niet kunnen, maar Natuur & Milieu denkt daar anders over.
Natuur & Milieu blijkt ons echter een beetje op het verkeerde been te zetten, want eigenlijk willen ze helemaal geen flexitariërs kweken. We worden gewoon een beetje verneukt, een typisch gevalletje van flexitariër sex dus. Mijn eerste associatie met uitgestorven enge beesten was dus zo gek nog niet.
Flexitariërs proberen hun impact in te perken door minder vlees te eten en dat is een nobel streven. Van Natuur & Milieu verwacht je dat ze zo'n initiatief van harte steunen, maar ook dat ze mensen proberen te weerhouden van het eten van fout vlees. Dat laatste blijkt echter niet het geval. In hun winkel komen onder de categorie "deel vlees" namelijk producten voor waarin een deel van het vlees is vervangen door plantaardig materiaal, maar waarin het vlees absoluut niet verantwoord is.
Dat vlees komt gewoon van gangbare bedrijven die antibiotica preventief inzetten om de kostprijs tot het uiterste te drukken, die zich weinig tot niets aan zaken als dierenwelzijn en natuur gelegen laten liggen en naar alle waarschijnlijkheid worden de betrokken boeren uitgeknepen. Ik vind dat niet kunnen, maar Natuur & Milieu denkt daar anders over.
Bij het inrichten van onze “winkel” hebben we de optie overwogen om ook duurzaam vlees toe te voegen. Uiteindelijk hebben we van die mogelijkheid afgezien om twee redenen. Ten eerste omdat duurzaam geproduceerd vlees goed aan de labels te herkennen is.Of dat laatste zo is, valt te betwijfelen. Er wordt nogal eens gesuggereerd dat zaken duurzaam en/of diervriendelijk zijn, terwijl op die claims vaak veel valt af te dingen. Neem bijvoorbeeld de labels van de Dierenbescherming of Puur en Eerlijk van Albert Heijn.
Natuur & Milieu blijkt ons echter een beetje op het verkeerde been te zetten, want eigenlijk willen ze helemaal geen flexitariërs kweken. We worden gewoon een beetje verneukt, een typisch gevalletje van flexitariër sex dus. Mijn eerste associatie met uitgestorven enge beesten was dus zo gek nog niet.
Ten tweede omdat het toevoegen van duurzaam vlees aan onze “winkel” niet goed past bij het doel en de boodschap van onze campagne: wij willen mensen verleiden om vaker te kiezen voor een plantaardig alternatief voor vlees.In de ogen van Natuur & Milieu rechtvaardigt dat kennelijk heel veel, zoals import van foute soja en het opsluiten van varkens in megastallen. Maar zo voegt de milieuclub er wat obligaat aan toe:
Overigens vinden wij het erg belangrijk dat vlees duurzamer en diervriendelijker wordt geproduceerd. We zijn hierover in gesprek met verschillende producenten en retailers.Waarom dan niet nu al de producenten en retailers steunen die eigener beweging hun best doen om de wereld een beetje beter te maken valt mij niet uit te leggen en daar heb ik ook geen 'begrip' voor. Sorry Natuur & Milieu, maar 'lastig' kan nooit een excuus zijn.
In dat kader is het ook lastig voor ons om in onze “winkel” aandacht te besteden aan jouw waardevolle initiatief. Wij willen onze lijn voor iedereen helder houden, vandaar dat wij geen producten promoten die voor 100% van vlees zijn gemaakt. Ik hoop dat je daar begrip voor hebt.
maandag 8 augustus 2011
Proeverij met oude koeien - update 1
Verbeter de wereld, begin bij je bord...het zou een mooie slogan kunnen zijn voor MijnKoeJouwKoe, de VrijeKoe of Livar.
Immers, als je dan tóch vlees eet, dan maar liever van dieren die een mooi leven hebben geleid en die en passant ook nog lekkerder vlees opleveren. Maar het kan altijd nóg beter. Dat wil zeggen een mooi en lang leven en nóg lekkerder. Ik heb daar ooit in een eerdere blog over geschreven.
In die blog ging het over vlees van 18-jaar oude koeien dat zo ongeveer het lekkerste van het lekkerste is volgens een bekende Duitse chef. Het betreft dieren die hun leven in het Spaans/Baskische Galicië slijten en speciaal worden geselecteerd op leeftijd en vetverdeling. Ik liet doorschemeren dat dat me voor Nederland ook wel iets leek, waarop Trendwatcher Marjan Ippel me aanspoorde om dat vlees naar Nederland te halen. Ik gaf daarop aan dat ik eigenlijk zocht naar vlees van oude Nederlandse koeien.
Vandaag bedacht ik me - het is wat traag - dat ik het ene kan doen en het andere niet hoef te laten. Zo rijpte het plan om een proeverij te organiseren op basis van vlees van die heel oude Spaanse koeien.
Het doel van de proeverij is:
Samen met mijn kookschrijvende en kokende volgers moet het toch niet zo moeilijk zijn dit van de grond te tillen. Kortom: Schrijft u allen in!
Update
Inmiddels is bekend dat de eigenaar van het Spaanse bedrijf bereid is om de proeverij persoonlijk te komen opluisteren. Hij zal dan alles over het vlees en de koeien vertellen.
Een datum en een plaats zijn nog niet bekend.
Stem op ons project voor de ASN Bank Wereldprijs!
Wij maken met ons project Jouw Koe mijn Koe kans op de ASN Bank Wereldprijs van € 10.000,-.
Stem hier op ons project voor de ASN Bank Wereldprijs.
Kijk voor andere blogs ook op Blogspot.
Immers, als je dan tóch vlees eet, dan maar liever van dieren die een mooi leven hebben geleid en die en passant ook nog lekkerder vlees opleveren. Maar het kan altijd nóg beter. Dat wil zeggen een mooi en lang leven en nóg lekkerder. Ik heb daar ooit in een eerdere blog over geschreven.
In die blog ging het over vlees van 18-jaar oude koeien dat zo ongeveer het lekkerste van het lekkerste is volgens een bekende Duitse chef. Het betreft dieren die hun leven in het Spaans/Baskische Galicië slijten en speciaal worden geselecteerd op leeftijd en vetverdeling. Ik liet doorschemeren dat dat me voor Nederland ook wel iets leek, waarop Trendwatcher Marjan Ippel me aanspoorde om dat vlees naar Nederland te halen. Ik gaf daarop aan dat ik eigenlijk zocht naar vlees van oude Nederlandse koeien.
Vandaag bedacht ik me - het is wat traag - dat ik het ene kan doen en het andere niet hoef te laten. Zo rijpte het plan om een proeverij te organiseren op basis van vlees van die heel oude Spaanse koeien.
Het doel van de proeverij is:
- schaamteloze, maar sneaky pr voor MijnKoeJouwKoe en DeVrijeKoe
- promotie van het vlees van die Spaanse koeien (waarom ook niet, zolang we nog geen Nederlands alternatief hebben),
- aandacht voor het feit dat oude (melk)koeien, anders dan het vooroordeel doet geloven, ontzettend lekker vlees opleveren en
- het werven van Nederlandse boeren die hier brood in zien
Samen met mijn kookschrijvende en kokende volgers moet het toch niet zo moeilijk zijn dit van de grond te tillen. Kortom: Schrijft u allen in!
Update
Inmiddels is bekend dat de eigenaar van het Spaanse bedrijf bereid is om de proeverij persoonlijk te komen opluisteren. Hij zal dan alles over het vlees en de koeien vertellen.
Een datum en een plaats zijn nog niet bekend.
Stem op ons project voor de ASN Bank Wereldprijs!
Wij maken met ons project Jouw Koe mijn Koe kans op de ASN Bank Wereldprijs van € 10.000,-.
Stem hier op ons project voor de ASN Bank Wereldprijs.
Kijk voor andere blogs ook op Blogspot.
vrijdag 5 augustus 2011
Moeilijke woorden?
Ik heb de fout begaan in één tweet twee moeilijke woorden te gebruiken. Ik kreeg meteen de kous op de kop. Wat echter vreemd was, de indruk werd gewekt dat ik agrarische vaktaal bezigde, terwijl ik het had over 'homogeniteit' en 'bulkproductie', begrippen die ikzelf eerder associeer met de industrie.
De directe aanleiding voor het gebruik van deze begrippen vormde een opmerking in een discussie over de Livar varkens. Ergens in die discussie werd gesteld dat Nederland te klein is om alle varkens buiten in de modder te laten wroeten. Iemand wierp toen de vraag op of we als land per se zoveel voor de export moeten produceren.
We hebben in Nederland op dit moment zo'n 12.000.000 varkens en aangezien ze een half jaar mee gaan mag het duidelijk zijn dat het overgrote deel van deze dieren is bestemd voor de export. Als land zijn we altijd zeer succesvol geweest in deze tak van sport. Het heeft ons geen windeieren gelegd, maar de vraag mag worden gesteld of we niet eens moeten gaan nadenken over een andere koers. Het probleem met deze vorm van export is namelijk dat er alleen wordt geconcurreerd op prijs.
Dankzij ver doorgevoerde mechanisatie ging dat heel lang heel goed, maar de vraag is hoe lang nog, want in landen als Polen, Argentinië en China snappen ze ook steeds beter hoe het werkt. Nestlé bijvoorbeeld investeert in China om lokale boeren in staat te stellen kwalitatief hoogwaardige melk te produceren. De drie genoemde landen hebben een duidelijk concurrentievoordeel als het gaat om de kostprijs: land in overvloed en arbeid is spotgoedkoop. Bij ons daarentegen is de rek er wel een beetje uit. Het enige wat we nog kunnen doen zijn nóg grotere stallen en dus nog minder bedrijven, maar dan vrees ik dat het met de landbouw dezelfde weg op gaat als met de ooit florerende scheepsbouw. De enige werven die het hebben overleefd zijn de bouwers van gespecialiseerde schepen als Damen en IHC.
Het probleem van homogene bulkproducten is dat ze geen onderscheidend vermogen hebben. Ze zijn inwisselbaar en de eindgebruiker merkt niet of het om product A of product B gaat. Voor de handelaar of intermediair is dat prettig, want die kan lekker shoppen voor de laagste prijs en het risico ligt bij de primaire producent.
Als je als bedrijfstak echter al zolang bent ingesteld op het produceren van homogene bulkproducten tegen de laagst mogelijke prijs, dan is het heel erg lastig om de bakens te verzetten. Het vergt het een totaal andere bedrijfsvoering én een andere mindset. De gemiddelde moderne Nederlandse boer kan zich bijna volledige concentreren op de productie-technische aspecten van de bedrijfsvoering omdat hij maar een beperkt aantal grote afnemers heeft. Product-innovatie en zaken als marketing en verkoop zijn de facto meestal uitbesteed. Makkelijk en efficiënt, nodig ook, want hij heeft het al druk genoeg, maar het maakt hem wel kwetsbaar. De afstand tussen de boer en de eindgebruiker is zodoende namelijk heel groot.
Een bijkomend, maar cruciaal, probleem is dat een boer een meer dan gemiddeld grote behoefte heeft aan afzetzekerheid. Immers de periode van zaadje tot karbonaadje, bloem of suiker beslaat al snel een jaar en dan hebben we het nog niet eens over een product als melk. Als je 15 hectare inzaait met bijvoorbeeld tarwe, gerst of bieten, dan wil je wel zeker weten dat je de oogst aan het einde van het seizoen kunt verkopen, vooral als de marge maar minimaal is.
Hop
Wat dat aangaat is het allemaal heel begrijpelijk dat boeren erg moedeloos worden van half geïnformeerde buitenstaanders die ze komen vertellen dat het allemaal anders moet. Buitenstanders ook, die zelf geen enkel risico lopen.
De oplossing lijkt ver weg, maar misschien zit de oplossing verborgen in de laatste bijzin. Ooit werd ik gebeld door een kleine bierbrouwer die niet meer aan hop kon komen. Hij had het vermoeden dat er met hop werd gespeculeerd en dat leidde zowel tot heel hoge prijzen als tot slechte verkrijgbaarheid. Overigens was het eveneens haast ondoenlijk om aan flesje te komen. Ik ben toen andere brouwers gaan bellen en die kampten met hetzelfde probleem. Het probleem met speculatie is dat zowel de primaire producent als de eindegebruiker er last van heeft. Mijn voorstel was toen om als brouwers een collectief te vormen en gezamenlijk een contract af te sluiten met hoptelers waarbij beide partijen zich vastleggen op een aantal tonnen hop en op een prijs.
Het bleek achteraf geen originele gedachte en er was zelf al een naam voor: co-trading. Maar wat brouwers kunnen met hoptelers, kunnen vleeseters en groente- en fruitliefhebbers natuurlijk ook. Dat hoeft zich niet te beperken tot particulieren, de horeca en kan hetzelfde doen. In feite is ook MijnKoeJouwKoe op dit principe gebaseerd. Het komt erop neer dat je samen met de boer overlegt wat je precies wilt hebben en dat je een deel van het ondernemersrisico van hem overneemt. Dat haalt de vrijblijvendheid weg, maar leidt bovendien tot een veel kortere keten zodat de kosten redelijk blijven.
De directe aanleiding voor het gebruik van deze begrippen vormde een opmerking in een discussie over de Livar varkens. Ergens in die discussie werd gesteld dat Nederland te klein is om alle varkens buiten in de modder te laten wroeten. Iemand wierp toen de vraag op of we als land per se zoveel voor de export moeten produceren.
We hebben in Nederland op dit moment zo'n 12.000.000 varkens en aangezien ze een half jaar mee gaan mag het duidelijk zijn dat het overgrote deel van deze dieren is bestemd voor de export. Als land zijn we altijd zeer succesvol geweest in deze tak van sport. Het heeft ons geen windeieren gelegd, maar de vraag mag worden gesteld of we niet eens moeten gaan nadenken over een andere koers. Het probleem met deze vorm van export is namelijk dat er alleen wordt geconcurreerd op prijs.
Dankzij ver doorgevoerde mechanisatie ging dat heel lang heel goed, maar de vraag is hoe lang nog, want in landen als Polen, Argentinië en China snappen ze ook steeds beter hoe het werkt. Nestlé bijvoorbeeld investeert in China om lokale boeren in staat te stellen kwalitatief hoogwaardige melk te produceren. De drie genoemde landen hebben een duidelijk concurrentievoordeel als het gaat om de kostprijs: land in overvloed en arbeid is spotgoedkoop. Bij ons daarentegen is de rek er wel een beetje uit. Het enige wat we nog kunnen doen zijn nóg grotere stallen en dus nog minder bedrijven, maar dan vrees ik dat het met de landbouw dezelfde weg op gaat als met de ooit florerende scheepsbouw. De enige werven die het hebben overleefd zijn de bouwers van gespecialiseerde schepen als Damen en IHC.
Het probleem van homogene bulkproducten is dat ze geen onderscheidend vermogen hebben. Ze zijn inwisselbaar en de eindgebruiker merkt niet of het om product A of product B gaat. Voor de handelaar of intermediair is dat prettig, want die kan lekker shoppen voor de laagste prijs en het risico ligt bij de primaire producent.
Als je als bedrijfstak echter al zolang bent ingesteld op het produceren van homogene bulkproducten tegen de laagst mogelijke prijs, dan is het heel erg lastig om de bakens te verzetten. Het vergt het een totaal andere bedrijfsvoering én een andere mindset. De gemiddelde moderne Nederlandse boer kan zich bijna volledige concentreren op de productie-technische aspecten van de bedrijfsvoering omdat hij maar een beperkt aantal grote afnemers heeft. Product-innovatie en zaken als marketing en verkoop zijn de facto meestal uitbesteed. Makkelijk en efficiënt, nodig ook, want hij heeft het al druk genoeg, maar het maakt hem wel kwetsbaar. De afstand tussen de boer en de eindgebruiker is zodoende namelijk heel groot.
Een bijkomend, maar cruciaal, probleem is dat een boer een meer dan gemiddeld grote behoefte heeft aan afzetzekerheid. Immers de periode van zaadje tot karbonaadje, bloem of suiker beslaat al snel een jaar en dan hebben we het nog niet eens over een product als melk. Als je 15 hectare inzaait met bijvoorbeeld tarwe, gerst of bieten, dan wil je wel zeker weten dat je de oogst aan het einde van het seizoen kunt verkopen, vooral als de marge maar minimaal is.
Hop
Wat dat aangaat is het allemaal heel begrijpelijk dat boeren erg moedeloos worden van half geïnformeerde buitenstaanders die ze komen vertellen dat het allemaal anders moet. Buitenstanders ook, die zelf geen enkel risico lopen.
De oplossing lijkt ver weg, maar misschien zit de oplossing verborgen in de laatste bijzin. Ooit werd ik gebeld door een kleine bierbrouwer die niet meer aan hop kon komen. Hij had het vermoeden dat er met hop werd gespeculeerd en dat leidde zowel tot heel hoge prijzen als tot slechte verkrijgbaarheid. Overigens was het eveneens haast ondoenlijk om aan flesje te komen. Ik ben toen andere brouwers gaan bellen en die kampten met hetzelfde probleem. Het probleem met speculatie is dat zowel de primaire producent als de eindegebruiker er last van heeft. Mijn voorstel was toen om als brouwers een collectief te vormen en gezamenlijk een contract af te sluiten met hoptelers waarbij beide partijen zich vastleggen op een aantal tonnen hop en op een prijs.
Het bleek achteraf geen originele gedachte en er was zelf al een naam voor: co-trading. Maar wat brouwers kunnen met hoptelers, kunnen vleeseters en groente- en fruitliefhebbers natuurlijk ook. Dat hoeft zich niet te beperken tot particulieren, de horeca en kan hetzelfde doen. In feite is ook MijnKoeJouwKoe op dit principe gebaseerd. Het komt erop neer dat je samen met de boer overlegt wat je precies wilt hebben en dat je een deel van het ondernemersrisico van hem overneemt. Dat haalt de vrijblijvendheid weg, maar leidt bovendien tot een veel kortere keten zodat de kosten redelijk blijven.
donderdag 4 augustus 2011
De consument heb het gedaan
![]() |
| Nederlands voedsellandschap |
Tegelijkertijd is het van een onuitsprekelijke onzinnigheid. Het is een stelling die voorbij gaat aan de realiteit. Het is een beetje als het verschil tussen de economie van de schoolboekjes en de economie van alle dag, waarin de wetenschappers achteraf heel goed kunnen voorspellen waarom het gegaan is zoals het is gegaan.
De schoolboekjeseconomie gaat uit van volledige transparantie en volledig vrije concurrentie en de mensensoort homo economicus. In het echte leven zijn dingen echter vaak niet wat ze lijken, kennen we het zegenrijke werk van de lobby's, de kartels en de achterkamertjes en blijken mensen zich te laten leiden door minder rationele overwegingen als angst, liefde en betrokkenheid en last but not least moet de consument multitaskend het leven door.
De mensmens wordt het bovendien niet makkelijk gemaakt. Die koopt soms dingen waar hij echt een goed gevoel bij heeft. Die koopt een flesje gezonde fruit/groentedrank met een ik-kies-bewustlogo, maar heeft niet in de gaten dat er 18% suiker aan toegevoegd is. Hij koopt vlees en eieren met een ster van de Dierenbescherming zonder te weten dat de betreffende kippen hun ene vierkante meter met 16 soortgenoten moeten delen en dat hun snavels worden afgeknipt. Hij koopt pizza met echte cheddar, maar weet niet dat het maar 3% is en dat de rest van de gele substantie uit een reactorvat komt. Hij laat zich verleiden door 'delicatesse achterham' die in feite bestaat uit plakvlees. En omdat er echte cheddar in zit, de uitstraling ambachtelijk is of het de gezondheid van dierbaren wordt veiliggesteld, heeft de consument er ook best wat extra voor over.
En dat extra geld wat hij betaalt vloeit linea recta naar de boer denkt hij... Naïef als hij is, kan hij zich ook nauwelijks voorstellen dat de wetgever bepaalde discutabele zaken toestaat. Dat je als slachter bijvoorbeeld 300 gram kipfilet mag vullen met water en varkenseiwit zodat je het als 400 gram kan verkopen. Evenmin kan hij zich voorstellen dat verantwoordelijke bewindspersonen een soort Russische roulette laten spelen met antibiotica.
Logisch zou zijn dat een verantwoordelijke overheid zich op gebied van voeding net zo verantwoordelijk gedraagt als op gebied van rookwaren, film en video en - zij het met iets minder fanatisme - drank. Het is toch een beetje raar dat we wél worden gewaarschuwd tegen de gevaren van onwelvoeglijk taalgebruik en dat onze tere zieltjes niet onverhoeds geconfronteerd hoeven te worden met de aanblik van parende mensen, maar dat we niet kunnen weten dat we iets eten waarvan de kosten worden gedrukt door een frivool gebruik van antibiotica, inzet van de snavelknipmachine of de toevoeging van een massa suiker of andere laagwaardige ingrediënten.
Labels:
antibiotica,
dierenbescherming,
eieren,
fraude,
grootgrutters,
ham,
kippen,
MijnKoeJouwKoe,
plakvlees,
regering,
sluipsuiker,
spruitjes,
sterrensysteem,
suiker,
warenkennis
Locatie:
2967 Langerak, Nederland
woensdag 20 juli 2011
Van kop tot staart
De mens is een vreemd dier. Dat heeft aardige kanten, maar ook bedenkelijke. Op sommige dagen heb ik oog voor de aardige en op andere voor de bedenkelijke en gek genoeg kan het dan best om dezelfde kanten gaan. Maar goed, ik heb het niet graag over mezelf, althans niet als het over mijn eigen aberraties gaat.
Eén van die merkwaardige aspecten betreft onze weerzin tegen het eten van herkenbaar vlees. We eten met een gerust hart frikadellen en gehakt van de kiloknaller. Spul dat vaak goedkoper is dan kattenvoer dat al enige tijd over de datum is. Het idee een niertje, runderwang of -tong te eten echter doet menigeen (ik heb het over hele volksstammen onvervalste vaderlanders) pips wegtrekken. Dat gehakt en frikadel alleen maar zo goedkoop kunnen zijn bij de gratie van de verteerbaarheid van ogen, uiers, baarmoeders en andere vormen van culinaire extravagantie mag de pret niet drukken.
Dus eten we van koe, varken en kip bij voorkeur de minder herkenbare onderdelen. Entrecotes, tournedos, biefstukken, haasjes, koteletten, gehakt uiteraard en filets. Vissen moeten van hun kop worden ontdaan en liefst aangeboden worden in de vorm van sticks of kibbeling.
MijnKoeJouwKoe wil echter dat mensen weer gewoon dieren gaan eten. Van kop tot staart en dan letterlijk. Dus van staartstuk tot wang en tong. Niet vanuit een soort kuisheidsgelofte, maar omdat het zo zonde is vanuit een culinair oogpunt, dat we onze smaakbeleving zo inperken. Want echt, die wangen en die tong zijn heerlijk en een welkome afwisseling op de entrecotes en de ribeyes. Niks tegen die laatste stukken vlees, maar een mens wil toch ook wel eens iets anders op zijn brood dan pindakaas? Zodoende heb ik vandaag - eindelijk - de receptenpagina verrijkt met een recept voor rundertong en voor niertjes.
Voor degene die geen zin heeft op de link te klikken:
Stoofschotel van kalfsnier en kalfslende
Lekker met Steinpilzknödel.
Runder- of kalstong in room-mierikswortelsaus (zes personen)
In een pan de boter verhitten, de bloem toevoegen en goudbruin laten worden. Dan het kookvocht toevoegen en onderwijl goed doorroeren met een garde, tot de gewenste dikte is bereikt. Tien minuten zachtjes laten koken en op smaak brengen met zout, peper, room en mierikswortel. Eventueel een heel klein beetje suiker toevoegen
Lekker met gekookte aardappelen met veel peterselie, aardappelpuree, worteltjes of koolrabi.
Eén van die merkwaardige aspecten betreft onze weerzin tegen het eten van herkenbaar vlees. We eten met een gerust hart frikadellen en gehakt van de kiloknaller. Spul dat vaak goedkoper is dan kattenvoer dat al enige tijd over de datum is. Het idee een niertje, runderwang of -tong te eten echter doet menigeen (ik heb het over hele volksstammen onvervalste vaderlanders) pips wegtrekken. Dat gehakt en frikadel alleen maar zo goedkoop kunnen zijn bij de gratie van de verteerbaarheid van ogen, uiers, baarmoeders en andere vormen van culinaire extravagantie mag de pret niet drukken.
Dus eten we van koe, varken en kip bij voorkeur de minder herkenbare onderdelen. Entrecotes, tournedos, biefstukken, haasjes, koteletten, gehakt uiteraard en filets. Vissen moeten van hun kop worden ontdaan en liefst aangeboden worden in de vorm van sticks of kibbeling.
MijnKoeJouwKoe wil echter dat mensen weer gewoon dieren gaan eten. Van kop tot staart en dan letterlijk. Dus van staartstuk tot wang en tong. Niet vanuit een soort kuisheidsgelofte, maar omdat het zo zonde is vanuit een culinair oogpunt, dat we onze smaakbeleving zo inperken. Want echt, die wangen en die tong zijn heerlijk en een welkome afwisseling op de entrecotes en de ribeyes. Niks tegen die laatste stukken vlees, maar een mens wil toch ook wel eens iets anders op zijn brood dan pindakaas? Zodoende heb ik vandaag - eindelijk - de receptenpagina verrijkt met een recept voor rundertong en voor niertjes.
Voor degene die geen zin heeft op de link te klikken:
Stoofschotel van kalfsnier en kalfslende
- 1 kalfsnier
- 6 cl olijfolie
- 30 g boter
- 1 teentje knoflook
- 250 ml kalffond
- 400 g kalfsfilet
- 50 g parmezaanse kaas
- witte wijn
- rozemarijn
- platte peterselie
- bloem
- peper
- zout
Lekker met Steinpilzknödel.
Runder- of kalstong in room-mierikswortelsaus (zes personen)
- 1 rundertong van ongeveer 1 kg
- bosje soepgroenten (prei, wortel, sellerie)
- een halve ui
- 5 peperkorrels
- 2 eetlepels bloem
- 2 eetlepels boter
- 3 eetlepels mierikswortel - vers geraspt of uit een potje
- 1 dl slagroom
- zout en peper
In een pan de boter verhitten, de bloem toevoegen en goudbruin laten worden. Dan het kookvocht toevoegen en onderwijl goed doorroeren met een garde, tot de gewenste dikte is bereikt. Tien minuten zachtjes laten koken en op smaak brengen met zout, peper, room en mierikswortel. Eventueel een heel klein beetje suiker toevoegen
Lekker met gekookte aardappelen met veel peterselie, aardappelpuree, worteltjes of koolrabi.
maandag 18 juli 2011
Tante Vida in Lozice
Vandaag veel boeiende gesprekken over het sterrensysteem van de Dierenbescherming. Ontdekte dat dit systeem niet alleen consumenten op het verkeerde been zet, maar bovendien kleinere boeren en producenten, die niet werken met grote slachthuizen, vlees en/of eierverpakkers buiten spel zet en de grote ondernemingen een oneigenlijk concurrentievoordeel geeft. Maar daarover later meer. Soms moet een mens vanuit tactische overwegingen even schimmig doen.
Tijdens het praten moest ik ineens aan wijlen tante Vida uit Lozice (Slovenië) denken. Tante Vida heeft heel haar leven voor de familie gekookt en was tot aan haar dood eigenlijk alleen maar met eten bezig. Ze was met haar zus ook zo goed als zelfvoorzienend in dat grote huis, met een bos waaruit het hout kwam voor kachel en fornuis, eigen graan walnoten, vijgen een grote moestuin en ga zo maar door.
me ze maar een beklagenswaardig bestaan had. Maar niet veel later vroeg ik me af of dat terecht was. Immers zoals zij praktisch al haar tijd stak in eten, zo steken wij vaak heel erg veel tijd in zaken die misschien wel veel minder relevant zijn. Eten is bij ons een bijgedachte geworden, een obstakel dat in staat tussen ons zegenrijke werk (de geconsolideerde winst- en verliesrekening van het filiaal in Vledder) en activiteiten die óns leven en dat van anderen diepgang een kleur geven (de sportschool, kijken naar een herhaling van CSI Miami, een interessante discussie tijdens een verjaardag over de hypotheekrentesubsidie).
Als we het al over eten hebben, dan is dat eten een middel tot en zelden een doel op zich: het helpt ons gezonder te worde; laat zien dat we een man/vrouw van de wereld zijn en/of schroeft onze status als maatschappelijk betrokken individu verder op. Maar kunnen we hier wel tegen? Hoe zit dat met onze predispositie, anders gezegd, zit een leven als dat van tante Vida niet gewoon verankerd in onze genen? De mensheid is, net als alle andere dieren al sinds het begin van haar bestaan de hele dag bezig geweest met eten verzamelen en consumeren. We wisten er ook alles van en het kwam ons nooit in hapklare brokken tegemoet, we moest het doodknuppelen, uitgraven, bekijken, betasten, besnuffelen en geschikt maken voor directe of latere consumptie.
En 'all of a sudden' (op een schaal van diersoort) was daar de magnetron, de THT-datum, het gemaksvoer, de volksstammen die kip alleen acceptabel vinden in de vorm van filet, die niet weten hoe een courgette eruit ziet...
Eten waar niet op staat dat het eetbaar is, wat niet verpakt is... we weten ineens niet meer wat we er mee moeten en we weten haast zeker dat we een langzame en pijnlijke dood zullen sterven als we het opeten.
Kunnen we daar eigenlijk wel mee uit de voeten als mensheid? Moeten we niet terug naar eten als doel en niet als middel? Zou dat niet veel beter zijn voor onze gezondheid en nog veel meer?
vrijdag 15 juli 2011
Sterrenmix van de Dierenbescherming
Er zijn gelukkig steeds meer producten te koop met sterren van de Dierenbescherming. Hoewel, gelukkig, de zogenaamde scharrelkip die met 16 lotgenoten een vierkante meter moet delen (inclusief uitloop) en waarvan de snavel wordt afgekapt, verdient volgens de Dierenbescherming al 1 ster. En dat afkappen mag sinds gisteren nog tot 2021 doorgaan omdat de sector meer tijd nodig heeft voor aanvullende onderzoek (het afkappen is tien jaar verboden). Raar, dat trage onderzoek, want de collega's in Zweden, Denemarken en Oostenrijk zijn wel reeds zijn gestopt met deze praktijk.
Wat ook heel raar is aan de Dierenbescherming (DB), is dat je op hun site helemaal niet kunt zien dat afknippen van snavels is toegestaan en dat deze eensterskip nauwelijks haar vleugels kan uitslaan. Daar kom je pas achter na speurwerk en deductie. Dit is namelijk wat je aantreft op de site van de DB:
Kip (vlees)
- De kippen krijgen meer tijd om te groeien, minimaal 56 dagen.
- Ze zijn van een langzamer groeiend ras, waardoor ze veel sterker en gezonder zijn, geen hartklachten hebben, veel minder antibiotica toegediend krijgen en niet door hun poten zakken.
- De stal heeft daglicht en is voorzien van strooisel (stro, turfmolm, houtkrullen of zand) om in te kunnen scharrelen.
- Dagelijks wordt er graan gestrooid en krijgen de kippen stro, ter verrijking van de leefomgeving.
- Minimaal acht uur per dag is er toegang tot een ruime overdekte uitloop. Deze is minimaal 20 % van de oppervlakte van de stal.
- De bedwelming is met CO2-gas. Hierdoor raken de dieren snel buiten bewustzijn. Dit in tegenstelling tot de gangbare elektrische waterbadmethode, die veel stress voor de kippen oplevert.
Niks dus over kippen per m2 en het afknippen van snavels, maar ook bedrieglijke vaagheid als het gaat om de preventieve inzet van antibiotica. Als je niet doorleest, dan lijkt het leven van de eensterskip best heel aangenaam. Zo'n heerlijke stal met in fijn zonlicht badend zand of ander lekker strooisel, het lijkt wel een Landal kippenparadijs. Maar als je doorleest dan stuit je bij de driesterskip ineens op het feit dat zij haar snavel mag behouden - overigens alleen bij de legkip, bij biologische/driesters vleeskippen lezen we hier helemaal niets over en dat doet het ergste vrezen.
Mij doet het allemaal een beetje denken aan Ik-Kies-Bewust, dat toch vooral de belangen van de producenten niet mag schaden. Het doet daarmee denken aan makelaarsslang, waarbij het woord 'uitgeleefd' wordt vervangen door 'authentieke stijlkenmerken'.
Door relevante informatie weg te laten lijkt het zodoende alsof je een significante bijdrage levert aan het dierenwelzijn als je een kip met 1 ster van de dierenbescherming koopt. Slechts de oplettende eetlezertjes, u kent ze wel, die neuroten die ook de moeite die kleine priegellettertjes op de achterzijde van de verpakking te lezen, zullen ontdekken dat de DB zich schuldig maakt aan een mispresentatie van feiten.
Ik denk dat de DB de consument, de kippen, maar zeker ook zichzelf een slechte dienst bewijst.`
maandag 11 juli 2011
Heksenjacht 3.0
Het geïnstitutionaliseerde wantrouwen
Vrijwel elk incident dat een paar dagen lang de voorpagina’s van de kranten haalt, leidt tot nieuwe richtlijnen en protocollen. Het mag immers niet zo zijn dat ... ons nog een keer overkomt. Zo maken we de samenleving maakbaar en de toekomst voorspelbaar. Zo doen we een rituele dans en spreken we heel daadkrachtig wat bezweringsformules uit en natuurlijk helpt het allemaal niets. Met wat kwade wil zou je het de management-variant kunnen noemen van de heksenjacht. Verbranden en verdrinken van heksen hielp ook geen sier tegen misoogsten en builenpest, maar het plebs is snel tevreden en daar gaat het om.
Helaas hebben zowel de heksenjacht en de protocollen een negatief rendement. Ze leiden namelijk af van de echte oorzaken en die worden er niet mee niet weggenomen. Niet dat alle protocollen zinloos zijn, wat dat aangaat scoren ze iets hoger als managementtool dan de heksenjacht, want in situaties waar snelheid van handelen bovenaan staat - zoals op het slagveld, bij een uitslaande brand of in een operatiekamer - is er geen ruimte voor discussie, zelfstandig nadenken, laat staan voor creativiteit.
Speelgoedautootjesfabriek
Maar meestal is zorg mensenwerk en dus heb je creativiteit en motivatie nodig. Het punt is echter dat sommige managers lijken te denken dat ze pas echt goed bezig zijn als ze doen alsof ze een échte fabriek leiden. Ze hanteren methodes die in sommige fabrieken wel een beetje werken, maar die helemaal niet werken in een dienstverlenend bedrijf. Zorg is namelijk een vorm van dienstverlening en het grote verschil tussen en dienstverlener en een fabriek van bijvoorbeeld speelgoedautootjes is dat elke dienst die wordt geleverd, elke keer op nieuw door een mens ‘gemaakt’ moet worden. De klant of patiënt koopt dus niet iets wat er al is en wat hij van te voren kan vasthouden en proberen, nee hij koopt een verwachting.
Veel managers lijken dat niet te hebben begrepen. Die doen dan net of de patiënten dingen zijn en de medewerkers machines. Die geloven heilig in de voorspelbaarheid, de afrekenbaarheid, protocollen en ga zo maar door. Het zijn ook de mensen die je met droge ogen kunnen vertellen dat minutenregistratie wel degelijk zinvol is. Die geen gevoel van twijfel kennen als ze moeten uitleggen dat het wassen van een man 15 minuten mag duren en van een vrouw 17. Die van mening zijn dat je binnen de psychiatrie kunt werken met diagnose-behandel-combinaties (DBC). Dat laatste klinkt lekker rationeel, doordacht, analytisch, maar is gebaseerd op een dik behandelplan dat weer het gevolg is van een intake.
Dat leidt tot lijvige behandelplannen, gebaseerd op aannames die het gevolg zijn van de momentopname die een intake - op z’n best - is. Daar hoeft niks mee mis te zijn, sommige patiënten hebben nu eenmaal een stabiel karakter, psychiatrische patiënten misschien wat minder dan andere en sommige mensen zijn heel goed in intakes. Maar stel nou dat dat niet zo is of dat de patiënt is naars meemaakt of juist iets heel fijns. Dan kan die patiënt ineens suïcidaal worden of - omgekeerd - verdwijnen bijna alle deprimerende gedachten. En daar zit je dan met je dikke, maar waardeloze behandelplan en het bijbehorende budget... Dus kom je voor de een tekort en heb je voor de ander teveel.
Een goede manager valt in zo’n geval terug op de wet van de grote getallen, die accepteert de variabelen en de marges als een gegeven. Die geeft zijn medewerkers de ruimte die ze nodig hebben om optimaal te presteren, want ontevreden klanten moeten worden voorkomen, want dat kost omzet. Meestal vinden we deze managers in commerciële bedrijven waar een daling in de omzet meteen wordt gevoeld.
Zorgmanagers hebben die last niet en dus blijft zoiets als het DBC heilig. Dus blijven we beide patiënten behandelen zoals ooit is vastgesteld. We kijken namelijk niet naar wat logisch is en menselijk, maar naar het protocol. En echt, soms zijn protocollen broodnodig maar als ze niet brood en broodnodig zijn, leiden ze tot verspilling en demotivatie.
Als diensten leveren je core business is en je wilt goede kwaliteit leveren, dan kan je maar op twee dingen sturen. Het tweede is opleiding c.q. kennis en het eerste en belangrijkste is motivatie. Dat bereik je dus niet door van mensen te verlangen hun hersens thuis te laten. Dat bereik je niet door te zeggen, ‘zelfstandig nadenken is hier verboden, wij hebben daar protocollen voor.’ Mensen blijven alleen maar gemotiveerd als ze iets van zichzelf in hun werk terugzien. Alleen als ze weten dat zij en hun inbreng ertoe doen, zullen ze elke dag weer met plezier hun werk doen, zullen ze de organisatie ervaren als iets wat ook van hen is. Dat scheelt in verzuimdagen, burn-outs, lange koffiepauzes, negeren van patiënten en andere vormen van ongeïnteresseerdheid en komt dus direct de kwaliteit ten goede.
Maar zolang het protocol op een oudtestamentische manier wordt aangehangen, blijven we patiënten en zorgpersoneel tekort doen. Dan blijft het protocol het wapen van de manager die zijn medewerkers chronisch wantrouwt en wiens autoriteit niet is gestoeld op respect voor zijn kundig oordeel, helder inzicht en sociale vaardigheden maar op zijn salarisschaal.
Vrijwel elk incident dat een paar dagen lang de voorpagina’s van de kranten haalt, leidt tot nieuwe richtlijnen en protocollen. Het mag immers niet zo zijn dat ... ons nog een keer overkomt. Zo maken we de samenleving maakbaar en de toekomst voorspelbaar. Zo doen we een rituele dans en spreken we heel daadkrachtig wat bezweringsformules uit en natuurlijk helpt het allemaal niets. Met wat kwade wil zou je het de management-variant kunnen noemen van de heksenjacht. Verbranden en verdrinken van heksen hielp ook geen sier tegen misoogsten en builenpest, maar het plebs is snel tevreden en daar gaat het om.
Helaas hebben zowel de heksenjacht en de protocollen een negatief rendement. Ze leiden namelijk af van de echte oorzaken en die worden er niet mee niet weggenomen. Niet dat alle protocollen zinloos zijn, wat dat aangaat scoren ze iets hoger als managementtool dan de heksenjacht, want in situaties waar snelheid van handelen bovenaan staat - zoals op het slagveld, bij een uitslaande brand of in een operatiekamer - is er geen ruimte voor discussie, zelfstandig nadenken, laat staan voor creativiteit.
Speelgoedautootjesfabriek
Maar meestal is zorg mensenwerk en dus heb je creativiteit en motivatie nodig. Het punt is echter dat sommige managers lijken te denken dat ze pas echt goed bezig zijn als ze doen alsof ze een échte fabriek leiden. Ze hanteren methodes die in sommige fabrieken wel een beetje werken, maar die helemaal niet werken in een dienstverlenend bedrijf. Zorg is namelijk een vorm van dienstverlening en het grote verschil tussen en dienstverlener en een fabriek van bijvoorbeeld speelgoedautootjes is dat elke dienst die wordt geleverd, elke keer op nieuw door een mens ‘gemaakt’ moet worden. De klant of patiënt koopt dus niet iets wat er al is en wat hij van te voren kan vasthouden en proberen, nee hij koopt een verwachting.
Veel managers lijken dat niet te hebben begrepen. Die doen dan net of de patiënten dingen zijn en de medewerkers machines. Die geloven heilig in de voorspelbaarheid, de afrekenbaarheid, protocollen en ga zo maar door. Het zijn ook de mensen die je met droge ogen kunnen vertellen dat minutenregistratie wel degelijk zinvol is. Die geen gevoel van twijfel kennen als ze moeten uitleggen dat het wassen van een man 15 minuten mag duren en van een vrouw 17. Die van mening zijn dat je binnen de psychiatrie kunt werken met diagnose-behandel-combinaties (DBC). Dat laatste klinkt lekker rationeel, doordacht, analytisch, maar is gebaseerd op een dik behandelplan dat weer het gevolg is van een intake.
Dat leidt tot lijvige behandelplannen, gebaseerd op aannames die het gevolg zijn van de momentopname die een intake - op z’n best - is. Daar hoeft niks mee mis te zijn, sommige patiënten hebben nu eenmaal een stabiel karakter, psychiatrische patiënten misschien wat minder dan andere en sommige mensen zijn heel goed in intakes. Maar stel nou dat dat niet zo is of dat de patiënt is naars meemaakt of juist iets heel fijns. Dan kan die patiënt ineens suïcidaal worden of - omgekeerd - verdwijnen bijna alle deprimerende gedachten. En daar zit je dan met je dikke, maar waardeloze behandelplan en het bijbehorende budget... Dus kom je voor de een tekort en heb je voor de ander teveel.
Een goede manager valt in zo’n geval terug op de wet van de grote getallen, die accepteert de variabelen en de marges als een gegeven. Die geeft zijn medewerkers de ruimte die ze nodig hebben om optimaal te presteren, want ontevreden klanten moeten worden voorkomen, want dat kost omzet. Meestal vinden we deze managers in commerciële bedrijven waar een daling in de omzet meteen wordt gevoeld.
Zorgmanagers hebben die last niet en dus blijft zoiets als het DBC heilig. Dus blijven we beide patiënten behandelen zoals ooit is vastgesteld. We kijken namelijk niet naar wat logisch is en menselijk, maar naar het protocol. En echt, soms zijn protocollen broodnodig maar als ze niet brood en broodnodig zijn, leiden ze tot verspilling en demotivatie.
Als diensten leveren je core business is en je wilt goede kwaliteit leveren, dan kan je maar op twee dingen sturen. Het tweede is opleiding c.q. kennis en het eerste en belangrijkste is motivatie. Dat bereik je dus niet door van mensen te verlangen hun hersens thuis te laten. Dat bereik je niet door te zeggen, ‘zelfstandig nadenken is hier verboden, wij hebben daar protocollen voor.’ Mensen blijven alleen maar gemotiveerd als ze iets van zichzelf in hun werk terugzien. Alleen als ze weten dat zij en hun inbreng ertoe doen, zullen ze elke dag weer met plezier hun werk doen, zullen ze de organisatie ervaren als iets wat ook van hen is. Dat scheelt in verzuimdagen, burn-outs, lange koffiepauzes, negeren van patiënten en andere vormen van ongeïnteresseerdheid en komt dus direct de kwaliteit ten goede.
Maar zolang het protocol op een oudtestamentische manier wordt aangehangen, blijven we patiënten en zorgpersoneel tekort doen. Dan blijft het protocol het wapen van de manager die zijn medewerkers chronisch wantrouwt en wiens autoriteit niet is gestoeld op respect voor zijn kundig oordeel, helder inzicht en sociale vaardigheden maar op zijn salarisschaal.
maandag 4 juli 2011
Uit de rotstreek
Onze Spar heeft scharreleieren en scharreleieren uit de streek. Zaterdagochtend vroeg kocht ik zo'n doosje omdat mijn twee hennen recent hebben bedacht dat eieren er zijn om op te blijven zitten en mijn jongste zoon graag kuikentjes wil. Ik was wel blij met die streekeieren als aanvulling op het assortiment. Maar bij nader
inzien is het meer een streek die Spar levert dan dat Spar eieren uit de streek levert.
Ik vermoedde onraad toen ik ontdekte dat de eieren maar één ster van de dierenbescherming krijgen, uit Oirschot worden geïmporteerd (88 km enkele reis), begin vorige maand zijn gelegd, maar ook en vooral vanwege de foto's van Harry Beekman, tussen zijn loslopende kippen. Immers scharrelkippen lopen niet los, maar zitten in een krappe kooi. Wat ook geweldig aan de foto's is, een hele berg eieren in het hooi. Hooi+kippen+eieren?? De styliste heeft duidelijk meer verstand van andere zaken.
Ook nog even een blik geworpen op het sterrensysteem van de Dierenbescherming. Wat schetst mijn verbazing... runderen die lekker buiten lopen in een kudde, alleen de koudste maanden in een stal leven, komen nooit verder dan 1 ster, maar kippen die stuken slechter af zijn dan deze runderen, krijgen er maar liefst drie (3, ***). Kennelijk is de lobby van de kippenboeren en stuk beter dan die van de rundveehouders. Vandaar dus ook dat de EU zo graag en vaak reclame maakt voor het meest veelzijdige stukje vlees.
Aanvulling
In het kader van de check, check en dubbelcheck keek ik nog een keer naar de sterrenklassificatie, maar ineens kon ik niks meer over de vierkante meters per kippenratio vinden. Ik vreesde Korsakov of erger, tot ik ontdekte dat de ik mijn informatie had gehaald van de site van het Voedingscentrum en dat die hele andere criteria weergeeft dan die van de Dierenbescherming...
Het lijkt logisch dat de Dierenbescherming de meest betrouwbare bron is, maar aan de andere kant kan ik me niet voorstellen dat het Voedingscentrum zelf met een kippen/oppervlakteratio komt, dus dat is wel weer heel raadselachtig en dus herzie ik mijn oorspronkelijke tekst nog maar even niet.
Ik ga maar even bellen.
Dat leidde tot de volgende reactie van het Voedingscentrum:
Beste Lex van Nek,
In de keuze van onze criteria hebben we gelet op de prioriteiten vanuit consumenten en dierenwelzijnsorganisaties.
Onze focus was op ruimte en daglicht. In eerdere tabellen was er ook info over voer en strooisel, maar omdat dit voor veel systemen niet onderscheidend is, is dat nu weggelaten.
De info hebben we verkregen van de keurmerkorganisaties (Skal, CPE, etc) en de Dierenbescherming. Het is dus niet de bedoeling dat hierin verschillen zijn.
Verschillen die we hebben gevonden:
Rund 1 ster
Buiten minimaal 150 dagen versus april tot oktober -> dit is niet in strijd met elkaar
Kalfjes 6 maanden of 3 maanden bij moeder -> we zullen dit checken en wijzigen
Rund 2 sterren is nog niet op de markt.
Rund 3 sterren is biologisch (we zullen de 3 sterren aan de tabel toevoegen)
210 versus 120 dagen in de wei -> we zullen dit checken en eventueel wijzigen
6 maanden of geen eis voor kalfjes bij moeder -> Voor biologisch is dit geen duidelijke eis, blijkbaar stelt de Dierenbescherming een extra eis?
Kip 1 ster
Uitloop van minimaal 20% versus 0,3 m2 -> dit is niet in strijd met elkaar
Kip 3 sterren
Leven circa 80 dagen, leven 81-87 dagen; geen duidelijk verschil
In het rapport van de Dierenbescherming, 4 jaar beter leven, staan wel m2 genoemd.
We proberen de tabellen altijd actueel en compleet te houden. Door wijzigingen in eisen en normen en de markt is dit continu in ontwikkeling.
We stellen het op prijs als mensen ons scherp volgen.
Met vriendelijke groet,
Patricia Schutte
Ik blijf het ondertussen raar vinden dat het Voedingscentrum een gen versie hanteert van een systematiek die door de Dierenbescherming is ontwikkeld.
inzien is het meer een streek die Spar levert dan dat Spar eieren uit de streek levert.
Ik vermoedde onraad toen ik ontdekte dat de eieren maar één ster van de dierenbescherming krijgen, uit Oirschot worden geïmporteerd (88 km enkele reis), begin vorige maand zijn gelegd, maar ook en vooral vanwege de foto's van Harry Beekman, tussen zijn loslopende kippen. Immers scharrelkippen lopen niet los, maar zitten in een krappe kooi. Wat ook geweldig aan de foto's is, een hele berg eieren in het hooi. Hooi+kippen+eieren?? De styliste heeft duidelijk meer verstand van andere zaken.
Ook nog even een blik geworpen op het sterrensysteem van de Dierenbescherming. Wat schetst mijn verbazing... runderen die lekker buiten lopen in een kudde, alleen de koudste maanden in een stal leven, komen nooit verder dan 1 ster, maar kippen die stuken slechter af zijn dan deze runderen, krijgen er maar liefst drie (3, ***). Kennelijk is de lobby van de kippenboeren en stuk beter dan die van de rundveehouders. Vandaar dus ook dat de EU zo graag en vaak reclame maakt voor het meest veelzijdige stukje vlees.
Aanvulling
In het kader van de check, check en dubbelcheck keek ik nog een keer naar de sterrenklassificatie, maar ineens kon ik niks meer over de vierkante meters per kippenratio vinden. Ik vreesde Korsakov of erger, tot ik ontdekte dat de ik mijn informatie had gehaald van de site van het Voedingscentrum en dat die hele andere criteria weergeeft dan die van de Dierenbescherming...
Het lijkt logisch dat de Dierenbescherming de meest betrouwbare bron is, maar aan de andere kant kan ik me niet voorstellen dat het Voedingscentrum zelf met een kippen/oppervlakteratio komt, dus dat is wel weer heel raadselachtig en dus herzie ik mijn oorspronkelijke tekst nog maar even niet.
Ik ga maar even bellen.
Dat leidde tot de volgende reactie van het Voedingscentrum:
Beste Lex van Nek,
In de keuze van onze criteria hebben we gelet op de prioriteiten vanuit consumenten en dierenwelzijnsorganisaties.
Onze focus was op ruimte en daglicht. In eerdere tabellen was er ook info over voer en strooisel, maar omdat dit voor veel systemen niet onderscheidend is, is dat nu weggelaten.
De info hebben we verkregen van de keurmerkorganisaties (Skal, CPE, etc) en de Dierenbescherming. Het is dus niet de bedoeling dat hierin verschillen zijn.
Verschillen die we hebben gevonden:
Rund 1 ster
Buiten minimaal 150 dagen versus april tot oktober -> dit is niet in strijd met elkaar
Kalfjes 6 maanden of 3 maanden bij moeder -> we zullen dit checken en wijzigen
Rund 2 sterren is nog niet op de markt.
Rund 3 sterren is biologisch (we zullen de 3 sterren aan de tabel toevoegen)
210 versus 120 dagen in de wei -> we zullen dit checken en eventueel wijzigen
6 maanden of geen eis voor kalfjes bij moeder -> Voor biologisch is dit geen duidelijke eis, blijkbaar stelt de Dierenbescherming een extra eis?
Kip 1 ster
Uitloop van minimaal 20% versus 0,3 m2 -> dit is niet in strijd met elkaar
Kip 3 sterren
Leven circa 80 dagen, leven 81-87 dagen; geen duidelijk verschil
In het rapport van de Dierenbescherming, 4 jaar beter leven, staan wel m2 genoemd.
We proberen de tabellen altijd actueel en compleet te houden. Door wijzigingen in eisen en normen en de markt is dit continu in ontwikkeling.
We stellen het op prijs als mensen ons scherp volgen.
Met vriendelijke groet,
Patricia Schutte
Ik blijf het ondertussen raar vinden dat het Voedingscentrum een gen versie hanteert van een systematiek die door de Dierenbescherming is ontwikkeld.
vrijdag 27 mei 2011
Bestuursschizofrenie
ESBL, MRSA, EHEC... alsof je bij de oogarts zit, maar het blijkt de supermarkt te zijn.
Mijn oog op een artikel dat ooit in FEM heeft gestaan en dat vraagtekens plaatst bij de eeuwigdurende campagne voor het eten van plofkippenvlees. "Kip het meest veelzijdige stukje vlees"... "Deze campagne is mogelijk gemaakt door de EU".. Eigenlijk heb ik weinig aan dat artikel toe te voegen. Immers, het blijft raar dat onze overheid in sommige gevallen zo'n uitbundige vrijgevigheid tentoonspreidt en dan tegelijkertijd blijft hameren op zaken als zelfregulering, niet willen betuttelen, vermindering van de regeldruk en nog wat van die andere mantra's. Het lijkt wel een vorm van bestuursschizofrenie.
Anders gezegd, de kippenboeren krijgen zoveel geld van de overheid, dat kippenboeren in Afrika worden doodgeconcurreerd. Tegelijkertijd brengt de sector de volksgezondheid in gevaar door onverantwoord antibioticagebruik. Maar daar kan de overheid niet ingrijpen, want dat tast het vrije ondernemerschap aan, verstoort de marktwerking, uh zoiets.
Wrang is ook dat de biologische kippen besmet blijken met ESBL, wrang omdat de plofkippenliefhebbers* er maar niet in slagen hun triomfalistische lachje te onderdrukken en wrang omdat de kans heel groot is dat het vlees in de slachterij besmet raakt omdat de nVWA haar taken volgens de letter en niet volgens de logica opvat. Als er staat "controle op schoonmaken", controleert de nVWA niet op het resultaat, maar slechts op de handeling.
Nog even over de eerbiedwaardige minister Schippers. Volgens haar is er geen verband tussen EHEC en antibioticamisbruik. Natuurlijk hoeft dat verband er niet te zijn. Die E-coli bacterie kan best door een andere oorzaak zijn gemuteerd (voorheen maakte deze bacterie met name slachtoffers onder kinderen en nu worden in overwegende mate volwassen vrouwen het slachtoffer). Maar er is wel een duidelijk verband tussen het relatief hoge aantal dodelijke slachtoffers en het antibioticamisbruik. Want de bestrijding van de verschijnselen is moeizaam om dat de bacterie resistent is tegen gangbare antibiotica.
Jammer trouwens dat de berichtgeving in de Volkskrant is overgelaten aan een redacteur die zich niet echt in de materie heeft verdiept. Wat ook wel jammer is dat ook mevrouw Voortman van GL en mevrouw Wiegman van de CU dingen roepen die niet van veel kennis getuigen. En dus komt Bleker weg met de opmerking dat hij er in november op terugkomt... ergens heb ik het gevoel dat we minder lang hoeven te wachten.
Zie ook: MijnKoeJouwKoe
Mijn oog op een artikel dat ooit in FEM heeft gestaan en dat vraagtekens plaatst bij de eeuwigdurende campagne voor het eten van plofkippenvlees. "Kip het meest veelzijdige stukje vlees"... "Deze campagne is mogelijk gemaakt door de EU".. Eigenlijk heb ik weinig aan dat artikel toe te voegen. Immers, het blijft raar dat onze overheid in sommige gevallen zo'n uitbundige vrijgevigheid tentoonspreidt en dan tegelijkertijd blijft hameren op zaken als zelfregulering, niet willen betuttelen, vermindering van de regeldruk en nog wat van die andere mantra's. Het lijkt wel een vorm van bestuursschizofrenie.
Anders gezegd, de kippenboeren krijgen zoveel geld van de overheid, dat kippenboeren in Afrika worden doodgeconcurreerd. Tegelijkertijd brengt de sector de volksgezondheid in gevaar door onverantwoord antibioticagebruik. Maar daar kan de overheid niet ingrijpen, want dat tast het vrije ondernemerschap aan, verstoort de marktwerking, uh zoiets.
Wrang is ook dat de biologische kippen besmet blijken met ESBL, wrang omdat de plofkippenliefhebbers* er maar niet in slagen hun triomfalistische lachje te onderdrukken en wrang omdat de kans heel groot is dat het vlees in de slachterij besmet raakt omdat de nVWA haar taken volgens de letter en niet volgens de logica opvat. Als er staat "controle op schoonmaken", controleert de nVWA niet op het resultaat, maar slechts op de handeling.
Nog even over de eerbiedwaardige minister Schippers. Volgens haar is er geen verband tussen EHEC en antibioticamisbruik. Natuurlijk hoeft dat verband er niet te zijn. Die E-coli bacterie kan best door een andere oorzaak zijn gemuteerd (voorheen maakte deze bacterie met name slachtoffers onder kinderen en nu worden in overwegende mate volwassen vrouwen het slachtoffer). Maar er is wel een duidelijk verband tussen het relatief hoge aantal dodelijke slachtoffers en het antibioticamisbruik. Want de bestrijding van de verschijnselen is moeizaam om dat de bacterie resistent is tegen gangbare antibiotica.
Jammer trouwens dat de berichtgeving in de Volkskrant is overgelaten aan een redacteur die zich niet echt in de materie heeft verdiept. Wat ook wel jammer is dat ook mevrouw Voortman van GL en mevrouw Wiegman van de CU dingen roepen die niet van veel kennis getuigen. En dus komt Bleker weg met de opmerking dat hij er in november op terugkomt... ergens heb ik het gevoel dat we minder lang hoeven te wachten.
Zie ook: MijnKoeJouwKoe
Abonneren op:
Posts (Atom)









