Posts tonen met het label fairtrade. Alle posts tonen
Posts tonen met het label fairtrade. Alle posts tonen

vrijdag 12 december 2014

Biologische kul

Biologisch opslagrek
We geven grif toe niet onbevooroordeeld te zijn. Dat is een beletsel voor objectiviteit, dus u bent gewaarschuwd.

Er zijn keurmerken die als doel lijken te hebben de consument op het verkeerde been te zetten. Eigenlijk zijn die niet het ergst, want u prikt daar toch wel doorheen. U snapt ook wel dat gezonder heel iets anders is dan gezond. Erger dan deze keurmerken zijn de keurmerken die heel bonafide lijken.

Protocollenfetisjisten
Deze keurmerkorganisaties kunnen het leven van eerzame producenten e.d. onmogelijk maken. Zo waren we, tot onze verbijstering, al een keer gestuit op het verschijnsel biologische slager. Biologisch gehouden vee moet volgens het keurmerk worden geslacht door een slager die alleen biologisch vee slacht. Jammer, maar helaas voor de ambachtelijke zelfslachtende slager, jammer voor dieren die lekker lang op transport mogen, maar het is niet anders volgens de protocollenfetisjisten.

Maar het kan nóg gekker. Transport en opslag dienen voor het SKAL-keurmerk eveneens "biologisch" te zijn. We stuitten daarop tijdens een gesprek met iemand die biologisch en faitrade sap importeert. Dat sap moet - zo blijkt - in een gecertificeerde ruimte worden opgeslagen en in een gecertificeerde auto worden vervoerd. Het mag niet in contact komen met niet-biologische producten... Wij snappen dat niet zo. Het gaat nota bene om diepgevroren sappen. Maar ook als het zou gaan om laten we zeggen eieren of bloemkolen, maakt het dan iets uit of het buurei of de buurkool afkomstig is van een bedrijf dat niet-biologisch is?

Godsdienstijver [niets ontziende]
Behalve dat deze eis ons ernstig doet denken aan niets ontziende godsdienstijver, leidt het ertoe dat het doel - een betere wereld - weer wat verder op afstand wordt geplaatst. Immers, het maakt biologische producten nodeloos duur en bovendien leidt het tot meer uitstoot en andere vormen van vervuiling. De vervoerder bijvoorbeeld moet elke jaar €2000 betalen voor zijn certificaat. Dat moet worden terugverdiend. Daarnaast is het logistiek onhandig als je geen niet-biologiche producten mag laden omdat anders met een half lege wagen moet rijden... en hoe biologisch is het om door volslagen onzinnige eisen extra broeikasgassen en fijnstof uit te stoten?



dinsdag 26 juni 2012

Vermoeiende types

Zaterdag wat stevige gesprekken gehad met boeren. Altijd weer interessant en ook leuk dat de een zo anders in het leven staat als de ander. Waar de een flexibel is is de ander soms wat defensief, althans in zijn of haar uitingen. Alleen jammer dat sommige boeren denken dat mijn doelstellingen haaks staan op hun doelstellingen.

Dat is niet alleen jammer, maar vooral ook onterecht en raar omdat ik altijd begin te stellen dat het voor mij begint met fairtrade. En dan doel ik niet op arme boeren in arme landen aan de andere kant van de wereld, maar op Nederlandse boeren die het te vaak ook niet breed hebben. Daarnaast moeten we denk ik stoppen met denken dat we het kunstje waarmee we het decennialang hebben volgehouden eindeloos kunnen herhalen.

Y-splitsing
Na afloop las ik op twitter iets van een melkveehouder die aangaf moe te worden [van die geluiden uit de samenleving] en het beu te zijn. Het proefde alsof ze al dat gemekker van consumenten zat was, van die stuurlui aan de wal die je wel even gaan vertellen wat je allemaal fout doet. Ik kan met het sentiment wel indenken, maar ik vind het wel een gevaarlijke denkwijze; alsof de consument iets anders is dan je klant...

Nu zal het voor veel boeren ook wel zo voelen, want de afstand tussen boer en eindgebruiker is haast onoverbrugbaar. De klant is de coöperatie die de melk afneemt of de multinational die de varkens koopt of... De klant is nog eerder een ministerie met eisen, wensen, regelgeving, protocollen dan de klant die de producten consumeert. Ergens moet het zijn misgegaan en kwamen de boeren en de eindgebruikers op een y-splitsing waarbij de boeren de ene kant op gingen en de consumenten de andere. Heel lang interesseerden de consumenten zich niet voor de landbouw en vice versa, maar op een bepaald moment kregen sommige consumenten een uitgesproken mening over 'de' landbouw. Dat lijkt ook de reden dat zo'n boer aangeeft moe te worden van die 'vervelende klanten'.

Bystander-effect
Het feit dat 'de' klant van 'de' boer een multionational is - of iets wat daar op lijkt -  leidt er ook toe dat boeren nog steeds voornamelijk denken in volumes en in lage kosten. De vraag is alleen of dit geen doodlopende route is. Nederlandse boeren behoren tot de wereldtop als het gaat om hoge rendementen. We halen het uiterste uit elke hectare, iedere koe en ieder varken. De vraag is alleen hoe lang het nog duurt voordat boeren in andere landen het bijna net zo goed kunnen. Even goed hoeft niet eens, want veelal zullen de grondprijzen lager zijn, de wetgeving coulanter, de arbeidskosten lachwekkend en de binnenlandse markt groot.

De vraag is of de sector hier snel genoeg op kan reageren. Ik ben eerlijk gezegd pessimistisch. Het probleem is dat de sector opereert als een sector, dat er wordt gedacht in termen van een collectief. Dat laatste leidt tot een soort bystander-effect, waarbij iedereen op iedereen wacht. Het idee lijkt te hebben postgevat dat individuele merken (de boer als merk) ertoe leiden dat boeren uit elkaar worden gespeeld. Maar uitgespeeld worden is volgens mij een economische natuurwet die zich niet laat negeren en die ook kansen biedt. Het alternatief is dat je als boer een anonieme aanbieder wordt van anonieme producten waarbij prijs het enige criterium is. Dat verandert niets aan die natuurwet, maar het maakt wel dat je als boer volledig inwisselbaar bent voor elke andere boer. Dat is uiteraard erg prettig voor de inkopers van grote organisaties, maar niet voor individuele boeren of de sector.

Dat hij daar behoefte aan kón hebben
Het leidt er wellicht ook toe dat sommige boeren de eindgebruiker, de consument zien als vermoeiende types. Het leidt er wellicht ook toe dat de sector als geheel zo reactief is. Dat klanten in opstand komen tegen misbruik van antibiotica en plofkippen is eigenlijk een teken aan de wand. Ze geven daarmee aan behoefte te hebben aan productinnovatie. In de meeste andere sectoren komt die vanuit de bedrijven zelf; daar wordt niet gewacht op klanten die vragen om een iPad of een inductiekookplaat. Nee, die klant wist helemaal niet dat hij daar behoefte aan kón hebben.

Als de landbouw een normale markt was geweest... dan waren zaken als mrsa en esbl misschien helemaal nooit een probleem voor de totale sector geweest. Dan was het beperkt geweest tot een 'product recall' van een individueel merk, zoals we dat wel vaker zien. Dan hadden boeren een kans gezien om zich daarmee te onderscheiden. Maar het is een markt die liever niet inent tegen Mond-en-Klauwzeer vanwege de exportpositie... van het collectief. Het is zodoende een reactieve markt die rustig afwacht tot de verwoestende werking van het eerstvolgende voedselschandaal voor de zoveelste keer toeslaat.

Dat collectivistische lijkt er ook toe te leiden dat voortrekkers die veel geld steken in innovaties daar nauwelijks iets voor terugzien. Het grootste deel van hun duurdere product 'verdwijnt' alsnog via de gangbare kanalen en ligt niet veel later in de schappen van de supermarkten. Daar zou toch echt verandering in moeten komen.




zaterdag 24 december 2011

Fair is alleen maar Fair als er FairTrade op staat

Laat ik altijd hebben gedacht dat het feit dat fairtrade producten altijd uit Afrika, Latijns-Amerika en Azië lijken te komen een wrange speling van het lot was. Gelukkig is dat niet zo. Er is namelijk over nagedacht, van achter strak vormgegeven bureaus.

Fairtrade Labeling Organisations International heeft een kantoor in Bonn en daar ziet men er nauwgezet op toe dat er geen misbruik wordt gemaakt van het begrip fairtrade. Dat is maar goed ook, want zo'n keurmerk leidt tot extra omzetgroei en is dus gewild bij lieden die niet helemaal te vertrouwen zijn.

Toen een restauranteigenaar zich bij me beklaagde over de slechte verkrijgbaarheid van fairtrade wijn, tuinde ik er weer eens in. Ik dacht hem wel even te kunnen helpen aan goede wijn van armlastige wijnboeren in de oude wereld. Maar zo werkt het dus niet, want de mensen van de Fairtrade Labeling Organisation hebben bedacht dat je in Europa of als inwoner van een land dat lid wil worden van de EU niet arm kunt zijn en/of niet uitgebuit kunt worden. Ze hanteren ook een bepaald gemiddeld inkomen, ongeacht of je in een land woont waar je je halve inkomen in de verwarming van je huis moet steken en het groeiseizoen drie maanden duurt of dat je in een land woont waar er geen woord is voor het begrip kachel.

Dus boeren in de armste delen van Transnistrië, Turkije en Tsjetsjenië hebben het per definitie goed, zoals alle boeren binnen de EU. Die hebben geen bescherming nodig of een beetje hulp van een keurmerk dat hun product net een beetje aantrekkelijker maakt dan dat van bedrijven die er geen enkel probleem in zien om hun leveranciers het mes op de keel te zetten ten behoeve van de maximering van de marges.

Raar? Misschien  iet, maar ik snap er weer eens helemaal niets van.


vrijdag 5 augustus 2011

Moeilijke woorden?

Ik heb de fout begaan in één tweet twee moeilijke woorden te gebruiken. Ik kreeg meteen de kous op de kop. Wat echter vreemd was, de indruk werd gewekt dat ik agrarische vaktaal bezigde, terwijl ik het had over 'homogeniteit' en 'bulkproductie', begrippen die ikzelf eerder associeer met de industrie.

De directe aanleiding voor het gebruik van deze begrippen vormde een opmerking in een discussie over de Livar varkens. Ergens in die discussie werd gesteld dat Nederland te klein is om alle varkens buiten in de modder te laten wroeten. Iemand wierp toen de vraag op of we als land per se zoveel voor de export moeten produceren.

We hebben in Nederland op dit moment zo'n 12.000.000 varkens en aangezien ze een half jaar mee gaan mag het duidelijk zijn  dat het overgrote deel van deze dieren is bestemd voor de export. Als land zijn we altijd zeer succesvol geweest in deze tak van sport. Het heeft ons geen windeieren gelegd, maar de vraag  mag worden gesteld  of we niet eens moeten gaan nadenken over een andere koers. Het probleem met deze vorm van export is namelijk dat er alleen wordt geconcurreerd op prijs.

Dankzij ver doorgevoerde mechanisatie ging dat heel lang heel goed, maar de vraag is hoe lang nog, want in landen als Polen, Argentinië en China snappen ze ook steeds beter hoe het werkt. Nestlé bijvoorbeeld investeert in China om lokale boeren in staat te stellen kwalitatief hoogwaardige melk te produceren. De drie genoemde landen hebben een duidelijk concurrentievoordeel als het gaat om de kostprijs: land in overvloed en arbeid is spotgoedkoop. Bij ons daarentegen is de rek er wel een beetje uit. Het enige wat we nog kunnen doen zijn nóg grotere stallen en dus nog minder bedrijven, maar dan vrees ik dat het met de landbouw dezelfde weg op gaat als met de ooit florerende scheepsbouw. De enige werven die het hebben overleefd zijn de bouwers van gespecialiseerde schepen als Damen en IHC.

Het probleem van homogene bulkproducten is dat ze geen onderscheidend vermogen hebben. Ze zijn  inwisselbaar en de eindgebruiker merkt niet of het om product A of product B gaat. Voor de handelaar of intermediair is dat prettig, want die kan lekker shoppen voor de laagste prijs en het risico ligt bij de primaire producent.

Als je als bedrijfstak echter al zolang bent ingesteld op het produceren van homogene bulkproducten tegen de laagst mogelijke prijs, dan is het heel erg lastig om de bakens te verzetten. Het vergt het een totaal andere bedrijfsvoering én een andere mindset. De gemiddelde moderne Nederlandse boer kan zich bijna volledige concentreren op de productie-technische aspecten van de bedrijfsvoering omdat hij maar een beperkt aantal grote afnemers heeft. Product-innovatie en zaken als marketing en verkoop zijn de facto meestal uitbesteed. Makkelijk en efficiënt, nodig ook, want hij heeft het al druk genoeg, maar het maakt hem wel kwetsbaar. De afstand tussen de boer en de eindgebruiker is zodoende namelijk heel groot.

Een bijkomend, maar cruciaal, probleem is dat een boer een meer dan gemiddeld grote behoefte heeft aan afzetzekerheid. Immers de periode van zaadje tot karbonaadje, bloem of suiker beslaat al snel een jaar en dan hebben we het nog niet eens over een product als melk. Als je 15 hectare inzaait met bijvoorbeeld tarwe, gerst of bieten, dan wil je wel zeker weten dat je de oogst aan het einde van het seizoen kunt verkopen, vooral als de marge maar minimaal is.

Hop
Wat dat aangaat is het allemaal heel begrijpelijk dat boeren erg moedeloos worden van half geïnformeerde buitenstaanders die ze komen vertellen dat het allemaal anders moet. Buitenstanders ook, die zelf geen enkel risico lopen.

De oplossing lijkt ver weg, maar misschien zit de oplossing verborgen in de laatste bijzin. Ooit werd ik gebeld door een kleine bierbrouwer die niet meer aan hop kon komen. Hij had het vermoeden dat er met hop werd gespeculeerd en dat leidde zowel tot heel hoge prijzen als tot slechte verkrijgbaarheid. Overigens was het eveneens haast ondoenlijk om aan flesje te komen. Ik ben toen andere brouwers gaan bellen en die kampten met hetzelfde probleem. Het probleem met speculatie is dat zowel de primaire producent als de eindegebruiker er last van heeft. Mijn voorstel was toen om als brouwers een collectief te vormen en gezamenlijk een contract af te sluiten met hoptelers waarbij beide partijen zich vastleggen op een aantal tonnen hop en op een prijs.

Het bleek achteraf geen originele gedachte en er was zelf al een naam voor: co-trading. Maar wat brouwers kunnen met hoptelers, kunnen vleeseters en groente- en fruitliefhebbers natuurlijk ook. Dat hoeft zich niet te beperken tot particulieren, de horeca en kan hetzelfde doen. In feite is ook MijnKoeJouwKoe op dit principe gebaseerd. Het komt erop neer dat je samen met de boer overlegt wat je precies wilt hebben en dat je een deel van het ondernemersrisico van hem overneemt. Dat haalt de vrijblijvendheid weg, maar leidt bovendien tot een veel kortere keten zodat de kosten redelijk blijven.

woensdag 13 juli 2011

Ver weg, verziend, fairtrade?


Natuurlijk draag ik iedere cacaoboer, koffieplanter en bananenplukker een warm hart toe, maar soms bekruipt me het gevoel dat veel fairtrade werkt als een aflaat. Ik bedoel, zet zo'n enkele faire chocoladeletter per jaar nu echt zoden aan de dijk of is het een makkelijke manier om het geweten te sussen?


Als je anno 2011 nog chocoladeletters cadeau durft te geven zonder Max Havelaar-logo heb je heel wat uit te leggen. Dat is fijn voor de voorheen uitgebuite boeren in landen als Ghana, Ivoorkust en Colombia. Maar de boer om de hoek, daar kijken we niet naar om. Die mag van ons best een beetje worden uitgebuit, die hoeft geen 'faire trade' en mag zijn producten best blijven aanbieden tegen prijzen die lachwekkend laag zijn. Melk voor de prijs van mineraalwater, eieren voor vooroorlogse prijzen, kipfilet die minder kost dan kattenvoer dat wordt gemaakt van kadavers.


Je vraagt je ook meteen af waar het zelfrespect is van de consument die dat alles normaal vindt. Het uitknijpen van boeren in Nederland leidt bovendien tot een soort domino-effect. Het maakt dat deze boeren, willen zo overleven, zich voor alles moeten concentreren op de kostprijs. Dat betekent dat er zo'n beetje op alles moet worden bezuinigd. Dus moeten de koeien binnen blijven, mogen er geen bomen in de weiden, dient elke mogelijke aandoening preventief te worden bestreden, is schaalvergroting geen bewijs van succes maar een eis van de bank en bestaat het krachtvoer uit soja van plantages waar eerst... ach en zo zijn we weer bij de koffie en cacaoboertjes van onze chocoladeletters.


Wat te weinig mensen weten is dat die eenzijdige inzet op kosten bij Nederlandse boeren ertoe leidt dat koeien gemiddeld maar zo'n 5,3 jaar oud worden. Dat heeft niks te maken met het feit dat oudere koeien minder produceren, sterker nog, als ze acht zijn produceren ze optimaal en dat kan met gemak doorgaan tot ze dertien of ouder zijn. De werkelijke reden is dat boeren moeten bezuinigen op strooiselmateriaal. Stro is te duur en dus wordt er zaagsel gestrooid, maar dat werkt minder goed dan stro en dus glijden koeien vaker uit en als dat leidt tot een gebroken poot rest de gang naar de slager.


Hoog tijd dus voor Max Havelaar melk, vlees, eieren van eigen bodem. Via MijnKoeJouwKoe en De Vrije Koe en andere co-trading initiatieven kan je er gelukkig al meteen wat aan doen want ik vrees dat met name de grootgrutters helemaal niet zitten te wachten op fair trade voor producten die een kort houdbaar zijn en die borg grote volumes worden verhandeld.