Posts tonen met het label supermarkten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label supermarkten. Alle posts tonen

vrijdag 20 november 2015

DDR AGF en schaamlapjes

Misschien wat veel afkortingen voor een kop, maar nood breekt wet. Later wordt het wel duidelijk. We waren afgelopen week bij een biologische boer en bij een ambachtelijke slager in verband met de organisatie van de Terra Madre dag van Slow Food te Kinderdijk. Tijdens beide gesprekken kwam de beperkte keuze in de supermarkt aan bod.

Misschien dat u ons nu verdenkt van hersenverweking van de progressieve soort. Immers, het supermarktaanbod is toch juist overweldigend en je ziet door de bomen het bos niet meer. Dat beeld klopt óók, maar we willen het niet hebben over zaken als wc-papier, fantasiezuivel, koffie en al die andere merkproducten. Want inderdaad, keus te over.

Mensrechtenaantastende uitwas
Dat geldt niet voor vlees, groenten, fruit en aardappelen. Want waar u bij de koffie een ruim aanbod heeft van arabica, robusta, rood-, goud- en nog wat merk, bonen, verschillende malingen en soorten branding en dat alles van verschillende merken en al dan niet met of zonder cafeïne en wel/niet van de faitrade, rainforest alliance, UTZ en wat dies meer zij. bestaat het spruitjesaanbod* uit één [1].

Niemand die zich daarover verbaast, zoals ze zich indertijd in de DDR ook niet verbaasden over geen keuze mogelijkheden in de winkels. Wij, aan de goede kant van het IJzeren Gordijn, vonden dat een mensrechtenaantastende uitwas van de Socialistische Heilstaat. Maar dat de supermarkten bepalen dat we maar één spruitjesras mogen eten vinden we heel normaal. En dat terwijl er minstens 32 verschillende rassen zijn en al die rassen hebben iets dat het voorkeursspruitje van de supermarkt niet heeft en dat is smaak. Het kenmerkende bittertje is er vakkundig uitgeteeld en de shelflife - zoals dat heet - is maximaal opgevoerd.

Emulgatorenrijk
Voor de supers een groot voordeel, want nu lust iedereen spruitjes. En om nog iets te proeven koopt u er maar een emulgatorenrijk sausje bij of gaat u ze wokken in een gearomatiseerde wokolie (dat hebben ze dan weer wel).

Voor vlees geldt grosso modo hetzelfde. Het aantal snits is lekker beperkt, dat maakt het schappenvullen lekker overzichtelijk. Zo kan je mooi sparen op personeelskosten want niemand stelt vragen over minder bekende snits als bavette, jodenhaas, pianostuk of puntborst. Vlees dat minder toonbaar is wordt gepimpt en levert zo een mooie marge op als gepaneerde schnitzel of ander kant-en-klaarvlees dat u alleen maar even in de pan hoeft te leggen. Wij noemen dat schaamlapjes en wie zich moet schamen, dat mag u zelf uitmaken.

Bij de aardappelen lijkt het iets minder erg, maar ook hier schrijdt de debilisering voort. We hoeven echt niet te weten welke rassen we kunnen kopen. De aanduiding kruimig of vastkokend is meer dan voldoende.

*vervang spruitjes gerust door elke andere groente

maandag 11 mei 2015

Supermarktspecialist

Gerard Rutte is supermarktspecialist. U wist misschien niet dat het bestond, supermarktspecialist, maar hij ís het. En dat is mooi. We hebben verder geen oordeel over zijn bekwaamheid, maar toen we hem afgelopen zaterdag aanhoorden, steeg hij met sporten tegelijk op onze irritatieladder.

Dus misschien zijn we wat bevooroordeeld. Dat u het weet. Zijn visie op de wereld buiten de supermarkten lijkt ons wat simplistisch als we het diplomatiek mogen verwoorden. Zijn manier van uitdrukken druipt van het dédain jegens alles wat geen supermarktbaas is, van vakkenvuller, via veilingdirectie (pannenkoeken die geen winst kunnen maken) tot boeren die écht niet moeten zeuren.

Vers verschenen rapport 
Aanleiding was de macht die de supermarkten volgens een vers verschenen rapport hebben. Die macht heeft een negatief effect op medewerkers, leveranciers, consumenten en voedselaanbod. Volgens meneer Rutte is daar niks van waar. We hebben zo'n beetje alles te danken aan die supermarkten, van rijk aanbod tot voedselveiligheid aan toe.

ONee, dan die boeren, 'die speculeren zelf ook met de aardappelen door een deel achter te houden en te wachten tot de prijs stijgt'. En als ze goed verdienen, dan hoor je ze niet. Dat die prijs ook kan kelderen, vergeet de supermarktspecialist gemakshalve te vermelden. Dat de supermarkt zoveel macht heeft dat deze gewoon een prijsverlaging aan leveranciers oplegt om aan acties te kunnen doen vermeldt hij al evenmin.

Jattende Chinezen
Die boeren moeten ook gewoon met de tijd meegaan, de sukkels. Gewoon met onderscheidende producten komen. Wil de markt biologisch, dan lever je toch biologisch.. Gaat dan dan zomaar? Uiteraard niet, maar dat zal wel detaillistisch geneuzel zijn.

Ook amusant was de opmerking over het feit dat maar tien procent van de melk in Nederland blijft. De rest gaat als melkpoeder de hele wereld over. En er is zoveel vraag naar, dat het door 'die Chinezen' uit winkels wordt 'gejat'. Uiteraard ook allemaal de schuld van die domme boeren, hadden ze maar even meer melkpoeder moeten gaan produceren... Je vraagt je toch echt af of deze deskundige wel eens een koe heeft gezien en een klein beetje het nieuws volgt.

Leuk zijn ook de tegenstrijdigheden in zijn betoog. In één ademtocht spreekt hij de overtuiging uit dat supermarkten "steeds minder soorten in de schappen gaan leggen", maar ook dat boeren met onderscheidende producten moeten komen.. dat lijkt ons te leiden tot méér soorten, maar gelukkig snappen wij niets van supermarkten.

Enfin, om met Koot te spreken, we hebben het weer van ons afgeschreven. Zelf luisteren? Klik hier.


dinsdag 3 januari 2012

Ben ik nou zo dom?

Ik snap er weer eens niets van. Volgens mij zijn er veel mensen die een voorkeur hebben voor authenticiteit. Voor de supers levert dat problemen op. Die staan op een forse achterstand als ze producten willen aanbieden die ambachtelijkheid en authenticiteit moeten uitstralen. Past niet in hun mindset en evenmin bij hun imago. Van die kleine porties iets in een verpakking die zonder meer buitenproportioneel genoemd kan worden en die allesbehalve authentiek of puur of eerlijk aandoet.

Nu lees ik echter in Trouw dat Sandra Baan van Studio Baan in Venlo een reddingsactie is gestart voor groent en fruit dat er anders uit ziet. Dus aubergines, paprika's, komkommers die niet voldoen aan een of andere DIN-A4 norm, maar die er vaak grotesk uitzien. Dat is leuk om te zien en de smaak is er niks minder om, maar de harde praktijk wil dat ze worden ausradiert door veilingen en supers want we willen dat niet. Ja u leest het goed, u wilt weer eens iets niet en het is uw domme schuld dat die arme supers kostbaar voedsel moeten weggooien.

Sandra is zodoende met een initiatief gekomen dat ertoe leidt dat het misvormde groente en fruit wordt gebruikt door cateraars in instellingen. Uiteraard steek ik liever de loftrompet over mijn eigen goede daden en tuit ik liefst mijn eigen lof, maar Sandra's idee een eind te maken aan deze praktijk is briljant en terecht beloond met een nominatie voor de Nima-marketingprijs, categorie duurzaam ondernemen. De veilingen en de supers zijn er niet blij mee. Als ik veiling of super zou zijn, zou ik het echter wel weten: ik zou alle misvormde groente en fruit prominent uitstallen. Gewoon in de krat, zonder verspillende verpakking met lullige teksten. En meteen zou ik een stuk authentieker, puurder en eerlijker overkomen als super.

vrijdag 5 augustus 2011

Moeilijke woorden?

Ik heb de fout begaan in één tweet twee moeilijke woorden te gebruiken. Ik kreeg meteen de kous op de kop. Wat echter vreemd was, de indruk werd gewekt dat ik agrarische vaktaal bezigde, terwijl ik het had over 'homogeniteit' en 'bulkproductie', begrippen die ikzelf eerder associeer met de industrie.

De directe aanleiding voor het gebruik van deze begrippen vormde een opmerking in een discussie over de Livar varkens. Ergens in die discussie werd gesteld dat Nederland te klein is om alle varkens buiten in de modder te laten wroeten. Iemand wierp toen de vraag op of we als land per se zoveel voor de export moeten produceren.

We hebben in Nederland op dit moment zo'n 12.000.000 varkens en aangezien ze een half jaar mee gaan mag het duidelijk zijn  dat het overgrote deel van deze dieren is bestemd voor de export. Als land zijn we altijd zeer succesvol geweest in deze tak van sport. Het heeft ons geen windeieren gelegd, maar de vraag  mag worden gesteld  of we niet eens moeten gaan nadenken over een andere koers. Het probleem met deze vorm van export is namelijk dat er alleen wordt geconcurreerd op prijs.

Dankzij ver doorgevoerde mechanisatie ging dat heel lang heel goed, maar de vraag is hoe lang nog, want in landen als Polen, Argentinië en China snappen ze ook steeds beter hoe het werkt. Nestlé bijvoorbeeld investeert in China om lokale boeren in staat te stellen kwalitatief hoogwaardige melk te produceren. De drie genoemde landen hebben een duidelijk concurrentievoordeel als het gaat om de kostprijs: land in overvloed en arbeid is spotgoedkoop. Bij ons daarentegen is de rek er wel een beetje uit. Het enige wat we nog kunnen doen zijn nóg grotere stallen en dus nog minder bedrijven, maar dan vrees ik dat het met de landbouw dezelfde weg op gaat als met de ooit florerende scheepsbouw. De enige werven die het hebben overleefd zijn de bouwers van gespecialiseerde schepen als Damen en IHC.

Het probleem van homogene bulkproducten is dat ze geen onderscheidend vermogen hebben. Ze zijn  inwisselbaar en de eindgebruiker merkt niet of het om product A of product B gaat. Voor de handelaar of intermediair is dat prettig, want die kan lekker shoppen voor de laagste prijs en het risico ligt bij de primaire producent.

Als je als bedrijfstak echter al zolang bent ingesteld op het produceren van homogene bulkproducten tegen de laagst mogelijke prijs, dan is het heel erg lastig om de bakens te verzetten. Het vergt het een totaal andere bedrijfsvoering én een andere mindset. De gemiddelde moderne Nederlandse boer kan zich bijna volledige concentreren op de productie-technische aspecten van de bedrijfsvoering omdat hij maar een beperkt aantal grote afnemers heeft. Product-innovatie en zaken als marketing en verkoop zijn de facto meestal uitbesteed. Makkelijk en efficiënt, nodig ook, want hij heeft het al druk genoeg, maar het maakt hem wel kwetsbaar. De afstand tussen de boer en de eindgebruiker is zodoende namelijk heel groot.

Een bijkomend, maar cruciaal, probleem is dat een boer een meer dan gemiddeld grote behoefte heeft aan afzetzekerheid. Immers de periode van zaadje tot karbonaadje, bloem of suiker beslaat al snel een jaar en dan hebben we het nog niet eens over een product als melk. Als je 15 hectare inzaait met bijvoorbeeld tarwe, gerst of bieten, dan wil je wel zeker weten dat je de oogst aan het einde van het seizoen kunt verkopen, vooral als de marge maar minimaal is.

Hop
Wat dat aangaat is het allemaal heel begrijpelijk dat boeren erg moedeloos worden van half geïnformeerde buitenstaanders die ze komen vertellen dat het allemaal anders moet. Buitenstanders ook, die zelf geen enkel risico lopen.

De oplossing lijkt ver weg, maar misschien zit de oplossing verborgen in de laatste bijzin. Ooit werd ik gebeld door een kleine bierbrouwer die niet meer aan hop kon komen. Hij had het vermoeden dat er met hop werd gespeculeerd en dat leidde zowel tot heel hoge prijzen als tot slechte verkrijgbaarheid. Overigens was het eveneens haast ondoenlijk om aan flesje te komen. Ik ben toen andere brouwers gaan bellen en die kampten met hetzelfde probleem. Het probleem met speculatie is dat zowel de primaire producent als de eindegebruiker er last van heeft. Mijn voorstel was toen om als brouwers een collectief te vormen en gezamenlijk een contract af te sluiten met hoptelers waarbij beide partijen zich vastleggen op een aantal tonnen hop en op een prijs.

Het bleek achteraf geen originele gedachte en er was zelf al een naam voor: co-trading. Maar wat brouwers kunnen met hoptelers, kunnen vleeseters en groente- en fruitliefhebbers natuurlijk ook. Dat hoeft zich niet te beperken tot particulieren, de horeca en kan hetzelfde doen. In feite is ook MijnKoeJouwKoe op dit principe gebaseerd. Het komt erop neer dat je samen met de boer overlegt wat je precies wilt hebben en dat je een deel van het ondernemersrisico van hem overneemt. Dat haalt de vrijblijvendheid weg, maar leidt bovendien tot een veel kortere keten zodat de kosten redelijk blijven.

vrijdag 8 april 2011

Opening Landmarkt Schellingwoude

Het leven kan raar lopen. Vroeger liepen de koeien van mijn opa in Schellingwoude, gisteren bezocht ik de pas geopende Landmarkt in Schellingwoude. Mijn opa verkocht een deel van zijn melk direct aan een aantal mensen uit de buurt. Hij kon lyrisch worden over de smaak van de melk van een bepaalde koe: 'De melk van Klazina 3 is zo heerlijk notig.' Paling, spiering en sprotjes werden soms met vissers geruild voor zuivelproducten.

Maar goed, de jaren zestig en zeventig leidden tot stadsuitbreidingen, rondwegen, galerijflats, projectontwikkelaars en mijn opa moest maar elders gaan boeren. Vervolgens ging  het platteland innoveren, mechaniseren, consolideren en werd er niet meer verkocht aan de buren (stel je voor, rauwe melk en niet eens halfvol!), alles moest grootschalig en homogeen en bulk en export. De smaak werd weggerationaliseerd, want grootgrutters hebben zo hun eigen ideeën over wat de klant moet willen.

Gelukkig lijkt de wal het schip te keren en beginnen steeds meer mensen het gangbare supermarktaanbod zat te worden. Ze willen weer producten met een authentiek verhaal, met smaak en ze willen weten wie de boer achter de kaas, het vlees en de groente is. Maar veel boeren hebben geen tijd om hun eigen producten aan de man te brengen. De afstand tussen boer en klant, stad en platteland is te groot geworden voor de dagelijkse boodschappen

Landmarkt probeert die kloof te overbruggen met een concept dat bestaat uit een soort overdekte markt waar, naast bijzondere (streek)producten, ook alledaagse producten aangeboden worden zoals chips, bier en wc-rollen. Daarnaast is er een marktrestaurant waar de producten geproefd kunnen worden en verder heeft de bakker een café.

Het is nog wel te zien dat de Nederlandse boeren zich moeten herpakken als producenten van streekproducten. Aan het aanbod is te zien dat er maar weinig boeren in de directe omgeving zijn die klaar zijn voor dit concept. Zo komt het vlees uit de Betuwe en niet van een boer uit Waterland en iets soortgelijks geldt voor de groenten. Wat mij betreft zou ook de signing wel wat duidelijker een link mogen leggen naar de producerende boeren.

Het is al met al een dapper initiatief dat navolging verdient. Immers, de markt voor streekproducten bevindt zich in een typische kip-ei-situatie. De klanten willen wel streekproducten, maar ook gemak, de boeren willen wel produceren, maar willen ook afzetzekerheid. Voor boeren ligt dat iets complexer dan voor bijvoorbeeld een tekstschrijver. Zomaar even omschakelen is er voor een boer niet bij. Zijn productieprocessen duren gemiddeld een jaar en veel van zijn producten zijn zeer beperkt houdbaar. Landmarkt heeft heel dapper besloten deze vicieuze cirkel te doorbreken met een, (vooralsnog) noodzakelijker wijze, wat hybride concept. Laten we hopen dat de klanten blijven komen - gisteren was het druk - en dat ze iets in gang zetten waar iedereen blij van wordt. Dat ze met andere woorden een goed alternatief is voor het leveren aan dat handjevol inkoopcombinaties dat slechts kijkt naar kosten en efficiency.