Misschien wat veel afkortingen voor een kop, maar nood breekt wet. Later wordt het wel duidelijk. We waren afgelopen week bij een biologische boer en bij een ambachtelijke slager in verband met de organisatie van de Terra Madre dag van Slow Food te Kinderdijk. Tijdens beide gesprekken kwam de beperkte keuze in de supermarkt aan bod.
Misschien dat u ons nu verdenkt van hersenverweking van de progressieve soort. Immers, het supermarktaanbod is toch juist overweldigend en je ziet door de bomen het bos niet meer. Dat beeld klopt óók, maar we willen het niet hebben over zaken als wc-papier, fantasiezuivel, koffie en al die andere merkproducten. Want inderdaad, keus te over.
Mensrechtenaantastende uitwas
Dat geldt niet voor vlees, groenten, fruit en aardappelen. Want waar u bij de koffie een ruim aanbod heeft van arabica, robusta, rood-, goud- en nog wat merk, bonen, verschillende malingen en soorten branding en dat alles van verschillende merken en al dan niet met of zonder cafeïne en wel/niet van de faitrade, rainforest alliance, UTZ en wat dies meer zij. bestaat het spruitjesaanbod* uit één [1].
Niemand die zich daarover verbaast, zoals ze zich indertijd in de DDR ook niet verbaasden over geen keuze mogelijkheden in de winkels. Wij, aan de goede kant van het IJzeren Gordijn, vonden dat een mensrechtenaantastende uitwas van de Socialistische Heilstaat. Maar dat de supermarkten bepalen dat we maar één spruitjesras mogen eten vinden we heel normaal. En dat terwijl er minstens 32 verschillende rassen zijn en al die rassen hebben iets dat het voorkeursspruitje van de supermarkt niet heeft en dat is smaak. Het kenmerkende bittertje is er vakkundig uitgeteeld en de shelflife - zoals dat heet - is maximaal opgevoerd.
Emulgatorenrijk
Voor de supers een groot voordeel, want nu lust iedereen spruitjes. En om nog iets te proeven koopt u er maar een emulgatorenrijk sausje bij of gaat u ze wokken in een gearomatiseerde wokolie (dat hebben ze dan weer wel).
Voor vlees geldt grosso modo hetzelfde. Het aantal snits is lekker beperkt, dat maakt het schappenvullen lekker overzichtelijk. Zo kan je mooi sparen op personeelskosten want niemand stelt vragen over minder bekende snits als bavette, jodenhaas, pianostuk of puntborst. Vlees dat minder toonbaar is wordt gepimpt en levert zo een mooie marge op als gepaneerde schnitzel of ander kant-en-klaarvlees dat u alleen maar even in de pan hoeft te leggen. Wij noemen dat schaamlapjes en wie zich moet schamen, dat mag u zelf uitmaken.
Bij de aardappelen lijkt het iets minder erg, maar ook hier schrijdt de debilisering voort. We hoeven echt niet te weten welke rassen we kunnen kopen. De aanduiding kruimig of vastkokend is meer dan voldoende.
*vervang spruitjes gerust door elke andere groente
Posts tonen met het label spruitjes. Alle posts tonen
Posts tonen met het label spruitjes. Alle posts tonen
vrijdag 20 november 2015
maandag 11 februari 2013
IJdelheid
Vandaag staat kennelijk in het teken van één van de zeven ondeugden. Te weten, ijdelheid. Eerst zie ik dat MijnKoeJouwKoe wordt genoemd als leverancier van een 'topstory' in zo'n twitterkrant. Mijn reactie is dan dat ik direct alles uit mijn handen laat vallen om te ontdekken welk verhaal dat dan is. Enfin, tien minuten later ben ik weer een frustratie rijker. Vervolgens treedt de paus af en niet veel later valt mijn oog op dit artikel in de Volkskrant.
Het leuke is, dat ik een van die boeren ooit (21 jaar geleden) heb gezegd, 'Wat met wijn kan, kan ook met aardappelen'. Beter zelfs, want de afstand tussen druif en glas is onmetelijk veel groter dan tussen aardappel en bord. Maar kennelijk was toen de tijd er nog niet rijp voor. Tien jaar later werd een oplossing gevonden in de vorm van de Hoeksche Chips, twee jaar geleden werd daar Hoekjsche Vodka aan toegevoegd en vorig jaar volgde de Hoeksche Rooie - een aardappel dus.
Boer als merk
Tja, en dan ben ik ijdel genoeg omdat leuk te vinden, maar ook om blij te zijn voor boeren die hun eigen koers durven te varen. Heel terecht stellen ze dat ze afkerig zijn van samenwerking met al te grote ondernemingen omdat je daar al snel te afhankelijk van wordt.
Bovendien ben ik al jaren de overtuiging toegedaan dat oerproducenten moeten fungeren als merk en dat is in Nederland allesbehalve vanzelfsprekend. De gemiddelde boer blijft buiten beeld en fungeert als een ketenspeler en als leverancier van een commodity. Onbegrijpelijk is dat niet, vooral niet in een land dat zich op agrarische gebied wil profileren als exportland. Maar het maakt de boer volledig inwisselbaar. Hij heeft dus een slechte onderhandelingspositie tegenover inkopers.
Dubbeldroevig
De andere kant van de zaak is dat de boer geen noodzaak voelt om met een onderscheidend product te komen. Het 'zesje' moet vooral geen tien worden. Dat kost de boer alleen maar geld en tijd en zijn afnemer wordt er niet blij van, die wil namelijk voor alles homogeniteit. Voor de boer is dat uiteindelijk niet fijn, want hij kan zich alleen maar onderscheiden door een nóg hogere efficiency c.q. lagere kosten en een grotere schaal. Voor de klant is het ook niet fijn, want smaak is bij dit alles geen criterium. Met een beetje kwade wil zou je zelfs kunnen stellen dat juist geen-smaak een criterium is; zie bijvoorbeeld de uitzending van de Wilde Keuken over spruitjes of lees de tragische geschiedenis van de man achter de smaakaardbeien er maar eens op na.
En dus ben ik blij met zo'n artikel in de Volkskrant. Wat zeg ik, driedubbelblij. Voor de betrokken boeren, voor de consument en voor mezelf.
Boer als merk
Tja, en dan ben ik ijdel genoeg omdat leuk te vinden, maar ook om blij te zijn voor boeren die hun eigen koers durven te varen. Heel terecht stellen ze dat ze afkerig zijn van samenwerking met al te grote ondernemingen omdat je daar al snel te afhankelijk van wordt.
Bovendien ben ik al jaren de overtuiging toegedaan dat oerproducenten moeten fungeren als merk en dat is in Nederland allesbehalve vanzelfsprekend. De gemiddelde boer blijft buiten beeld en fungeert als een ketenspeler en als leverancier van een commodity. Onbegrijpelijk is dat niet, vooral niet in een land dat zich op agrarische gebied wil profileren als exportland. Maar het maakt de boer volledig inwisselbaar. Hij heeft dus een slechte onderhandelingspositie tegenover inkopers.
Dubbeldroevig
De andere kant van de zaak is dat de boer geen noodzaak voelt om met een onderscheidend product te komen. Het 'zesje' moet vooral geen tien worden. Dat kost de boer alleen maar geld en tijd en zijn afnemer wordt er niet blij van, die wil namelijk voor alles homogeniteit. Voor de boer is dat uiteindelijk niet fijn, want hij kan zich alleen maar onderscheiden door een nóg hogere efficiency c.q. lagere kosten en een grotere schaal. Voor de klant is het ook niet fijn, want smaak is bij dit alles geen criterium. Met een beetje kwade wil zou je zelfs kunnen stellen dat juist geen-smaak een criterium is; zie bijvoorbeeld de uitzending van de Wilde Keuken over spruitjes of lees de tragische geschiedenis van de man achter de smaakaardbeien er maar eens op na.
donderdag 4 augustus 2011
De consument heb het gedaan
![]() |
| Nederlands voedsellandschap |
Tegelijkertijd is het van een onuitsprekelijke onzinnigheid. Het is een stelling die voorbij gaat aan de realiteit. Het is een beetje als het verschil tussen de economie van de schoolboekjes en de economie van alle dag, waarin de wetenschappers achteraf heel goed kunnen voorspellen waarom het gegaan is zoals het is gegaan.
De schoolboekjeseconomie gaat uit van volledige transparantie en volledig vrije concurrentie en de mensensoort homo economicus. In het echte leven zijn dingen echter vaak niet wat ze lijken, kennen we het zegenrijke werk van de lobby's, de kartels en de achterkamertjes en blijken mensen zich te laten leiden door minder rationele overwegingen als angst, liefde en betrokkenheid en last but not least moet de consument multitaskend het leven door.
De mensmens wordt het bovendien niet makkelijk gemaakt. Die koopt soms dingen waar hij echt een goed gevoel bij heeft. Die koopt een flesje gezonde fruit/groentedrank met een ik-kies-bewustlogo, maar heeft niet in de gaten dat er 18% suiker aan toegevoegd is. Hij koopt vlees en eieren met een ster van de Dierenbescherming zonder te weten dat de betreffende kippen hun ene vierkante meter met 16 soortgenoten moeten delen en dat hun snavels worden afgeknipt. Hij koopt pizza met echte cheddar, maar weet niet dat het maar 3% is en dat de rest van de gele substantie uit een reactorvat komt. Hij laat zich verleiden door 'delicatesse achterham' die in feite bestaat uit plakvlees. En omdat er echte cheddar in zit, de uitstraling ambachtelijk is of het de gezondheid van dierbaren wordt veiliggesteld, heeft de consument er ook best wat extra voor over.
En dat extra geld wat hij betaalt vloeit linea recta naar de boer denkt hij... Naïef als hij is, kan hij zich ook nauwelijks voorstellen dat de wetgever bepaalde discutabele zaken toestaat. Dat je als slachter bijvoorbeeld 300 gram kipfilet mag vullen met water en varkenseiwit zodat je het als 400 gram kan verkopen. Evenmin kan hij zich voorstellen dat verantwoordelijke bewindspersonen een soort Russische roulette laten spelen met antibiotica.
Logisch zou zijn dat een verantwoordelijke overheid zich op gebied van voeding net zo verantwoordelijk gedraagt als op gebied van rookwaren, film en video en - zij het met iets minder fanatisme - drank. Het is toch een beetje raar dat we wél worden gewaarschuwd tegen de gevaren van onwelvoeglijk taalgebruik en dat onze tere zieltjes niet onverhoeds geconfronteerd hoeven te worden met de aanblik van parende mensen, maar dat we niet kunnen weten dat we iets eten waarvan de kosten worden gedrukt door een frivool gebruik van antibiotica, inzet van de snavelknipmachine of de toevoeging van een massa suiker of andere laagwaardige ingrediënten.
Labels:
antibiotica,
dierenbescherming,
eieren,
fraude,
grootgrutters,
ham,
kippen,
MijnKoeJouwKoe,
plakvlees,
regering,
sluipsuiker,
spruitjes,
sterrensysteem,
suiker,
warenkennis
Locatie:
2967 Langerak, Nederland
vrijdag 15 juli 2011
De gulle, rulle smaak van WC-papier
Supermarkten houden bij hoog en bij laag vol dat zij slechts inspelen op de wens van de klant. Ja, denk ik dan, en de tweede "D" van DDR stond ook voor Demokratisch. Neem nou het groentenschap alwaar we een soort spruitje aantreffen - met wat geluk in twee maten, dat dan weer wel. Doet weer erg aan de klantgerichtheid (zeg nooit: klantvriendelijkheid, mag niet van het NIMA) van de DDR en de USSR denken. De winkels daar blonken ook niet uit in keuzevrijheid en verfijndheid, maar waren wel Volkseigentumlich.
Maar goed, dat spruitje, waar smaakt dat naar? Welk ras hebben de grootgrutters op verzoek van het volk geselecteerd? Precies, het spruitje dat naar niks smaakt, dat geen enkel bittertje meer kent en daarmee zijn ze ook de kenmerkende spruitjessmaak kwijt. Voor de grootgrutter is dat misschien fijn, want zulke naar niets smakende spruitjes lust iedereen, ze blijven lang goed in het schap en omdat ze naar niks smaken is de kans groot dat u er een potje chickentonite bij koopt of ze gezellig gaat wokken en inferieure wokolie met een stevige marge.
Als onze grutters zo graag naar klanten luisteren, waarom luisteren ze dan niet naar klanten die wél van spruitjes houden die naar spruitjes smaken? Waarom hebben we qua spruitjes de keuze uit één, terwijl er zoveel andere rassen bestaan dan die ene treurige F1 hybride? Waarom moet iedereen hetzelfde spruitje eten? Waarom heb ik op gebied van wc-papier een duizelingwekkende keuzevrijheid in diktes, lagen, kussentjes en voorbedrukking en bij spruitjes niet? Kortom, de grootgrutters bieden liever keuze aan de billen dan aan papillen.
Maar goed, dat spruitje, waar smaakt dat naar? Welk ras hebben de grootgrutters op verzoek van het volk geselecteerd? Precies, het spruitje dat naar niks smaakt, dat geen enkel bittertje meer kent en daarmee zijn ze ook de kenmerkende spruitjessmaak kwijt. Voor de grootgrutter is dat misschien fijn, want zulke naar niets smakende spruitjes lust iedereen, ze blijven lang goed in het schap en omdat ze naar niks smaken is de kans groot dat u er een potje chickentonite bij koopt of ze gezellig gaat wokken en inferieure wokolie met een stevige marge.
Als onze grutters zo graag naar klanten luisteren, waarom luisteren ze dan niet naar klanten die wél van spruitjes houden die naar spruitjes smaken? Waarom hebben we qua spruitjes de keuze uit één, terwijl er zoveel andere rassen bestaan dan die ene treurige F1 hybride? Waarom moet iedereen hetzelfde spruitje eten? Waarom heb ik op gebied van wc-papier een duizelingwekkende keuzevrijheid in diktes, lagen, kussentjes en voorbedrukking en bij spruitjes niet? Kortom, de grootgrutters bieden liever keuze aan de billen dan aan papillen.
Abonneren op:
Posts (Atom)

