Posts tonen met het label kippenvlees. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kippenvlees. Alle posts tonen

dinsdag 7 januari 2014

Cloudkipping

Cloudkipping, ik wilde het woord maar gemunt hebben voordat anderen ermee aan de haal gaan. Niet dat ik vrees dat die kans erg groot is, maar dat leg ik zo wel uit.

Kip is een stukje vlees dat garant staat voor discussies. Iedereen vindt er wat van en meestal is dat weinig goeds. In een poging echt goede kip te vinden, zeg maar onverdunde buitenkip met smaak liep ik al snel vast in biologische kippenboeren met megastallen, dieren die op een waterloos dieet worden gezet omdat ze anders niet meer in de slachtlijn passen en andere ellende.

Seriematig gegangbangd
Ik sprak ook mensen die zelf kippen hielden of hadden gehouden. Sommigen hadden kippen die niet meer legden en andere waren gestopt vanwege de haantjes. Tja, kuikentjes zijn leuk, maar de helft groeit uit tot haan en als je zes kippen hebt waarvan drie hanen, heb je binnen de kortste keren hennen die seriematig gegangbangd worden en hanen die elkaar naar het leven staan.

Het probleem is dat de gemiddelde amateur kippenhouder weekhartig is. Die wil en kan niet zelf de haantjes slachten. Het gevolg is dat ze te laat worden geslacht om daarna in de kliko te belanden of ze worden ergens in een bosje gedumpt. Gewetenswroeging in combinatie met een tekort aan haan leidt vervolgens tot een uitstervingsbeleid. Anders gezegd de overgebleven hennen mogen na een legzaam leven nog enkele jaren improductief het kippenhok bevolken totdat ook de laatste hen een natuurlijke dood is gestorven.

Alternatief voor de kliko
Jammer, want een echte kip is een feestmaal, in niets te vergelijken met die van iedere smaak gespeende plofkipfilet. Bovendien zijn je eigen eitjes extra leuk en kippen vormen een mooi alternatief voor de kliko en dus een goede remedie tegen voedselverspilling.

Maar waarom zouden we met kippen niet doen wat we tegenwoordig zo graag met computers doen... oftewel in the cloud. Niet langer centraal en groot, maar decentraal en klein. In principe zou bijna iedereen zou in zijn eigen behoefte aan eieren en kip kunnen voorzien. Cloudkipping dus.

Haal- en brengdienst
Het enige wat geregeld moet worden is een haal- en brengdienst voor slachtrijpe kippen. De ene dag worden de dieren opgehaald en de volgende dag worden de panklare kippen weer thuisbezorgd. Klinkt makkelijk en is in de praktijk ook wel oplosbaar en zelfs regeltechnisch zou het moeten kunnen want het is voor eigen gebruik en dan kan er best veel. Het enige probleem zijn de kosten. Een kip slachten kost €3,25 of €3,50 en stel dat het om ongeveer 40 kippen per keer gaat, dan bedragen de kosten per kip bijna €6,00. De kans dat cloudkipping daarmee tot woord van het jaar wordt lijkt zodoende minimaal, want dat is toch wel veel voor een kip die je zelf hebt verzorgd en gevoederd.

Aan de andere kant mag je je afvragen of een kleine zes euro niet gewoon de fatsoenlijke prijs is die je bereid moet zijn te betalen voor een dier dat een goed leven heeft gehad en dat tijd heeft gekregen om te groeien zonder dat daar schadelijke kunstgrepen aan te pas zijn gekomen. En verder maakt het qua kosten erg veel uit of kippen in een soort fabriek worden verwerkt tot losse onderdelen of dat ze op een ambachtelijk wijze individueel worden geslacht. Anders gezegd, die zes euro is niet te veel, de gangbare prijs is simpelweg te laag.


vrijdag 6 januari 2012

Kippensoap

Als het allemaal niet zo triest was, zou je er haast een lachstuip van krijgen, van de kippensoap die de staatssecretaris opvoert.

Hoewel het afknippen van snavel sinds 2001 verboden is, heeft de sector indertijd tien jaar uitstel gekregen voor onderzoek. Die gedoogperiode liep eind vorig haar af, maar recent kreeg ze toestemming nog tien jaar langer onderzoek te doen en ondertussen mag worden doorgegaan met het afknippen of branden van snavels. Pijnlijk voor de geloofwaardigheid van het ministerie, pijnlijker voor de kippen.

Staatssecretaris vreest dierenleed
Gelukkig leven de dieren maar kort (iets meer dan een maand). Beetje jammer, dat hun einde te vaak disproportioneel lang duurt. Veelal leven ze nog als ze aan de slachtlijn worden gehangen. Voor het 'verdoven' gebruikt de industrie namelijk een stroombad. Ze krijgen daarin een stroomstoot van minimaal 100 milliampère, vaak echter valt die stroomstoot zo licht uit - tot 20mA - dat de kip gewoon bij bewustzijn blijft. Een alternatieve methodiek, de kopverdover, biedt geen soelaas, want de industrie wil er niet aan. Naar verluidt omdat het allemaal te traag gaat. Kwestie van er een paar naast elkaar plaatsen lijkt me zo.

Dus staat de staatssecretaris gebruik van het stroombad gewoon toe. Want hij vreest economische schade en dierenleed. Ja, u leest het goed, dierenleed. Want het zou zomaar kunnen zijn dat de kippen dan in het buitenland worden geslacht en dat is door de langere transporttijd nadelig voor het dierenwelzijn... apocrief, huichelachtig, ongeloofwaardig of een bewonderenswaardig voorbeeld van politieke vaardigheid?

Goede soap
En zoals dat hoort bij een goede soap... het is nog lang niet over. Meneer Bleker wil de sector per 1 september verplichten om de stroomsterkte op te voeren. Dan zou de verdoving wél zijn gegarandeerd, maar nu doet hij dat nog niet, want een hoger ampèrage leidt tot bloedingen en dus tot onverkoopbare kippen.

De vraag die nu knaagt is of er tussen nu en 1 september iets verandert aan de fysiologie van de kip zodat bloedingen uitblijven, krijgen we met EU-steun een nieuwe kipcampagne om ons warm te maken voor bloederige kip of horen we op 1 september dat de sector nog even mag studeren op...

Komende afleveringen: Niet alleen  snavels worden verwijderd - Verboden legbatterijen mogen toch? - Blijft de Dierenbescherming zo kwistig met haar sterren?

Hoog tijd voor MijnKipJouwKip of de Vrije Kip.

vrijdag 5 augustus 2011

Moeilijke woorden?

Ik heb de fout begaan in één tweet twee moeilijke woorden te gebruiken. Ik kreeg meteen de kous op de kop. Wat echter vreemd was, de indruk werd gewekt dat ik agrarische vaktaal bezigde, terwijl ik het had over 'homogeniteit' en 'bulkproductie', begrippen die ikzelf eerder associeer met de industrie.

De directe aanleiding voor het gebruik van deze begrippen vormde een opmerking in een discussie over de Livar varkens. Ergens in die discussie werd gesteld dat Nederland te klein is om alle varkens buiten in de modder te laten wroeten. Iemand wierp toen de vraag op of we als land per se zoveel voor de export moeten produceren.

We hebben in Nederland op dit moment zo'n 12.000.000 varkens en aangezien ze een half jaar mee gaan mag het duidelijk zijn  dat het overgrote deel van deze dieren is bestemd voor de export. Als land zijn we altijd zeer succesvol geweest in deze tak van sport. Het heeft ons geen windeieren gelegd, maar de vraag  mag worden gesteld  of we niet eens moeten gaan nadenken over een andere koers. Het probleem met deze vorm van export is namelijk dat er alleen wordt geconcurreerd op prijs.

Dankzij ver doorgevoerde mechanisatie ging dat heel lang heel goed, maar de vraag is hoe lang nog, want in landen als Polen, Argentinië en China snappen ze ook steeds beter hoe het werkt. Nestlé bijvoorbeeld investeert in China om lokale boeren in staat te stellen kwalitatief hoogwaardige melk te produceren. De drie genoemde landen hebben een duidelijk concurrentievoordeel als het gaat om de kostprijs: land in overvloed en arbeid is spotgoedkoop. Bij ons daarentegen is de rek er wel een beetje uit. Het enige wat we nog kunnen doen zijn nóg grotere stallen en dus nog minder bedrijven, maar dan vrees ik dat het met de landbouw dezelfde weg op gaat als met de ooit florerende scheepsbouw. De enige werven die het hebben overleefd zijn de bouwers van gespecialiseerde schepen als Damen en IHC.

Het probleem van homogene bulkproducten is dat ze geen onderscheidend vermogen hebben. Ze zijn  inwisselbaar en de eindgebruiker merkt niet of het om product A of product B gaat. Voor de handelaar of intermediair is dat prettig, want die kan lekker shoppen voor de laagste prijs en het risico ligt bij de primaire producent.

Als je als bedrijfstak echter al zolang bent ingesteld op het produceren van homogene bulkproducten tegen de laagst mogelijke prijs, dan is het heel erg lastig om de bakens te verzetten. Het vergt het een totaal andere bedrijfsvoering én een andere mindset. De gemiddelde moderne Nederlandse boer kan zich bijna volledige concentreren op de productie-technische aspecten van de bedrijfsvoering omdat hij maar een beperkt aantal grote afnemers heeft. Product-innovatie en zaken als marketing en verkoop zijn de facto meestal uitbesteed. Makkelijk en efficiënt, nodig ook, want hij heeft het al druk genoeg, maar het maakt hem wel kwetsbaar. De afstand tussen de boer en de eindgebruiker is zodoende namelijk heel groot.

Een bijkomend, maar cruciaal, probleem is dat een boer een meer dan gemiddeld grote behoefte heeft aan afzetzekerheid. Immers de periode van zaadje tot karbonaadje, bloem of suiker beslaat al snel een jaar en dan hebben we het nog niet eens over een product als melk. Als je 15 hectare inzaait met bijvoorbeeld tarwe, gerst of bieten, dan wil je wel zeker weten dat je de oogst aan het einde van het seizoen kunt verkopen, vooral als de marge maar minimaal is.

Hop
Wat dat aangaat is het allemaal heel begrijpelijk dat boeren erg moedeloos worden van half geïnformeerde buitenstaanders die ze komen vertellen dat het allemaal anders moet. Buitenstanders ook, die zelf geen enkel risico lopen.

De oplossing lijkt ver weg, maar misschien zit de oplossing verborgen in de laatste bijzin. Ooit werd ik gebeld door een kleine bierbrouwer die niet meer aan hop kon komen. Hij had het vermoeden dat er met hop werd gespeculeerd en dat leidde zowel tot heel hoge prijzen als tot slechte verkrijgbaarheid. Overigens was het eveneens haast ondoenlijk om aan flesje te komen. Ik ben toen andere brouwers gaan bellen en die kampten met hetzelfde probleem. Het probleem met speculatie is dat zowel de primaire producent als de eindegebruiker er last van heeft. Mijn voorstel was toen om als brouwers een collectief te vormen en gezamenlijk een contract af te sluiten met hoptelers waarbij beide partijen zich vastleggen op een aantal tonnen hop en op een prijs.

Het bleek achteraf geen originele gedachte en er was zelf al een naam voor: co-trading. Maar wat brouwers kunnen met hoptelers, kunnen vleeseters en groente- en fruitliefhebbers natuurlijk ook. Dat hoeft zich niet te beperken tot particulieren, de horeca en kan hetzelfde doen. In feite is ook MijnKoeJouwKoe op dit principe gebaseerd. Het komt erop neer dat je samen met de boer overlegt wat je precies wilt hebben en dat je een deel van het ondernemersrisico van hem overneemt. Dat haalt de vrijblijvendheid weg, maar leidt bovendien tot een veel kortere keten zodat de kosten redelijk blijven.

vrijdag 15 juli 2011

Sterrenmix van de Dierenbescherming


Er zijn gelukkig steeds meer producten te koop met sterren van de Dierenbescherming. Hoewel, gelukkig, de zogenaamde scharrelkip die met 16 lotgenoten een vierkante meter moet delen (inclusief uitloop) en waarvan de snavel wordt afgekapt, verdient volgens de Dierenbescherming al 1 ster. En dat afkappen mag sinds gisteren nog tot 2021 doorgaan omdat de sector meer tijd nodig heeft voor aanvullende onderzoek (het afkappen is tien jaar verboden). Raar, dat trage onderzoek, want de collega's in Zweden, Denemarken en Oostenrijk zijn wel reeds zijn gestopt met deze praktijk.

Wat ook heel raar is aan de Dierenbescherming (DB), is dat je op hun site helemaal niet kunt zien dat afknippen van snavels is toegestaan en dat deze eensterskip nauwelijks haar vleugels kan uitslaan. Daar kom je pas achter na speurwerk en deductie. Dit is namelijk wat je aantreft op de site van de DB:

Kip (vlees)

- De kippen krijgen meer tijd om te groeien, minimaal 56 dagen.
- Ze zijn van een langzamer groeiend ras, waardoor ze veel sterker en gezonder zijn, geen hartklachten hebben, veel minder antibiotica toegediend krijgen en niet door hun poten zakken.
- De stal heeft daglicht en is voorzien van strooisel (stro, turfmolm, houtkrullen of zand) om in te kunnen scharrelen.
- Dagelijks wordt er graan gestrooid en krijgen de kippen stro, ter verrijking van de leefomgeving.
- Minimaal acht uur per dag is er toegang tot een ruime overdekte uitloop. Deze is minimaal 20 % van de oppervlakte van de stal.
- De bedwelming is met CO2-gas. Hierdoor raken de dieren snel buiten bewustzijn. Dit in tegenstelling tot de gangbare elektrische waterbadmethode, die veel stress voor de kippen oplevert.


Niks dus over kippen per m2 en het afknippen van snavels, maar ook bedrieglijke vaagheid als het gaat om de preventieve inzet van antibiotica. Als je niet doorleest, dan lijkt het leven van de eensterskip best heel aangenaam. Zo'n heerlijke stal met in fijn zonlicht badend zand of ander lekker strooisel, het lijkt wel een Landal kippenparadijs. Maar als je doorleest dan stuit je bij de driesterskip ineens op het feit dat zij haar snavel mag behouden - overigens alleen bij de legkip, bij biologische/driesters vleeskippen lezen we hier helemaal niets over en dat doet het ergste vrezen.

Mij doet het allemaal een beetje denken aan Ik-Kies-Bewust, dat toch vooral de belangen van de producenten niet mag schaden. Het doet daarmee denken aan makelaarsslang, waarbij het woord 'uitgeleefd' wordt vervangen door 'authentieke stijlkenmerken'.

Door relevante informatie weg te laten lijkt het zodoende alsof je een significante bijdrage levert aan het dierenwelzijn als je een kip met 1 ster van de dierenbescherming koopt. Slechts de oplettende eetlezertjes, u kent ze wel, die neuroten die ook de moeite die kleine priegellettertjes op de achterzijde van de verpakking te lezen, zullen ontdekken dat de DB zich schuldig maakt aan een mispresentatie van feiten.

Ik denk dat de DB de consument, de kippen, maar zeker ook zichzelf een slechte dienst bewijst.`

maandag 4 juli 2011

Uit de rotstreek

Onze Spar heeft scharreleieren en scharreleieren uit de streek. Zaterdagochtend vroeg kocht ik zo'n doosje omdat mijn twee hennen recent hebben bedacht dat eieren er zijn om op te blijven zitten en mijn jongste zoon graag kuikentjes wil. Ik was wel blij met die streekeieren als aanvulling op het assortiment. Maar bij nader

inzien is het meer een streek die Spar levert dan dat Spar eieren uit de streek levert.

Ik vermoedde onraad toen ik ontdekte dat de eieren maar één ster van de dierenbescherming krijgen, uit Oirschot worden geïmporteerd (88 km enkele reis), begin vorige maand zijn gelegd, maar ook en vooral vanwege de foto's van Harry Beekman, tussen zijn loslopende kippen. Immers scharrelkippen lopen niet los, maar zitten in een krappe kooi. Wat ook geweldig aan de foto's is, een hele berg eieren in het hooi. Hooi+kippen+eieren?? De styliste heeft duidelijk meer verstand van andere zaken.

Ook nog even een blik geworpen op het sterrensysteem van de Dierenbescherming. Wat schetst mijn verbazing... runderen die lekker buiten lopen in een kudde, alleen de koudste maanden in een stal leven, komen nooit verder dan 1 ster, maar kippen die stuken slechter af zijn dan deze runderen, krijgen er maar liefst drie (3, ***). Kennelijk is de lobby van de kippenboeren en stuk beter dan die van de rundveehouders. Vandaar dus ook dat de EU zo graag en vaak reclame maakt voor het meest veelzijdige stukje vlees.

Aanvulling

In het kader van de check, check en dubbelcheck keek ik nog een keer naar de sterrenklassificatie, maar ineens kon ik niks meer over de vierkante meters per kippenratio vinden. Ik vreesde Korsakov of erger, tot ik ontdekte dat de ik mijn informatie had gehaald van de site van het Voedingscentrum en dat die hele andere criteria weergeeft dan die van de Dierenbescherming...

Het lijkt logisch dat de Dierenbescherming de meest betrouwbare bron is, maar aan de andere kant kan ik me niet voorstellen dat het Voedingscentrum zelf met een kippen/oppervlakteratio komt, dus dat is wel weer heel raadselachtig en dus herzie ik mijn oorspronkelijke tekst nog maar even niet.

Ik ga maar even bellen.

Dat leidde tot de volgende reactie van het Voedingscentrum:

Beste Lex van Nek,

In de keuze van onze criteria hebben we gelet op de prioriteiten vanuit consumenten en dierenwelzijnsorganisaties.
Onze focus was op ruimte en daglicht. In eerdere tabellen was er ook info over voer en strooisel, maar omdat dit voor veel systemen niet onderscheidend is, is dat nu weggelaten.
De info hebben we verkregen van de keurmerkorganisaties (Skal, CPE, etc) en de Dierenbescherming. Het is dus niet de bedoeling dat hierin verschillen zijn.

Verschillen die we hebben gevonden:
Rund 1 ster
Buiten minimaal 150 dagen versus april tot oktober -> dit is niet in strijd met elkaar
Kalfjes 6 maanden of 3 maanden bij moeder -> we zullen dit checken en wijzigen
Rund 2 sterren is nog niet op de markt.
Rund 3 sterren is biologisch (we zullen de 3 sterren aan de tabel toevoegen)
210 versus 120 dagen in de wei -> we zullen dit checken en eventueel wijzigen
6 maanden of geen eis voor kalfjes bij moeder -> Voor biologisch is dit geen duidelijke eis, blijkbaar stelt de Dierenbescherming een extra eis?

Kip 1 ster
Uitloop van minimaal 20% versus 0,3 m2 -> dit is niet in strijd met elkaar
Kip 3 sterren
Leven circa 80 dagen, leven 81-87 dagen; geen duidelijk verschil

In het rapport van de Dierenbescherming, 4 jaar beter leven, staan wel m2 genoemd.

We proberen de tabellen altijd actueel en compleet te houden. Door wijzigingen in eisen en normen en de markt is dit continu in ontwikkeling.
We stellen het op prijs als mensen ons scherp volgen.


Met vriendelijke groet,
Patricia Schutte


Ik blijf het ondertussen raar vinden dat het Voedingscentrum een gen versie hanteert van een systematiek die door de Dierenbescherming is ontwikkeld.