Posts tonen met het label duurzaamheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label duurzaamheid. Alle posts tonen

woensdag 13 mei 2015

Vegetarische bedot-je-zelf-kaas

We stuitten op een stukje over gmo, u weet wel, genetisch gemodificeerde organismen. Het was geschreven door een Amerikaanse met een degelijke opleiding in foodtechnology en een hart voor biologisch, duurzaam en lekker. Ze ziet er weinig in. Volgens haar was het enige echte positieve aan gentech dat je op die manier bacteriën kunt inzetten om vegetarisch stremsel te maken.

En zo kan je dus kaas maken die vegetarisch is...

Want normaliter is stremsel een bijproduct van de kalverslacht. Het wordt gewonnen uit de maag en met het stremsel van een kalf kan je heel erg veel kaas maken.

Denkfout
Kennelijk is de gedachte dat je door de inzet van vegetarisch (gmo) stremsel geen kalfjes meer hoeft te slachten. Dat is een denkfout. Een koe die niet regelmatig kalft geeft geen melk. Van alle kalfjes die ter wereld komen is grofweg de helft stier. Die stieren kunnen niet allemaal worden aangehouden en dus worden de meesten vrij jong geslacht.

Dus als je nou echt lekker consequent vegetarische kaas wilt eten dan kies je voor kaas waaraan geen melk, geen stremsel en zelfs geen koe te pas is gekomen. Is dat lekker, natuurlijk, duurzaam? Nee. Tenzij je de analoge kaas op je cheeseburger of fabriekspizza heel erg lekker vindt.

En tenzij je een reactorvat natuurlijk vindt, is het ook niet natuurlijk, net zo min als 'stremsel' producerende bacteriën dat zijn. En hoewel we allemaal weten dat een koe broeikasgassen uitstoot en er vraagtekens gezet kunnen worden bij boerennatuur heeft een 'normaal' platteland toch ook wel iets duurzaams en waardevols.

Wat is het alternatief?
Wat je je bij deze dingen kunt of liever moet afvragen, is wat is het alternatief? Willen we echt alleen maar fabriekseten, een landschap zonder boeren, zonder vee? En als we dan toch echt voor duurzaam gaan, de meeste foodmiles worden niet gemaakt door snijbonen uit Tanzania of kiwi's uit Nieuw-Zeeland, maar door u en ik terwijl we boodschappen doen. En dat zelf koken scoort ook reuze slecht op gebied van energieverbruik en emissies en verspilling. Moeten we dan ook maar niet meer doen.

En toch hebben we ergens het geruststellende idee, dat inconsequent handelen, je toch prettiger voelen bij een stukje vlees van een dier dat een mooi leven heeft gehad, een stuk kaas van een boer die zijn ambacht beoefent zoals zijn vader, grootvader etc. dat altijd al gedaan hebben toch heel veel beter en duurzamer is dan vegetarische bedot-je-zelf-kaas.

zaterdag 14 februari 2015

Culinaire kalknagels

Geen plofkip
Maggi heeft de culinaire variant van de kalknagel uitgevonden. Het heet Mals en Kruidig en is bedoeld om een einde te maken aan het eindeloze lijden van talloze vaderlanders die keer op keer worden geconfronteerd met te droge en te smakeloze kipfilet.

Het lijkt ons een niet bestaand probleem, dus met het eindeloze lijden zal het ook wel meevallen. Maar zoals dat gaat; noem iets een probleem en het is een probleem. Net zoals die fictieve kalknagelepidemie.

Wat de Maggimannen echter handiger doen dan doen farmaceuten is de marketing. In plaats van dure televisiecommercials met pratende kalknageltenen paaien ze de goedgelovige foodblogger community. Menig foodbloggertje voelt zich meteen een hele pief als hij of zij een pakje en wat goodies krijgt van een multinational. Kost Nestlé helemaal niks. En iedereen maar geloven dat de bloggers wel te vertrouwen zijn, maar daar hadden we het al een keer over.

Papier duurder dan kip
Mensen die wat aan te merken hebben op deze gebakken lucht, worden eensgezind door de foodblogger community weggezet als azijn plassende zuurpruimen. Het zij zo.

En tóch. we moeten het ze na geven, de Maggimannen*. Velletjes papier verkopen, besmeerd met industrieel vet, suiker, zout en wat kruiden(aroma's) om kip mee te bereiden. Omgerekend zijn de velletjes papier per gram meer dan twee keer zo duur dan kipfilet. Uiteraard hebben we het dan over plofkip, maar we moeten er ook niet aan denken dat een volwaardige kip dermate triest zou moeten eindigen.

woensdag 11 februari 2015

Schokkende schok der herkenning

Het begon zo leuk, een betoog over de onwenselijkheid van 'positieve keurmerken' in de Volkskrant. De argumenten waren stuk voor stuk doordacht, maar de uitwerking was - we raken hier aan de uiterste uiteinden van onze diplomatieke uitdrukkingsvaardigheid - minder lucide.

Gustaaf Haan, wil namelijk één woord voor alle producten die niet-biologisch, niet-diervriendelijk, niet-slaafvrij, niet-etc. zijn. Dat klinkt heel handig en gemakkelijk en klantvriendelijk voor de verwarde consument. Maar het is een paard van Troje.

Duurzaamheidsouderlingen
Het idee van meneer Haan leidt net zo min tot een betere wereld als elke andere vorm van fundamentalisme. Het zou al snel leiden tot een raad van duurzaamheidsouderlingen die aan de hand van een protocol mag gaan bepalen wat wel en wat niet door de beugel kan.

We zien het al voor ons. Eerzame bakkers die een negatief label krijgen omdat vrouw of kind wel eens meewerkt (uitbuiting, kinderarbeid). Of een boer die zijn dieren laat slachten bij een slager die niet biologisch is omdat hij niet wil dat zijn dieren uren op transport moeten naar een biologisch slachthuis*.

Plofbrodenbakker
Nu al leidt dat laatste er toe dat zo'n boer geen biologisch keurmerk op zijn vlees mag plakken, maar als we gaan doen wat meneer Haan wil, krijgen de rundersaucijzen van onze eerzame boer en die kleine ambachtelijke bakker hetzelfde negatieve label als het vlees van de kiloknaller en de plofbrodenbakker.

Eigenlijk staan we nog steeds achter ons oorspronkelijke idee waarbij al die positieve keurmerken worden afgeschaft door een handjevol negatieve. Nét iets genuanceerder én het laat mensen nadenken over hun eten en wat ze belangrijk vinden. En volgens ons is eten veel te belangrijk om niet over na te denken.


vrijdag 24 oktober 2014

Spreadsheetsimplisme

Van het een komt het ander. We lezen een boek over een meneer die zich probeert te ontworstelen aan de supermarktroutine. Die een jaar lang manmoedig heeft gepoogd geen gebruik te maken van de supermarkt. Ongeveer tegelijkertijd worden we aangevallen door een meneer die van mening is dat we erg fout bezig zijn door spullen te laten bezorgen door een gangbaar koeriersbedrijf (olieslurpend blik).

Maar wij dachten dat we juist wel goed bezig waren door kleinere, duurzame producenten en importeurs te helpen hun klanten te vinden. En ja, die zitten, evenals hun klanten verspreid door het hele land. Vaak ver weg van treinstations en dan gaat het ook nog om - zoals dat heet - dunne stromen. Supers doen dat heel veel beter, met een uitgekiend netwerk van hubs & spokes, dikke stromen, optimale rationalisatie met zo min mogelijk leveranciers, zoveel mogelijk homogeniteit en houdbaarheid en zo min mogelijk concurrentie.

Mallotigheden als keuzevrijheid
Op het eerste gezicht dragen ze maximaal bij aan een duurzame samenleving door maximale reductie van emissies en energieverbruik. En het zou allemaal nog beter kunnen, minder hubs, dikkere spaken, nóg minder leveranciers en minder - liefst geen concurrentie. En als je het echt super goed wilt doen, moeten we ook eens af van die mallotigheden als keuzevrijheid in wonen en eten.

De opvatting van die meneer die ons aanviel past wat ons betreft wel in de totalitaire of collectivistische opvatting, waarbij het belang van het collectief van groter belang wordt geacht dan het belang van het individu. En wij denken, met alle respect, dat het een veel gemaakte denkfout is.

Helaas is het sowieso de fout die veel mensen met een mening over duurzaamheid maken. Door in te zetten op één specifiek onderdeel van duurzaamheid (zoals energieverbruik/uitstoot) en andere elementen gemakshalve over het hoofd te zien. Denk hierbij aan biodiversiteit, sociale/economische duurzaamheid (fairtrade), gezondheidsaspecten, cultuur/landschap, dierenwelzijn of andersom natuurlijk.

Gratis onderwijs
Het leidt ook tot een soort spreadsheetsimplisme. Waarbij een verwaarloosbare verbetering op gebied van welzijn voor heel veel dieren (miljoenen kippen die vijf dagen langer leven) relevanter wordt geacht dan een optimaal buitenleven voor heel veel minder dieren. Dit doet ons altijd denken aan die totalitaire systemen, die afwezigheid van elementaire mensenrechten verdedigen door te wijzen op het feit dat burgers die keurig in de pas blijven lopen tenminste wel recht hebben op gratis onderwijs en medische zorg.

We geven toe dat het haast logisch lijkt. Vier miljoen varkens die 25% meer levensruimte krijgen, zal vast een groter getal opleveren dan 300 varkens die het hele jaar door buiten kunnen wroeten. Aan de andere kant is 25% van niks nog steeds niks. Verder is het vervelende van de grote getallen dat die vaak samenhangen met grote belangen. Dus wordt wordt die 25% van niks onthaalt op veel trompetgeschetter, loftuitingen van de Dierenbescherming en wat dies meer zij. Die varkens komen ook haast als vanzelf in aanmerking voor een ster terwijl ze hun kont nog steeds niet kunnen keren.

Het wrange is dat dat trompetgeschal, laat staan zo'n ster (of twee of drie) niet is weggelegd voor varkens, kippen of koeien die het écht goed hebben en die bij een ambachtelijke, lokale - zelfslachtende - slager eindigen. Want 'het systeem' is niet ingesteld op kleine bedrijven, net zo min als dat kleine bedrijven met echt 'gezondere' producten zich zo'n groen of blauw vinkje kunnen veroorloven*. Wij vinden dat allemaal behoorlijk onrechtvaardig.

Zie ook: Weg van de Supermarkt
* De stichting Ik Kies Bewust (van het Vinkje) beweert wat anders, maar als u wat tijd over heeft raden we u aan om even te kijken of u op hun deelnemerslijst een kleine onderneming kunt vinden.

woensdag 25 september 2013

Een veelzijdig stukje vlees

Klanten worden steeds kritischer als het om duurzaamheid gaat. We haasten ons om daaraan toe te voegen, 'en gelukkig maar'. Een klein voorbeeld uit onze praktijk in Gorinchem. Een van onze betere klanten vroeg of we ook kip hebben. Helaas hebben we dat niet, maar we zoeken graag en dus zijn we maar eens wat gaan bellen.

Zoals bekend zijn we niet van de keurmerken en willen we graag zelf een kijkje nemen voordat we ja durven te zeggen tegen een bepaald product of een bepaalde leverancier. Maar er kwam geen ja, want de enige die we echt durven te vertrouwen kon wegens persoonlijke omstandigheden niet leveren, Restte biologische kip uit een polder. Dat hebben we tóch maar voorgesteld, met de aantekening dat we het bedrijf nooit hadden gezien. De klant in kwestie gaf daarop aan liever te wachten totdat dat ene bedrijf dat we echt kennen weer kan leveren en dan wil ze geen filet, maar hele kippen.

Ontgoogeld
Niet veel later passeren we een slager met grote borden waarop de Boerderijkip wordt aangeprezen. Arglistig als we zijn bedenken we ons dat dat vast wel geen beschermde naam zal zijn, dat de naam meer suggereert dan de inhoud waar maakt en meer van dit soort sombere overpeinzingen. In de ijdele hoop dat we ons vergissen, toch maar even gegoogeled.

Helaas, het viel weer niet mee. Dat langere leven van het 'langzaam groeiende ras; de Hubbard', duurt maar zeven (7) dagen langer dan van een plofkip. En dan voldoen ze nog niet eens aan de eisen voor één ster van de DierenBescherming, waarbij de lat ook al niet erg hoog ligt. Jammer, want de website wekte toch echt beelden op van kippen die je met een gerust hart kunt eten. Verder is er weer veel vaagheid rondom het snavelknippen. De DierenBescherming meldt heel vrolijk dat bij legkippen met drie sterren de 'snavels niet worden behandeld'...  Boerderijkip zegt er helemaal niks over en dus hebben we daar maar een mailtje over gestuurd*.

Postuum mishandelde kip
Dan nu een recept waarbij de kip postuum wordt mishandeld. Het is een beetje een vreemd recept dat de inzet van bakstenen vereist.

  • twee dubbele kipfilets**
  • 1,5 theelepel grof zout
  • 2 theelepels gekneusde zwarte peperkorrels
  • 1 à 1,5 theelepel chilivlokken
  • 1 à 2 knoflookteen, fijngehakt
  • blaadjes van een takje rozemarijn, gehakt
  • sap van een citroen
  • 1 deciliter olijfolie

Plus

  • 4 bakstenen (omwikkeld met aluminiumfolie)
  • in water geweekte houtsnippers, bijvoorkeur eik of beuk

De filets in tweeën delen, schoonspoelen en drogen. Met de kruiden inwrijven, in een ondiepe schaal leggen en vervolgens overgieten met de olie en het citroensap. Laat ze een uur , maar niet langer, in de koelkast marineren en draai ze daarbij af en toe om.

Steek de barbecue tijdig aan en richt hem in voor direct roosteren. Vlak voordat de filets op het rooster gaan, verspreid u de houtsnippers over de houtskool. Vet het rooster vervolgens in met wat olijfolie of - handiger - een stukje varkensspek, daar wordt het rooster ook meteen wat schoner van. Als u niet invet, kan het gebeuren dat de filets vastkleven.

Leg op elke filet een baksteen en draai na twee minuten de filet om, naar weer twee minuten herhaalt u dit, maar dan draait u de filets een kwartslag zodat er een mooi patroon ontstaat. Na twee minuten weer omdraaien en dan moeten ze ongeveer gaar zijn. Dit kunt u testen door met een vinger te drukken op het dikste deel. Dit moet stevig aanvoelen. Uiteraard worden de stenen telkens teruggelegd...

__________________________________________________
*Zodra we een antwoord krijgen, leest u dat hier
**Zoals boter bij ons boter is en geen margarine doen we hier ook niet aan toevoegingen als blije, gelukkige, vrije uitloop etc. 

donderdag 29 augustus 2013

Fileerder van dienst

En zo haalt het ene argument het andere uit. Gezellig kan je het niet noemen, maar leerzaam is het soms wel. Als gevolg van een discussie over lokaal vlees versus vlees van pampakoeien, i.c. de discussie of mensen ooit de moeite nemen om daadwerkelijk bij een boer of slager te gaan kijken, vroeg ik me af wat de alternatieven zijn. Volgens mijn opponent moet het namelijk online worden geregeld.

Dat online klinkt ook heel bijdehand en bijdetijds, maar wat bedoelt hij eigenlijk? Het is zo'n vraag die je haast niet durft te stellen, want misschien heb je wel iets gemist. Of je krijg een flitsende uitleg over peer-to-peer cloud-based community driven client/server side no-break solid state systems, waarna je je een nietige nitwit voelt. Vervolgens durf je alleen maar iets onverstaanbaars te stamelen in de hoop dat je de indruk wekt dat je alleen maar even testte of je opponent net-zo-bij-de-tijd is als jij*.

Daadwerkelijk naar de boer
In de praktijk zal het wel weer gaan om keurmerken. We hebben in Nederland momenteel meer dan honderd duurzaamheidskeurmerken. Of dat dan wel duurzaam is en of de gemiddelde consument daar mee om kan gaan is sterk de vraag.

Lento Melo toont zelf aan heel diervriendelijk te zijn door middel van een indrukwekkende opsomming aan keurmerken. En natuurlijk geen consument die daar ooit naar kijkt, misschien is het percentage dat de moeite neemt om uit te zoeken wat ISO22000 of Verordening (EG) nr. 825/2004 nog wel kleiner dan het percentage dat daadwerkelijk naar de boer toe gaat...





































Overdadig gecertificeerd
Als fileerder van dienst ben ik maar eens gaan spitten. Men is nogal trots op het overdadig gecertificeerde Uruguayaanse slachthuis. Jammer alleen dat het niet met name wordt genoemd. Ook jammer dat meteen al het eerste keurmerk niets met dierenwelzijn heeft te maken. ISO9001 betreft namelijk een paar meter papier in keurige ordners waarmee het bedrijf kan aantonen dat de kwaliteitszorg keurig op papier is vastgelegd...

Eigenlijk is er maar één (SKAL) dat iets zegt over dierenwelzijn. De rest is - en dan drukken we ons erg voorzichtig uit - minder relevant als het gaat om dierenwelzijn (zie het onderstaande lijstje).
  1. BRC
  2. ISO22000
  3. HACCP (1, 2 en 3 drie betreffen voedselveiligheid en zijn grotendeels overlappend en hebben niets met dierenwelzijn te maken heeft - red. Eetwijzer)
  4. USDA Organic (dit keurmerk ligt momenteel onder vuur omdat 'dierenwelzijn volgens de USDA niet belangrijk is'  - red. Eetwijzer)
  5. Verordening (EG) nr. 1778/2002 algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden  (Dierenwelzijn? - red. Eetwijzer)
  6. Verordening (EG) nr. 825/2004 Anti-dumping maatregel gericht op Japanse TV-camera's (Het staat er toch echt - red. Eetwijzer)
  7. Verordening (EG) nr. 854/2004 betreft specifieke voorschriften voor de organisatie van de officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong (minimale aandacht voor dierenwelzijn (art .4) - red. Eetwijzer)
  8. Verordening (EG) nr. 999/2001 betreft voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën (BSE - red. Eetwijzer)
Naschrift & Noot:
* De werkelijkheid is soms hilarisch. Terwijl ik druk was mijn een persiflage ontving ik een tweet met als inhoud: "De keurmerken worden vanzelfsprekend ge-audit. Daarnaast ben ik zelf bezig om een 'wisdom of the crowd" model (peer2peer, valuebased te starten. Transparantiemodel. Daarmee kan online 'bezoek' worden vormgegeven'...

#6 Is inmiddels aangepast. Moest niet 825/2004 zijn, maar 593/2013 - typefout. Toch maar weer even erbij gegoogeld en dat blijkt dan te gaan om: UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 593/2013 VAN DE COMMISSIE van 21 juni 2013 betreffende de opening en de wijze van beheer van tariefcontingenten voor vers, gekoeld of bevroren rundvlees van hoge kwaliteit en voor bevroren buffelvlees...

woensdag 28 augustus 2013

Braaf opschrijven II

Pampa
Ik heb me drie maanden geleden een beetje druk gemaakt over luie journalistiek in Trouw. In een stukje van een culinair journalist kreeg Jack van Messel, importeur van Uruguayaans rundvlees, ruim baan om uit te leggen waarom zijn product het beste en lekkerste en meest duurzame van de wereld is.

Gemakshalve vergelijkt hij - als ik het goed interpreteer zijn free range herefords op de pampa met Nederlandse dikbillen uit de stal. Ik vind dat érg kort door de bocht en volgens mij worden er dan appels met peren vergeleken. Meneer Thijssen heeft alles echter braaf uitgeschreven en genoten van zijn Uruguayaanse steak.

Mijn enigszins vileine blogje verscheen op 4 juni en na bijna drie maanden reageert Mark Soetman via Twitter:

"@MijnKoeJouwKoe Tsja. De waarheid is niet altijd hetgeen goed voelt. 'Controleerbaar' is een non-argument btw. Gebeurt in praktijk niet"

Keurmerken
Hij doelt op mijn opmerking, dat bij 'lokaal' de consument zelf bij de producent/boer kan gaan kijken en dat zij haar oordeel niet afhankelijk maakt van keurmerken met benamingen als ISO9001, ISO22000, HACCP, USDA Organic, SKAL, BRC, EU-verordeningen 1778/2002, 825/2004, 854/2004 en 999/2001, waar Lento Melo graag mee schermt als het om dierenwelzijn gaat.

Laten ik vooropstellen dat er een kern van waarheid zit in zijn tegenwerping, misschien zelfs wel meer dan dat, maar het kan. Je kán bij de boer gaan kijken bij 'onze' koeien. Sommige mensen doen het ook, maar lang niet iedereen. Bij rundvlees uit Uruguay ligt dat complexer, maar kan het óók (een retour Montevideo kost tegenwoordig maar €1.151,62 en je bent er al na 26 uur en 40 minuten).

Spitten
Ik vond het echter maar vreemd dat iemand reageert op een blogje dat door 44 mensen is gelezen en dat al bijna drie maanden geleden het licht zag. Wat ik ook zo gek vond was dat hij zich alleen maar op het lokale richt en niet op de andere argumenten en dan met name de appel/peren-vergelijking. Dus ben ik maar eens gaan spitten op internet en dat maakt meteen veel duidelijk.

Mark Soetman blijkt, onder de naam Zout, advieswerk te doen op gebied van 'duurzaamheid in de voedselketen'. Hij heeft intensief bijgedragen aan Lento Melo, een merknaam voor vlees uit Uruguay van meneer Van Messel*. Want door de barre omstandigheden op de Uruguayaanse pampa's groeien de herefords daar maar traag (lento) en dat is goed volgens Van Messel (lekkerder, leuker voor de dieren en beter voor het milieu), maar slecht volgens de VN (meer methaanuitstoot per koe omdat ze langer leven, erosie, overbegrazing, problemen met de watervoorziening en aantasting van de biodiversiteit).

In dit geval is controleerbaarheid allesbehalve een non-argument. Soms neemt iemand wél even de moeite om te gaan spitten. Toch leuk van internet; niet lokaal, wel heel controleerbaar. Net zo controleerbaar als de keurmerken die Lento Melo opsomt op de pagina Dierenwelzijn, eentje betreft overigens anti-dumping-maatregelen gericht tegen Japanse TV-camera's, maar daarover een andere keer.

-----
* Door het Trouw-artikel dacht ik dat 'lento melo' traag groeien betekent, maar op de website van Lento Melo lees ik "'Lento' is Spaans voor langzaam. En Melo is de naam van het stadje in Uruguay waarbij in de omgeving onze Lento Melo ossen hun kalme en onbezorgde leventje leiden." Dat Jack van Messel bij Lento Melo betrokken is, wordt uit de website niet duidelijk.

maandag 29 augustus 2011

Flexitariër Rex

Natuur & Milieu doet haar best om mensen te bewegen flexitariër te worden. Een nobel streven al doet de term me erg denken aan - gelukkig* - reeds lang uitgestorven heel enge besten. Vandaag heb ik voor het eerste een blik geworpen op hun website.

Het stemde me niet heel erg vrolijk, als ik eerlijk ben, zelfs geen sikkepit vrolijk. Op die website is een zogenaamde winkel, met alle mogelijke producten voor flexitariërs. Dat is een goed idee, want minder vlees gaan eten is en blijft een hele opgave. Naast plantaardige producten biedt de virtuele winkel 'deels dierlijke' producten aan. Uiteraard stelde het me teleur dat er geen categorie 'dierlijk' was, want een flexitariër is geen vegetariër en als je dan tóch vlees eet, doe het dan goed.

Enfin, toch maar een blik geworpen op de deels dierlijke producten. De selectie lijkt een doorzichtige poging om mensen voorgoed te laten afzien van het eten van alles waar vlees in zit. Wat een treurigheid. Leverworst en grillworst waarbij een deel van het vlees is vervangen door iets plantaardigs. Het voordeel schijnt bovendien te zijn dat er minder vet in zit. Het komt mij voor als sompig barakkenvoer.

Wat verder heel bedenkelijk is, is dat het producten zijn waarvoor gebruik gemaakt wordt van separatorvlees. Ik zou zeggen dat een echte flexitariër zijn best moet doen een positieve bijdrage te leveren aan de Nederlandse eetcultuur. Dus minder vlees, maar dan wel beter. Dus zeker geen vlees kopen met een totaal onduidelijke herkomst. En als je dan vlees eet, doe het dan in een pure vorm, weet waar het vandaan komt, weet dat de dieren goed zijn behandeld, er geen gebruik is gemaakt van antibiotica als groeibevorderaar, dat de boer een eerlijke prijs heeft gekregen enzovoort.

Ik heb Natuur & Milieu dus voorgesteld om als extra categorie toe te voegen 110% dierlijke producten. Dat is natuurlijk een doortrapte en opzichtige manier om MijnKoeJouwKoe en De VrijeKoe te promoten, maar ik kan daar dan ook acht achter staan. Bovendien streven we er ok echt naar om mensen minder vlees te laten eten - zie ook de recepten - want we hopen dat deelnemers straks liever geen vlees eten dan vlees van een andere dan hun eigen koe.


*- Mijn jongens denken daar heel anders over

woensdag 24 augustus 2011

Half leeg is beter! - aflevering I

De duurzaamheidsmonitor (vleesvariant)
Hoewel wij Nederlanders een loodzwaar calvinistisch verleden met ons meetorsen, blijken we toch van mening dat je beter uit kunt gaan van half volle dan van half lege glazen. Ik geloof dat ik het daar vanuit het diepst van mijn hart niet mee eens ben.

Behalve dan als het gaat om duurzaamheid. Tja, ook ik heb mijn periodes van genuanceerdheid. Honderd procent duurzaam gaat namelijk niet. Dat is een bovenmenselijke of bovenbedrijfseconomische opgave. Daarnaast is het ook contraproductief. Ik kwam tot dit inzicht toen ik een plan uitwerkte voor een school die graag de indruk wilde wekken heel duurzaam te zijn. Ik heb toen een instrumentje ontwikkeld waarmee stagiairs bij hun stagebedrijf konden vaststellen hoe duurzaam daar werd gewerkt of hoe duurzaam bepaalde producten waren.

Als je daarmee bezig bent, dan realiseer je je dat het vrijwel onmogelijk is om aan alle criteria te voldoen en omdat er nogal veel criteria zijn, slaat de ontmoediging al snel om in een laat-dan-maar-zitten-attitude. Dus in dat geval is het beter om een bedrijf te prijzen voor dat ene product dat net dat stukje duurzamer is dan die andere, in de  hoop dat de rest volgt. Bedrijven moeten leren inzien dat duurzaamheid uiteindelijke de enige optie is en dat het een concurrentievoordeel oplevert in een wereld waarin steeds meer mensen overtuigd raken van het feit dat duurzaamheid een must is.

maandag 8 augustus 2011

Proeverij met oude koeien - update 1

Verbeter de wereld, begin bij je bord...het zou een mooie slogan kunnen zijn voor MijnKoeJouwKoe, de VrijeKoe of Livar.

Immers, als je dan tóch vlees eet, dan maar liever van dieren die een mooi leven hebben geleid en die en passant ook nog lekkerder vlees opleveren. Maar het kan altijd nóg beter. Dat wil zeggen een mooi en lang leven en nóg lekkerder. Ik heb daar ooit in een eerdere blog over geschreven.

In die blog ging het over vlees van 18-jaar oude koeien dat zo ongeveer het lekkerste van het lekkerste is volgens een bekende Duitse chef. Het betreft dieren die hun leven in het Spaans/Baskische Galicië slijten en speciaal worden geselecteerd op leeftijd en vetverdeling. Ik liet doorschemeren dat dat me voor Nederland ook wel iets leek, waarop Trendwatcher Marjan Ippel me aanspoorde om dat vlees naar Nederland te halen. Ik gaf daarop aan dat ik eigenlijk zocht naar vlees van oude Nederlandse koeien.

Vandaag bedacht ik me - het is wat traag - dat ik het ene kan doen en het andere niet hoef te laten. Zo rijpte het plan om een proeverij te organiseren op basis van vlees van die heel oude Spaanse koeien.

Het doel van de proeverij is:
  • schaamteloze, maar sneaky pr voor MijnKoeJouwKoe en DeVrijeKoe
  • promotie van het vlees van die Spaanse koeien (waarom ook niet, zolang we nog geen Nederlands  alternatief hebben),
  • aandacht voor het feit dat oude (melk)koeien, anders dan het vooroordeel doet geloven, ontzettend  lekker vlees opleveren en
  • het werven van Nederlandse boeren die hier brood in zien
De laatste twee doelen zijn ook meteen heel nobel en duurzaam. Immers, Nederlandse melkkoeien gaan veel te kort mee. Gemiddeld na 5,3 jaar verdwijnen ze naar het slachthuis terwijl ze als ze 8 zijn pas optimaal produceren en makkelijk tot hun dertiende in productie kunnen blijven. Dit lijkt de wetten der economische logica te tarten, maar veel koeien moeten voortijdig worden afgevoerd omdat ze uitglijden in de stal en dan een poot breken. De oorzaak is dat de marge op melk zo laag is dat boeren ongeveer op alles moeten bezuinigen en dus ook op strooiselmateriaal - tegenwoordig vaker zaagsel dan stro. Dat laatste is door de vraag naar biobrandstof duur geworden. De proeverij kan helpen hier weer wat aandacht op te vestigen.

Samen  met mijn kookschrijvende en kokende volgers moet het toch niet zo moeilijk zijn dit van de grond te tillen. Kortom: Schrijft u allen in!

Update
Inmiddels is bekend dat de eigenaar van het Spaanse bedrijf bereid is om de proeverij persoonlijk te komen opluisteren. Hij zal dan alles over het vlees en de koeien vertellen.

Een datum en een plaats zijn nog niet bekend.

Stem op ons project voor de ASN Bank Wereldprijs!
Wij maken met ons project Jouw Koe mijn Koe kans op de ASN Bank Wereldprijs van € 10.000,-.
Stem hier op ons project voor de ASN Bank Wereldprijs.

Kijk voor andere blogs ook op Blogspot.

vrijdag 5 augustus 2011

Moeilijke woorden?

Ik heb de fout begaan in één tweet twee moeilijke woorden te gebruiken. Ik kreeg meteen de kous op de kop. Wat echter vreemd was, de indruk werd gewekt dat ik agrarische vaktaal bezigde, terwijl ik het had over 'homogeniteit' en 'bulkproductie', begrippen die ikzelf eerder associeer met de industrie.

De directe aanleiding voor het gebruik van deze begrippen vormde een opmerking in een discussie over de Livar varkens. Ergens in die discussie werd gesteld dat Nederland te klein is om alle varkens buiten in de modder te laten wroeten. Iemand wierp toen de vraag op of we als land per se zoveel voor de export moeten produceren.

We hebben in Nederland op dit moment zo'n 12.000.000 varkens en aangezien ze een half jaar mee gaan mag het duidelijk zijn  dat het overgrote deel van deze dieren is bestemd voor de export. Als land zijn we altijd zeer succesvol geweest in deze tak van sport. Het heeft ons geen windeieren gelegd, maar de vraag  mag worden gesteld  of we niet eens moeten gaan nadenken over een andere koers. Het probleem met deze vorm van export is namelijk dat er alleen wordt geconcurreerd op prijs.

Dankzij ver doorgevoerde mechanisatie ging dat heel lang heel goed, maar de vraag is hoe lang nog, want in landen als Polen, Argentinië en China snappen ze ook steeds beter hoe het werkt. Nestlé bijvoorbeeld investeert in China om lokale boeren in staat te stellen kwalitatief hoogwaardige melk te produceren. De drie genoemde landen hebben een duidelijk concurrentievoordeel als het gaat om de kostprijs: land in overvloed en arbeid is spotgoedkoop. Bij ons daarentegen is de rek er wel een beetje uit. Het enige wat we nog kunnen doen zijn nóg grotere stallen en dus nog minder bedrijven, maar dan vrees ik dat het met de landbouw dezelfde weg op gaat als met de ooit florerende scheepsbouw. De enige werven die het hebben overleefd zijn de bouwers van gespecialiseerde schepen als Damen en IHC.

Het probleem van homogene bulkproducten is dat ze geen onderscheidend vermogen hebben. Ze zijn  inwisselbaar en de eindgebruiker merkt niet of het om product A of product B gaat. Voor de handelaar of intermediair is dat prettig, want die kan lekker shoppen voor de laagste prijs en het risico ligt bij de primaire producent.

Als je als bedrijfstak echter al zolang bent ingesteld op het produceren van homogene bulkproducten tegen de laagst mogelijke prijs, dan is het heel erg lastig om de bakens te verzetten. Het vergt het een totaal andere bedrijfsvoering én een andere mindset. De gemiddelde moderne Nederlandse boer kan zich bijna volledige concentreren op de productie-technische aspecten van de bedrijfsvoering omdat hij maar een beperkt aantal grote afnemers heeft. Product-innovatie en zaken als marketing en verkoop zijn de facto meestal uitbesteed. Makkelijk en efficiënt, nodig ook, want hij heeft het al druk genoeg, maar het maakt hem wel kwetsbaar. De afstand tussen de boer en de eindgebruiker is zodoende namelijk heel groot.

Een bijkomend, maar cruciaal, probleem is dat een boer een meer dan gemiddeld grote behoefte heeft aan afzetzekerheid. Immers de periode van zaadje tot karbonaadje, bloem of suiker beslaat al snel een jaar en dan hebben we het nog niet eens over een product als melk. Als je 15 hectare inzaait met bijvoorbeeld tarwe, gerst of bieten, dan wil je wel zeker weten dat je de oogst aan het einde van het seizoen kunt verkopen, vooral als de marge maar minimaal is.

Hop
Wat dat aangaat is het allemaal heel begrijpelijk dat boeren erg moedeloos worden van half geïnformeerde buitenstaanders die ze komen vertellen dat het allemaal anders moet. Buitenstanders ook, die zelf geen enkel risico lopen.

De oplossing lijkt ver weg, maar misschien zit de oplossing verborgen in de laatste bijzin. Ooit werd ik gebeld door een kleine bierbrouwer die niet meer aan hop kon komen. Hij had het vermoeden dat er met hop werd gespeculeerd en dat leidde zowel tot heel hoge prijzen als tot slechte verkrijgbaarheid. Overigens was het eveneens haast ondoenlijk om aan flesje te komen. Ik ben toen andere brouwers gaan bellen en die kampten met hetzelfde probleem. Het probleem met speculatie is dat zowel de primaire producent als de eindegebruiker er last van heeft. Mijn voorstel was toen om als brouwers een collectief te vormen en gezamenlijk een contract af te sluiten met hoptelers waarbij beide partijen zich vastleggen op een aantal tonnen hop en op een prijs.

Het bleek achteraf geen originele gedachte en er was zelf al een naam voor: co-trading. Maar wat brouwers kunnen met hoptelers, kunnen vleeseters en groente- en fruitliefhebbers natuurlijk ook. Dat hoeft zich niet te beperken tot particulieren, de horeca en kan hetzelfde doen. In feite is ook MijnKoeJouwKoe op dit principe gebaseerd. Het komt erop neer dat je samen met de boer overlegt wat je precies wilt hebben en dat je een deel van het ondernemersrisico van hem overneemt. Dat haalt de vrijblijvendheid weg, maar leidt bovendien tot een veel kortere keten zodat de kosten redelijk blijven.

woensdag 8 juni 2011

Bij EHEC heb IK de regie

"In Nederland hebben we het zo georganiseerd dat ik de regie heb", zei Schippers. "In Duitsland loopt iedereen zich er tegenaan te bemoeien." Aldus ministers Schippers over de EHEC-uitbraak.

Je moet maar lef hebben. Duitsland de les lezen én aannemen dat de kiezer wat kort van memorie is. Hadden we niet nog een smeulend veenbrandje met betrekking tot het, naar zware criminaliteit neigende, antibioticamisbruik? Had Volksgezondheid daar de regie of ging Bleker daar over? En hoe zat dat ook weer met de Q-koorts? Wogen daar de economische belangen van de geitenhouders niet zo zwaar volgens Landbouw, dat Volksgezondheid maar even moest inbinden?

Zelf vrees ik dat het gezamenlijke optreden van Bleker en Schippers in het antibioticadebat dichter in de buurt van de werkelijkheid komt dan de spierballentaal van vandaag. Hoewel iedereen - met een beetje verstand van zaken - weet dat het huidige beleid inzake het antibioticamisbruik een soort Russische roulette is, wacht onze doorpakkende staatssecretaris op autonome zelfregulering van de sector en kijkt de regisseuze van Volksgezondheid daadkrachtig toe.

Maar goed, het zou best kunnen dat in het gedoogakkoord een paragraaf is opgenomen over EHEC. Zou zomaar kunnen. Het zou van een vooruitziende blik getuigen, van paranormale vermogens ook, maar niets is onmogelijk.

vrijdag 8 april 2011

Opening Landmarkt Schellingwoude

Het leven kan raar lopen. Vroeger liepen de koeien van mijn opa in Schellingwoude, gisteren bezocht ik de pas geopende Landmarkt in Schellingwoude. Mijn opa verkocht een deel van zijn melk direct aan een aantal mensen uit de buurt. Hij kon lyrisch worden over de smaak van de melk van een bepaalde koe: 'De melk van Klazina 3 is zo heerlijk notig.' Paling, spiering en sprotjes werden soms met vissers geruild voor zuivelproducten.

Maar goed, de jaren zestig en zeventig leidden tot stadsuitbreidingen, rondwegen, galerijflats, projectontwikkelaars en mijn opa moest maar elders gaan boeren. Vervolgens ging  het platteland innoveren, mechaniseren, consolideren en werd er niet meer verkocht aan de buren (stel je voor, rauwe melk en niet eens halfvol!), alles moest grootschalig en homogeen en bulk en export. De smaak werd weggerationaliseerd, want grootgrutters hebben zo hun eigen ideeën over wat de klant moet willen.

Gelukkig lijkt de wal het schip te keren en beginnen steeds meer mensen het gangbare supermarktaanbod zat te worden. Ze willen weer producten met een authentiek verhaal, met smaak en ze willen weten wie de boer achter de kaas, het vlees en de groente is. Maar veel boeren hebben geen tijd om hun eigen producten aan de man te brengen. De afstand tussen boer en klant, stad en platteland is te groot geworden voor de dagelijkse boodschappen

Landmarkt probeert die kloof te overbruggen met een concept dat bestaat uit een soort overdekte markt waar, naast bijzondere (streek)producten, ook alledaagse producten aangeboden worden zoals chips, bier en wc-rollen. Daarnaast is er een marktrestaurant waar de producten geproefd kunnen worden en verder heeft de bakker een café.

Het is nog wel te zien dat de Nederlandse boeren zich moeten herpakken als producenten van streekproducten. Aan het aanbod is te zien dat er maar weinig boeren in de directe omgeving zijn die klaar zijn voor dit concept. Zo komt het vlees uit de Betuwe en niet van een boer uit Waterland en iets soortgelijks geldt voor de groenten. Wat mij betreft zou ook de signing wel wat duidelijker een link mogen leggen naar de producerende boeren.

Het is al met al een dapper initiatief dat navolging verdient. Immers, de markt voor streekproducten bevindt zich in een typische kip-ei-situatie. De klanten willen wel streekproducten, maar ook gemak, de boeren willen wel produceren, maar willen ook afzetzekerheid. Voor boeren ligt dat iets complexer dan voor bijvoorbeeld een tekstschrijver. Zomaar even omschakelen is er voor een boer niet bij. Zijn productieprocessen duren gemiddeld een jaar en veel van zijn producten zijn zeer beperkt houdbaar. Landmarkt heeft heel dapper besloten deze vicieuze cirkel te doorbreken met een, (vooralsnog) noodzakelijker wijze, wat hybride concept. Laten we hopen dat de klanten blijven komen - gisteren was het druk - en dat ze iets in gang zetten waar iedereen blij van wordt. Dat ze met andere woorden een goed alternatief is voor het leveren aan dat handjevol inkoopcombinaties dat slechts kijkt naar kosten en efficiency.