In het voorstel voor de Regulation 1924/2006 on nutrition and health claims made by food die in januari 2009 goedgekeurd moest worden om in 2011 van kracht te worden, stond dat zuivel pas zuivel zou mogen zijn als er minimaal 50 procent aan zuivelbestanddelen in zitten.
Je zou verwachten dat Nederland zuivelland op barricades was geklommen en zich in bressen zou hebben geworpen om te eisen dat die grens radicaal opgetrokken zou worden tot minimaal negentig - want je moet soms wat water bij de wijn doen. De wegen van de politiek zijn echter zo logisch als die van niet nader te benoemen opperwezens (m/v/?).
Er is inderdaad een bewindspersoon manmoedig in de bres gesprongen. Dat was niet de minister van Landbouw of Economische Zaken, maar die van volksgezondheid. Het was ook niet om het belang van de boeren te dienen en de grens naar boven op te trekken. Het was allemaal heel anders.
Nee, minister Klink werd naar Brussel gestuurd om zich hard te maken voor de belangen van het bacteriedrankje Yakult. Daar zit namelijk maar 40% zuivel in en het heet desalniettemin toch een zuiveldrankje. Indien het voorstel was aangenomen, dan had Yakult de receptuur moeten aanpassen of had het geen zuiveldrank meer mogen heten. Dat was natuurlijk slecht voor de verkoopcijfers geweest en/of zou tot extra kosten hebben geleid.
Dus heeft kamerlid Atsma (Joop, CDA), minister Verburg (Gerda, Landbouw, Visserij en Voedselveiligheid, CDA) gevraagd in actie te komen. Het woordje 'dus' doet een zekere logica vermoeden, maar mij ontgaat het allemaal een beetje. Het gevolg was in elk geval dat de minister van VOLKSGEZONDHEID op kosten van de belastingbetaler helemaal naar Brussel is afgereisd om te voorkomen dat Yakult haar receptuur zou moeten aanpassen of haar marketingclaim zou verliezen. Zuiveldrank klinkt natuurlijk een stuk verantwoorder, gezonder, lekkerder en vriendelijker dan bacteriedrank.
Behalve dat ik het heel erg logisch vindt dat iets wat minder dan 50% zuivel geen zuivel mag heten, snap ik niet dat een zichzelf respecterend land een minister van Volksgezondheid naar Brussel stuurt om een individueel bedrijfsbelang veilig te stellen.
Naschrift
Ik kon er niet achter komen of Yakult de receptuur in 2011 heeft aangepast of dat de missie van het CDA succesvol is geweest. Yakult zelf kon ook niet direct uitsluitsel geven. Uiteindelijk kwam ik samen met een woordvoerder van het bedrijf tot de conclusie dat de actie van Klink effect heeft gesorteerd.
Bron: onder andere EVMI
Posts tonen met het label landbouw. Alle posts tonen
Posts tonen met het label landbouw. Alle posts tonen
zaterdag 6 augustus 2011
vrijdag 5 augustus 2011
Moeilijke woorden?
Ik heb de fout begaan in één tweet twee moeilijke woorden te gebruiken. Ik kreeg meteen de kous op de kop. Wat echter vreemd was, de indruk werd gewekt dat ik agrarische vaktaal bezigde, terwijl ik het had over 'homogeniteit' en 'bulkproductie', begrippen die ikzelf eerder associeer met de industrie.
De directe aanleiding voor het gebruik van deze begrippen vormde een opmerking in een discussie over de Livar varkens. Ergens in die discussie werd gesteld dat Nederland te klein is om alle varkens buiten in de modder te laten wroeten. Iemand wierp toen de vraag op of we als land per se zoveel voor de export moeten produceren.
We hebben in Nederland op dit moment zo'n 12.000.000 varkens en aangezien ze een half jaar mee gaan mag het duidelijk zijn dat het overgrote deel van deze dieren is bestemd voor de export. Als land zijn we altijd zeer succesvol geweest in deze tak van sport. Het heeft ons geen windeieren gelegd, maar de vraag mag worden gesteld of we niet eens moeten gaan nadenken over een andere koers. Het probleem met deze vorm van export is namelijk dat er alleen wordt geconcurreerd op prijs.
Dankzij ver doorgevoerde mechanisatie ging dat heel lang heel goed, maar de vraag is hoe lang nog, want in landen als Polen, Argentinië en China snappen ze ook steeds beter hoe het werkt. Nestlé bijvoorbeeld investeert in China om lokale boeren in staat te stellen kwalitatief hoogwaardige melk te produceren. De drie genoemde landen hebben een duidelijk concurrentievoordeel als het gaat om de kostprijs: land in overvloed en arbeid is spotgoedkoop. Bij ons daarentegen is de rek er wel een beetje uit. Het enige wat we nog kunnen doen zijn nóg grotere stallen en dus nog minder bedrijven, maar dan vrees ik dat het met de landbouw dezelfde weg op gaat als met de ooit florerende scheepsbouw. De enige werven die het hebben overleefd zijn de bouwers van gespecialiseerde schepen als Damen en IHC.
Het probleem van homogene bulkproducten is dat ze geen onderscheidend vermogen hebben. Ze zijn inwisselbaar en de eindgebruiker merkt niet of het om product A of product B gaat. Voor de handelaar of intermediair is dat prettig, want die kan lekker shoppen voor de laagste prijs en het risico ligt bij de primaire producent.
Als je als bedrijfstak echter al zolang bent ingesteld op het produceren van homogene bulkproducten tegen de laagst mogelijke prijs, dan is het heel erg lastig om de bakens te verzetten. Het vergt het een totaal andere bedrijfsvoering én een andere mindset. De gemiddelde moderne Nederlandse boer kan zich bijna volledige concentreren op de productie-technische aspecten van de bedrijfsvoering omdat hij maar een beperkt aantal grote afnemers heeft. Product-innovatie en zaken als marketing en verkoop zijn de facto meestal uitbesteed. Makkelijk en efficiënt, nodig ook, want hij heeft het al druk genoeg, maar het maakt hem wel kwetsbaar. De afstand tussen de boer en de eindgebruiker is zodoende namelijk heel groot.
Een bijkomend, maar cruciaal, probleem is dat een boer een meer dan gemiddeld grote behoefte heeft aan afzetzekerheid. Immers de periode van zaadje tot karbonaadje, bloem of suiker beslaat al snel een jaar en dan hebben we het nog niet eens over een product als melk. Als je 15 hectare inzaait met bijvoorbeeld tarwe, gerst of bieten, dan wil je wel zeker weten dat je de oogst aan het einde van het seizoen kunt verkopen, vooral als de marge maar minimaal is.
Hop
Wat dat aangaat is het allemaal heel begrijpelijk dat boeren erg moedeloos worden van half geïnformeerde buitenstaanders die ze komen vertellen dat het allemaal anders moet. Buitenstanders ook, die zelf geen enkel risico lopen.
De oplossing lijkt ver weg, maar misschien zit de oplossing verborgen in de laatste bijzin. Ooit werd ik gebeld door een kleine bierbrouwer die niet meer aan hop kon komen. Hij had het vermoeden dat er met hop werd gespeculeerd en dat leidde zowel tot heel hoge prijzen als tot slechte verkrijgbaarheid. Overigens was het eveneens haast ondoenlijk om aan flesje te komen. Ik ben toen andere brouwers gaan bellen en die kampten met hetzelfde probleem. Het probleem met speculatie is dat zowel de primaire producent als de eindegebruiker er last van heeft. Mijn voorstel was toen om als brouwers een collectief te vormen en gezamenlijk een contract af te sluiten met hoptelers waarbij beide partijen zich vastleggen op een aantal tonnen hop en op een prijs.
Het bleek achteraf geen originele gedachte en er was zelf al een naam voor: co-trading. Maar wat brouwers kunnen met hoptelers, kunnen vleeseters en groente- en fruitliefhebbers natuurlijk ook. Dat hoeft zich niet te beperken tot particulieren, de horeca en kan hetzelfde doen. In feite is ook MijnKoeJouwKoe op dit principe gebaseerd. Het komt erop neer dat je samen met de boer overlegt wat je precies wilt hebben en dat je een deel van het ondernemersrisico van hem overneemt. Dat haalt de vrijblijvendheid weg, maar leidt bovendien tot een veel kortere keten zodat de kosten redelijk blijven.
De directe aanleiding voor het gebruik van deze begrippen vormde een opmerking in een discussie over de Livar varkens. Ergens in die discussie werd gesteld dat Nederland te klein is om alle varkens buiten in de modder te laten wroeten. Iemand wierp toen de vraag op of we als land per se zoveel voor de export moeten produceren.
We hebben in Nederland op dit moment zo'n 12.000.000 varkens en aangezien ze een half jaar mee gaan mag het duidelijk zijn dat het overgrote deel van deze dieren is bestemd voor de export. Als land zijn we altijd zeer succesvol geweest in deze tak van sport. Het heeft ons geen windeieren gelegd, maar de vraag mag worden gesteld of we niet eens moeten gaan nadenken over een andere koers. Het probleem met deze vorm van export is namelijk dat er alleen wordt geconcurreerd op prijs.
Dankzij ver doorgevoerde mechanisatie ging dat heel lang heel goed, maar de vraag is hoe lang nog, want in landen als Polen, Argentinië en China snappen ze ook steeds beter hoe het werkt. Nestlé bijvoorbeeld investeert in China om lokale boeren in staat te stellen kwalitatief hoogwaardige melk te produceren. De drie genoemde landen hebben een duidelijk concurrentievoordeel als het gaat om de kostprijs: land in overvloed en arbeid is spotgoedkoop. Bij ons daarentegen is de rek er wel een beetje uit. Het enige wat we nog kunnen doen zijn nóg grotere stallen en dus nog minder bedrijven, maar dan vrees ik dat het met de landbouw dezelfde weg op gaat als met de ooit florerende scheepsbouw. De enige werven die het hebben overleefd zijn de bouwers van gespecialiseerde schepen als Damen en IHC.
Het probleem van homogene bulkproducten is dat ze geen onderscheidend vermogen hebben. Ze zijn inwisselbaar en de eindgebruiker merkt niet of het om product A of product B gaat. Voor de handelaar of intermediair is dat prettig, want die kan lekker shoppen voor de laagste prijs en het risico ligt bij de primaire producent.
Als je als bedrijfstak echter al zolang bent ingesteld op het produceren van homogene bulkproducten tegen de laagst mogelijke prijs, dan is het heel erg lastig om de bakens te verzetten. Het vergt het een totaal andere bedrijfsvoering én een andere mindset. De gemiddelde moderne Nederlandse boer kan zich bijna volledige concentreren op de productie-technische aspecten van de bedrijfsvoering omdat hij maar een beperkt aantal grote afnemers heeft. Product-innovatie en zaken als marketing en verkoop zijn de facto meestal uitbesteed. Makkelijk en efficiënt, nodig ook, want hij heeft het al druk genoeg, maar het maakt hem wel kwetsbaar. De afstand tussen de boer en de eindgebruiker is zodoende namelijk heel groot.
Een bijkomend, maar cruciaal, probleem is dat een boer een meer dan gemiddeld grote behoefte heeft aan afzetzekerheid. Immers de periode van zaadje tot karbonaadje, bloem of suiker beslaat al snel een jaar en dan hebben we het nog niet eens over een product als melk. Als je 15 hectare inzaait met bijvoorbeeld tarwe, gerst of bieten, dan wil je wel zeker weten dat je de oogst aan het einde van het seizoen kunt verkopen, vooral als de marge maar minimaal is.
Hop
Wat dat aangaat is het allemaal heel begrijpelijk dat boeren erg moedeloos worden van half geïnformeerde buitenstaanders die ze komen vertellen dat het allemaal anders moet. Buitenstanders ook, die zelf geen enkel risico lopen.
De oplossing lijkt ver weg, maar misschien zit de oplossing verborgen in de laatste bijzin. Ooit werd ik gebeld door een kleine bierbrouwer die niet meer aan hop kon komen. Hij had het vermoeden dat er met hop werd gespeculeerd en dat leidde zowel tot heel hoge prijzen als tot slechte verkrijgbaarheid. Overigens was het eveneens haast ondoenlijk om aan flesje te komen. Ik ben toen andere brouwers gaan bellen en die kampten met hetzelfde probleem. Het probleem met speculatie is dat zowel de primaire producent als de eindegebruiker er last van heeft. Mijn voorstel was toen om als brouwers een collectief te vormen en gezamenlijk een contract af te sluiten met hoptelers waarbij beide partijen zich vastleggen op een aantal tonnen hop en op een prijs.
Het bleek achteraf geen originele gedachte en er was zelf al een naam voor: co-trading. Maar wat brouwers kunnen met hoptelers, kunnen vleeseters en groente- en fruitliefhebbers natuurlijk ook. Dat hoeft zich niet te beperken tot particulieren, de horeca en kan hetzelfde doen. In feite is ook MijnKoeJouwKoe op dit principe gebaseerd. Het komt erop neer dat je samen met de boer overlegt wat je precies wilt hebben en dat je een deel van het ondernemersrisico van hem overneemt. Dat haalt de vrijblijvendheid weg, maar leidt bovendien tot een veel kortere keten zodat de kosten redelijk blijven.
woensdag 8 juni 2011
Bij EHEC heb IK de regie
"In Nederland hebben we het zo georganiseerd dat ik de regie heb", zei Schippers. "In Duitsland loopt iedereen zich er tegenaan te bemoeien." Aldus ministers Schippers over de EHEC-uitbraak.
Je moet maar lef hebben. Duitsland de les lezen én aannemen dat de kiezer wat kort van memorie is. Hadden we niet nog een smeulend veenbrandje met betrekking tot het, naar zware criminaliteit neigende, antibioticamisbruik? Had Volksgezondheid daar de regie of ging Bleker daar over? En hoe zat dat ook weer met de Q-koorts? Wogen daar de economische belangen van de geitenhouders niet zo zwaar volgens Landbouw, dat Volksgezondheid maar even moest inbinden?
Zelf vrees ik dat het gezamenlijke optreden van Bleker en Schippers in het antibioticadebat dichter in de buurt van de werkelijkheid komt dan de spierballentaal van vandaag. Hoewel iedereen - met een beetje verstand van zaken - weet dat het huidige beleid inzake het antibioticamisbruik een soort Russische roulette is, wacht onze doorpakkende staatssecretaris op autonome zelfregulering van de sector en kijkt de regisseuze van Volksgezondheid daadkrachtig toe.
Maar goed, het zou best kunnen dat in het gedoogakkoord een paragraaf is opgenomen over EHEC. Zou zomaar kunnen. Het zou van een vooruitziende blik getuigen, van paranormale vermogens ook, maar niets is onmogelijk.
Je moet maar lef hebben. Duitsland de les lezen én aannemen dat de kiezer wat kort van memorie is. Hadden we niet nog een smeulend veenbrandje met betrekking tot het, naar zware criminaliteit neigende, antibioticamisbruik? Had Volksgezondheid daar de regie of ging Bleker daar over? En hoe zat dat ook weer met de Q-koorts? Wogen daar de economische belangen van de geitenhouders niet zo zwaar volgens Landbouw, dat Volksgezondheid maar even moest inbinden?
Zelf vrees ik dat het gezamenlijke optreden van Bleker en Schippers in het antibioticadebat dichter in de buurt van de werkelijkheid komt dan de spierballentaal van vandaag. Hoewel iedereen - met een beetje verstand van zaken - weet dat het huidige beleid inzake het antibioticamisbruik een soort Russische roulette is, wacht onze doorpakkende staatssecretaris op autonome zelfregulering van de sector en kijkt de regisseuze van Volksgezondheid daadkrachtig toe.
Maar goed, het zou best kunnen dat in het gedoogakkoord een paragraaf is opgenomen over EHEC. Zou zomaar kunnen. Het zou van een vooruitziende blik getuigen, van paranormale vermogens ook, maar niets is onmogelijk.
Abonneren op:
Posts (Atom)


