dinsdag 30 juli 2013

Eksters

Gewoon buiten, deze Buitengewonevarkens

Twee mannen klopten bij me aan, grote dubbelloops jachtgeweren op de rug. "We komen even het eksternest uitschieten." Ik stamelde iets van, "Wat?" Tja, eloquentie is iets wat men op beslissende momenten niet altijd ter beschikking heeft.

De mannen in kwestie wilden, uit naam van de lokale jachtcombinatie, een nest jonge eksters postnataal aborteren, endlösen of hoe heet zoiets. Toch maar even gevraagd waarom. Het kwam erop neer dat eksters vreselijke rovers zijn die zich te buiten gaan aan tal van jonge dieren. 'Zodat jullie ze niet kunnen schieten als ze net ietsje minder jong zijn?" Toen leek hun moment van verminderde welbespraakheid aangebroken.

Ietsiepietsie concurrentie
Voordat ze weer bij zinnen kwamen, heb ik ze te verstaan gegeven dat een beetje kerel-met-een-dubbelloops-jachtgeweer toch geen probleem zou moeten hebben met ietsiepietsie concurrentie in de vorm van een zwart-wit vogeltje en dat ik geen moment zou aarzelen om ze, indien ze zich bij mij of waar dan ook, schuldig zouden maken aan het uitschieten van nesten, aan te geven bij de politie.

Ik moest aan dit voorval denken naar aanleiding van dat geweldige plan om de leefomstandigheden van de Nederlandse varkens te verbeteren. U weet wel, ze krijgen 25% meer ruimte, dat wil zeggen een magere 4 van de 13 miljoen varkens mag zich gelukkig prijzen. Nou ja, gelukkig... 25% meer leefruimte is in het geval van een gangbaar varken nog steeds niks.

Quantité négligeable
Wat me toch telkens nog het meest verbaast is dat de 'grote jongens' zich zo lijken in te spannen om zelfs het laatste restje aan concurrentie door ambachtelijke bedrijven (boeren en slagers) te elimineren. Wat dat aangaat, lijken ze op die jagers. Je zou toch zeggen dat die ambachtelijke slagers en boeren inmiddels zijn verworden tot een quantité négligeable, maar kennelijk denken ze daar zelf anders over. Want, alleen de grootsupers mogen meedoen in dit verhaal en mogen hun varkensvlees voorzien van het beterlevenkeurmerk van de dierenbescherming.

Vlees van Country Smile, Walnoot en Wilg, Buitengewone Varkens en Heyerhof komt überhaupt niet in aanmerking voor sterren van de Dierenbescherming zodat de doorsnee consument al snel denkt dat het vlees van deze bedrijven minder diervriendelijk is dan dat wat bij de supers ligt. Natuurlijk is het omgekeerde het geval en zo lijkt het wel erg op een uiterst cynische poging van concurentievervalsing.



vrijdag 28 juni 2013

Oetker's dermatologische aandoening

Hoewel we het niet helemaal eens zijn met FoodWatch, steunen we bijna al hun acties en dat zouden meer mensen moeten doen. Maar met de actie tegen een toetje van Dr Oetker (Paula Chocoladevla met Vanillevlekken) hebben we toch wat problemen. Niet dat we stiekem verzot zijn op dit spul. We voelen zelfs geen enkele aanvechting het te kopen, want 'vanillevlek' klinkt in onze oren als een serieus dermatologisch probleem.

Maar goed FoodWatch schrijft, "De schappen in de supermarkten zijn vergeven van de ongezonde kinderproducten. Vaak op ooghoogte uitgestald en schreeuwend om de kinderaandacht, met felle kleuren en coole stripfiguurtjes.

Dr. Oetker levert met Paula de Koe een schoolvoorbeeld van gehaaide kindermarketing voor een te zoet en te vet product. Wil je ook dat Dr. Oetker zich aan zijn eigen mooie woorden houdt en stopt met (online) reclame gericht op kinderen? Laat dit aan deze voedselproducent weten!"

Marketinginstrumentarium

Het lijkt wel alsof FoodWatch zich van het marketinginstrumentarium van Dr Oetker is gaan bedienen. "Te zoet en te vet"? Hoe zoet en hoe vet is wat wij graag willen weten voordat we in actie komen. In de oproep van FoodWatch kunnen we de cijfertjes net zo lastig terugvinden als op de verpakking van prefabfood en dat lijkt ons niet de bedoeling.

Dat Oetker c.s. voor producten die voor kinderen zijn bestemd gebruik maakt van zaken die kinderen aanspreken lijkt ons niet meer dan logisch. Bovendien als Oetker dat niet zou mogen doen, hoe ga je dan om met producten die gericht zijn op kinderen en die wél goed zijn?

Nog maar kort geleden is er een onderzoekje gepubliceerd waaruit zou blijken dat je deze 'tools' heel effectief zou kunnen gebruiken in de strijd tegen obesitas. Dat niemand dat eerder en zonder wetenschappelijke onderbouwing heeft bedacht, leidt hier tot gefronste wenkbrauwen en erger.

dinsdag 25 juni 2013

Het vinkje heeft het niet gedaan

Je zou er haast overheen lezen, maar het staat er toch echt. In een artikel over de introductie van het stoplichtsysteem voor 'gezond' voedsel staat: "Voor Britten is het een stoplichtcode die ze helpt een gezondere keuze te maken. Wij moeten het doen met een vinkje."

Zoals bekend, zijn wij een verklaard tegenstander van zo'n stoplichtsysteem omdat we denken dat het nogal arbitrair is om de 'gezonde' norm te bepalen voor een bepaalde stof in een bepaald product. Moeten alle gebakjes en bonbons straks worden voorzien met een knalrood stickertje om ons te waarschuwen omdat er suiker inzit? Worden de pakjes boter in het vervolg helemaal in scharlakenrood uitgevoerd? We willen maar zeggen, bij gezond eten behoort ook gebruik van gezond verstand.

De andere kant van het verhaal is de hoeveelheid sluipsuiker en -zout. U weet wel, suiker in producten waar u dat - met uw gezonde verstand - niet zou verwachten, zoals in zoutjes met meer suiker dan zout, mayonaise, ham, bier en fruitzuivel met een karrevracht suiker en een homeopathische hoeveelheid fruit.

Ook hier is de vraag, waar ligt de grens? De mensen achter het vinkje vinden 18% sluipsuiker voldoende aanleiding om een vinkje te verstrekken, tenminste als er voorheen 2 gram meer in zat, want dat is een reductie van maar liefst 10%. En zo bekeken is er ineens weer wel wat te zeggen voor zo'n stoplichtsysteem.

donderdag 13 juni 2013

Nationale Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteitbashingdag

Ik had het vandaag wat laat in de gaten, maar het is kennelijk weer Nationale Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteitbashingdag, zoals elk jaar op 13 juni. Want eerst een lang item op de radio en zojuist bericht Foodlog over vlees met oorsprong waarvan de oorsprong...

Uit het item op de radio blijkt dat er veel vaker sprake is van voedselfraude dan wordt gemeld. Uiteraard is dat een open deur of misschien moeten we zeggen een deurloze deurpost. Maar toch:

"Fraude met voedsel wordt in Nederland niet of nauwelijks gemeld. Voedsel wordt regelmatig getest, maar als uit de test blijkt dat er iets anders in zit dan op het etiket staat, wordt dat niet aan de voedsel- en warenautoriteit gemeld.
Over de afgelopen twee jaar kreeg de NVWA zes meldingen van fraude, maar een rondgang van de NOS langs betrokkenen en experts leert dat in werkelijkheid veel vaker fraude wordt ontdekt.
De omvang daarvan is onduidelijk. Een ex-medewerker van de NVWA zegt dat de fraude-aanpak geen prioriteit bij de NVWA heeft."Die is wegbezuinigd. En de sector zelf meldt fraude nauwelijks."
Dat de sector i.c. de fraudeur het niet meldt ligt nogal voor de hand, maar dat de NVWA er niets mee doet, leidt hier toch wel tot oren waar stoom uit ontsnapt.
Oerknallervlees
Het item van Foodlog vervolgens begint terecht een beetje badinerend. Immers, "Vlees met Oorsprong" wekt de suggestie dat er ook vlees is zonder oorsprong, een soort oerknallervlees. Maar uiteraard staat de marketeers van Jumbo iets geheel anders voor ogen. Die willen namelijk profiteren van het feit dat de klant waarde hecht aan lokale producten. Dat is voor Jumbo lastig te realiseren maar goedkoop te suggereren. En zo hebben ze "Vlees met Oorsprong" bedacht. Maar alle begin is moeilijk, het vlees zwak en zo komt het dat Vlees met Ierse Oorsprong uit Polen komt...
Volgens het management van Jumbo is het allemaal de schuld van de werkvloer, iets met een nieuwe werkwijze. Het heeft er dus niks mee te maken dat veel klanten denken dat vlees uit Ierland (rustgevende, ruime, groene weides) beter is dan vlees uit Polen en vragen ons in gemoede af of het omgekeerde ook voorkomt (Pools vlees dat uit Ierland blijkt te komen).
Ik zie een ster!
Bijzonder is verder dat het Poolse vlees een ster draagt van de DierenBescherming - daar zijn ze weer - niet dat die sterren iets voorstellen, maar veelzeggend is het wel. Je zou haast zeggen dat er sprake is van dubbelfraude, maar ook dat zal de NVWA niet tot actie aanzetten.

dinsdag 4 juni 2013

Braaf opschrijven


In Trouw krijgt Jack van Messel alle ruimte om uit te leggen waarom zijn Uruguayaanse rundvlees zoveel beter is dan het Nederlandse. Van Messel, importeur van Uruguayaans rundvlees,  blijkt zicht te storen aan domme Nederlanders die gecharmeerd zijn van lokaal, duurzaam vlees van de boer om de hoek. Want dat lokale vlees is allesbehalve duurzaam althans, volgens de vleesimporteur van dienst.

Want, nog steeds volgens Jack, ons Nederlandse vlees is er slechts dankzij soja-import uit derdewereldlanden, maisimport uit de VS en ruimhartige antibioticasuppletie van farmaceuten. Nee... dan zijn rundvlees, daar komt geen antibiotica aan te pas, noch soja uit de derde wereld of mais… zijn koeien eten allen maar pampagras dat wordt natgeregend door pamparegens en dus gaat het ook niet gepaard met onvoorstelbare hoeveelheden waterverspilling.

Lento melo
En oh ja, ze zijn lento melo, ze ‘kunnen’ langzaam groeien en da's weer heel slowfoodie. De VN denkt daar overigens ietsje anders over en stelt dat ze alleen maar traag groeien omdat de omstandigheden nogal bar zijn (lees: weinig voedselaanbod) dus moeten ze wel later worden geslacht en dat leidt weer tot meer uitstoot van schadelijke gassen als methaan (een veel schadelijker broeikasgas dan CO2, maar dat terzijde).

Jeroen Thijssen culinair journalist van Trouw heeft het allemaal braaf uitgeschreven.

Inpakken en stoppen
Tja, en dan kan je als Nederlandse boer wel inpakken. En dan kan MijnKoeJouwKoe ook wel stoppen. Maar, klopt het nu wel, wat meneer Van Messel zo stellig beweert? Is het niet een beetje vreemd om alle Nederlandse koeien over één kam te scheren en te doen alsof alle Nederlandse runderen op een dieet van soja, mais en antibiotica staan?

Er zijn steeds meer Nederlandse koeien die alleen maar gras eten, van rassen waar nauwelijks een veearts aan te pas hoeft te komen. Koeien van boeren die het beste voor hebben met hun dieren, met het landschap en het milieu. Er zijn stiertjes die worden ingezet als grazers in natuurgebieden. Ze eten daar zeer gevarieerd en moeten meters maken om aan hun calorieën te komen zodat hun vlees goed doorbloed en fijn gemarmerd raakt. Qua smaak kan dat vlees de vergelijking met het Uruguayaanse vlees makkelijk aan. Wat ook zo fijn is van vlees van een boer om de hoek is dat het controleerbaar is of zoals wij graag stellen, vertrouw niet op onze blauwe ogen, maar ga zelf lekker kijken bij onze boeren en ambachtelijke slagers. Dat wordt toch wat lastiger als het gaat om Uruguayaanse boeren en slachthuizen.

Dus er is geen enkele reden om in te pakken of te stoppen en dat is maar goed ook. Wel een beetje jammer dat deze meneer zo weinig weerwoord krijgt. Want soms is Van Messel wel erg doorzichtig, bijvoorbeeld als hij een oude Nederlandse melkkoe vergelijkt met een Uruguayaanse vleeskoe. Ja, nogal wiedes dat een dier dat langer leeft meer CO2 uitstoot dan een vleeskoe die hooguit half zou oud wordt.

woensdag 13 februari 2013

Knödel met kloot

Ersatzsteinpilz in Duits bos
De kop dekt niet altijd de lading en dat is ook nu weer het geval. Dit is gewoon een erg lekker recept gebaseerd op oude broodjes en eekhoorntjesbrood, maar het levert knödel op en ik heb soms de indruk dat de gemiddelde Nederlander nog liever stierenbal consumeert dan knödel.

Dat is heel jammer - en daarmee zeg ik niets over de culinaire kwaliteit van rundertestikels - want knödels hoeven geen sompige, saaie meelballen te zijn. Probeer het onderstaande recept maar eens uit en laat zien dat je .... hebt.

Steinpilzknödel
Duurzaam omdat het een prima manier is om oud brood te recyclen!
  • 500 g witbrood
  • 20 g boter
  • 500 g eekhoorntjesbrood (of 50 gram gedroogd eekhoorntjesbrood dat eerst minimaal 30 minuten heeft geweekt in heet water (vocht bewaren en toevoegen aan jus of saus)
  • 2 sjalotjes
  • 50 g gedroogde ham
  • 50 g gedroogde tomaten
  • 100 g Mozzarella
  • 5 eieren
  • 1 laurierblad
  • 100 g paneermeel
  • 50 g parmezaanse kaas
  • 4 cl plantaardige olie
  • tijm
  • dragon
  • suiker
  • peper
  • zout
Het brood in dobbelsteentjes snijden, de boter met de tijm in een koekenpan goudgeel aanzetten en uit de pan nemen. In dezelfde pan het fijngesneden eekhoorntjesbrood, de sjalotten, de ham, tomaten en de dragon kort aanzetten en toevoegen aan het brood.

De gesneden mozarella toevoegen, kruiden met zout, peper en zout naar smaak.

De eieren, op het wit van eentje na, toevoegen en het geheel met de hand goed kneden tot er een stevige massa ontstaat die tot balletjes gevormd kan worden. Dit is een belangrijke stap de balletjes moeten een homogene structuur hebben, niet te los en niet te plakkerig. In het eerste geval nog even stevig doorkneden en in het tweede, bloem toevoegen.

De knödel in kokend heet water met een laurierblad gedurende 12-15 minuten laten ‘trekken’ (niet laten koken).

Het eiwit losslaan. De knödel door het eiwit halen en dan door het paneermeel en de parmezaanse kaas rollen en deze daarna in een beetje olie goudgeel bakken.

maandag 11 februari 2013

IJdelheid

Vandaag staat kennelijk in het teken van één van de zeven ondeugden. Te weten, ijdelheid. Eerst zie ik dat MijnKoeJouwKoe wordt genoemd als leverancier van een 'topstory' in zo'n twitterkrant. Mijn reactie is dan dat ik direct alles uit mijn handen laat vallen om te ontdekken welk verhaal dat dan is. Enfin, tien minuten later ben ik weer een frustratie rijker. Vervolgens treedt de paus af en niet veel later valt mijn oog op dit artikel in de Volkskrant.

Het leuke is, dat ik een van die boeren ooit (21 jaar geleden) heb gezegd, 'Wat met wijn kan, kan ook met aardappelen'. Beter zelfs, want de afstand tussen druif en glas is onmetelijk veel groter dan tussen aardappel en bord. Maar kennelijk was toen de tijd er nog niet rijp voor. Tien jaar later werd een oplossing gevonden in de vorm van de Hoeksche Chips, twee jaar geleden werd daar Hoekjsche Vodka aan toegevoegd en vorig jaar volgde de Hoeksche Rooie - een aardappel dus.

Boer als merk
Tja, en dan ben ik ijdel genoeg omdat leuk te vinden, maar ook om blij te zijn voor boeren die hun eigen koers durven te varen. Heel terecht stellen ze dat ze afkerig zijn van samenwerking met al te grote ondernemingen omdat je daar al snel te afhankelijk van wordt.

Bovendien ben ik al jaren de overtuiging toegedaan dat oerproducenten moeten fungeren als merk en dat is in Nederland allesbehalve vanzelfsprekend. De gemiddelde boer blijft buiten beeld en fungeert als een ketenspeler en als leverancier van een commodity. Onbegrijpelijk is dat niet, vooral niet in een land dat zich op agrarische gebied wil profileren als exportland. Maar het maakt de boer volledig inwisselbaar. Hij heeft dus een slechte onderhandelingspositie tegenover inkopers.

Dubbeldroevig
De andere kant van de zaak is dat de boer geen noodzaak voelt om met een onderscheidend product te komen. Het 'zesje' moet vooral geen tien worden. Dat kost de boer alleen maar geld en tijd en zijn afnemer wordt er niet blij van, die wil namelijk voor alles homogeniteit. Voor de boer is dat uiteindelijk niet fijn, want hij kan zich alleen maar onderscheiden door een nóg hogere efficiency c.q. lagere kosten en een grotere schaal. Voor de klant is het ook niet fijn, want smaak is bij dit alles geen criterium. Met een beetje kwade wil zou je zelfs kunnen stellen dat juist geen-smaak een criterium is; zie bijvoorbeeld de uitzending van de Wilde Keuken over spruitjes of lees de tragische geschiedenis van de man achter de smaakaardbeien er maar eens op na.

En dus ben ik blij met zo'n artikel in de Volkskrant. Wat zeg ik, driedubbelblij. Voor de betrokken boeren, voor de consument en voor mezelf.