Ik zal wel iets ergs mankeren, iets psychisch ofzo, iets wat me tot een afwijkeling maakt. Immers, ik begrijp maar niet dat een artikel als het nevenstaande zomaar zonder waarschuwingen in de krant wordt geplaatst. Bij elke film die op tv komt, waakt de overheid over onze tere zieltjes en worden de kijkertjes erop geattendeerd dat ze geschokt zouden kunnen raken door het ongepolijste taalgebruik, nagespeelde gevechten en blote lichaamsdelen.
Ik weet echter als sinds mijn zevende of achtste dat het maar toneel is en geen echt bloed en dat die acteurs het allemaal gewoon hebben overleefd. Met andere woorden het onthutst me allemaal niet meer, maar het bovenstaande artikel vergt toch wel een sterke maag. Op een zakelijke manier legt Marie Louise Schipper bloot wat er mis is met het obesitasbeleid van de overheid.
Een voorkeur voor een bepaald product re realiseren
Het is een beleid dat gebaseerd is op een grenzeloos vertrouwen in het zelfregulerende vermogen van de voedingsindustrie Hierbij is een cruciale rol weggelegd voor JOGG (Jeugd Op Gezond Gewicht) van Paul Rosenmöller die op haar beurt eveneens een grenzeloos vertrouwen heeft in de voedingsindustrie. Die mag à raison van €50.000 per jaar participeren in JOGG en samen hebben de zes deelnemende bedrijven inmiddels al zeven pilots van de grond helpen tillen. Pilots zoals 'Ik eet het beter' van Albert Heijn.
Uiteraard mag de lokale slager en groenteboer ook rustig meedoen, maar wel op dezelfde voorwaarden. We hechten hier immers aan een 'level playing field'... Bovendien doet de voedingsindustrie inmiddels niet meer aan marketing die specifiek gericht is op kinderen jonger dan zeven jaar en als u denkt dat de reclame erop is gericht om kinderen meer koekjes of andere zoetigheid te laten eten heeft u het helemaal mis. Men tracht slechts een voorkeur voor een bepaald product re realiseren.
Ondertussen stevenen we met ons allen af op een niet meer te beteugelen obesitas-epidemie met een overheid die de vos op de kippen laat passen en een vos die met een schijnheilig gezicht verklaart het beste voor te hebben met de kippen. Misschien heb ik wat weinig eelt op mijn ziel, maar ik zou blij zijn met een waarschuwing bij zo'n artikel: ONGESCHIKT VOOR LEZERS DIE NIET TEGEN CYNISME KUNNEN
zondag 27 januari 2013
dinsdag 15 januari 2013
Sommige varkens, gelijker dan andere varkens
![]() |
| De schoonste ter wereld |
Bovenstaand de, wat gammel verwoorde, opvatting van de bestuursvoorzitter van de WUR, Aalt Dijkhuizen. Hij vergelijkt Wakker Dier, een stukje verderop ook nog met Big Brother. Hij lijkt ook van mening dat binnen het duurzaamheidspectrum sommige varkens gelijker zijn dan andere varkens, om maar even bij 1984 te blijven.
David als Big Brother? Volgens mij is dat laatste een beetje raar en gaat het bij duurzaamheid juist om het geheel. Dus is de noodzaak om schoon te produceren niet van minder belang dan het dierenwelzijn en de eerlijke prijs voor de boeren. En waarom zou hij Wakker Dier betitelen als Big Brother? Het lijkt er verdacht veel op dat hij beseft dat zijn argumenten nogal zwak zijn. De vraag die de vergelijking verder oproept, is hoe we de gezamenlijk lobby van CBL (grootwinkelbedrijf), NFLI (levensmiddelenindustrie) en de gangbare landbouw zouden moeten betitelen.
Dat het wringt, om het ene duurzaamheidscriterium meer gewicht te geven dan het andere blijkt onder andere uit de boude bewering dat de Nederlandse veehouderij de schoonste ter wereld is. (Want de meest productieve) Immers, een deel van die productiviteit is wel het gevolg van de inzet van antibiotica en, de productiviteit mocht ook wat kosten als het gaat om natuur, landschap, dieren- en boerenwelzijn.
Streefcijfers van het ministerie
Wat die laatste twee aangaat is het goed om nog even te wijzen op de gevolgen van de intensivering voor de volksgezondheid. MRSA en ESBL zijn inmiddels zo wijd verbreid, dat boeren en hun familie die opgenomen moeten worden in een ziekenhuis, eerst in quarantaine moeten. Kipfilet is voor ongeveer 90% besmet en het zou zomaar kunnen dat we straks weer massaal sneven aan de gevolgen van een voorheen onschuldige infectie. De veehouderij heeft zich de afgelopen jaren massief ingezet om de antibioticaconsumptie te minderen en is daarbij veel verder gegaan dan de streefcijfers van het ministerie. Ook dat laatste is toch wel bedenkelijk te noemen, zo'n laag ambitieniveau bij een dergelijk dreigend probleem.
Vallen ESBL en MRSA onder het hoofdstuk vervuiling? Dat lijkt een semantische discussie, maar we kunnen in elk geval stellen dat het een direct gevolg is van een landbouwbeleid met een eenzijdige focus op kostenreductie. Misschien een beetje flauw van Wakker Dier om zich zo eenzijdig op de supermarkten te richten. Die zitten namelijk in net zo'n onmogelijke situatie als veel boeren. Waar de boer afhankelijk is van de inkopers van de supers zijn de supers afhankelijk van (activistische) aandeelhouders. Mij lijkt het dat de overheid hier de schone taak heeft om een gelijk speelveld te creëren.
maandag 7 januari 2013
We maken er gehackt van!
![]() |
Denk aan bosvruchtensap met een verwaarloosbaar percentage bosvruchten die niet uit een bos komen. Guacamole waar een homeopathisch beetje avocado inzit, schouderham en ga zo maar door. Het zal wel onder de noemers vallen van "de mensen willen voor de gek gehouden worden" en "je krijgt als volk wat je verdient.." en "hoe kan je voor die prijs nou wat goeds verwachten...".
Dat gegoochel is van alle tijden. Als ik me niet vergis werd aan melk vroeger regelmatig krijt toegevoegd om te verhullen dat het met water was aangelengd. Mindere delen van het varken werden opgepimpt totdat ze leken op de beste delen en zo ontstond de schouderham. Van recenter datum is het kipproduct dat voor een kwart uit water bestaat plus wat varkenseiwit [anders loopt dat water er meteen weer uit]. En zo kunnen we nog wel een tijdje doorgaan.
Eelt op de ziel
Inmiddels heb ik wel wat eelt op mijn ziel gekweekt en probeer ik deze vormen van fraude met een schouderophalen af te doen. Bovendien gaat het toch bijna altijd om de 'usual suspects'. Maar helaas maken ook mensen met een onbezoedeld blazoen zich schuldig aan deze folklore.
Ik bedoel wat zou je anders achter de Vegetarische Slager zoeken dan louter goede bedoelingen? Toch meent de beste man dat hij volop mee moet doen aan deze vaderlandse folklore. Dus heetten zijn plantendingen geen 'plantendingen', maar gehakt, kipspiesjes of tonijn. Nou kan ik me bij gehakt nog wel een dichterlijke vrijheid voorstellen, maar kipspiesjes zonder kip en tonijn zonder vis riekt toch tamelijk onfris.
De vleesverwerkers en het CDA vonden het ook te ver gaan. Weliswaar hebben ze zelf boter op het hoofd (de vleessector o.a. omdat ze geen been ziet in schouder-, blaasham en plakvlees en het CDA bijv. dat geen problemen heeft met kipfilet met water). Eendrachtig tekenden ze protest aan en zodoende heeft de vegaslager zijn producten heel lollig omgedoopt in gehackt, tonyn en vegetarische kipspiesjes.
Kies voor echt
Beetje jammer, want het leek zo sympathiek allemaal en wie is er nu tegen wat meer flexitarisme? Ook jammer dat hij alles goedpraat met flauwe argumenten van het gehalte, 'In een zigeunerschntitzel zit toch ook geen zigeuner? En in een Slavink geen Sla?'
Plantaardige dingen maken die eruit zien als vlees vinden we sowieso raar. Wat is er mis met planten eten? Waarom moeten omgewerkte soja, lupine en zeewier lijken op een schnitzel, kipfilet of een moot van een bijna uitgestorven zeevis?
En wat mij betreft mag u best wat vaker vegetarisch eten, maar dan toch liever geen dingen die op vlees moeten lijken... Kook lekker zelf, geniet daar van en werk daarbij met echte producten. Dat geldt voor vlees, maar evengoed voor groente, fruit en zuivel.
Lex
Leestip voor de beginnende vegetariër: Plenty van Yotam Ottolenghi
woensdag 22 augustus 2012
Marsepijn
Nederland blijft een raar land als het om de eetcultuur gaat. Marjoleine de Vos beschreef recent nog dat als wij Nederlanders echt lekkere boter willen, dat we dan kiezen voor boter uit Normandië, Bretagne of de Belgische Voerstreek (Aubel). Raar, want ooit hadden we een wereldnaam als het om boter ging.
Iets soortgelijks doet zich voor met spijs en marsepein. Typisch Nederlandse producten, al wordt het gemaakt van amandelen. Maar aan de gemiddelde banketstaaf komt geen amandel te pas en bij veel marsepein zal men de amandel al eveneens vergeefs zoeken.
Ieder verzet lijkt zinloos
Maar goed, we zijn in Nederland inmiddels al zover dat we best weten dat als we een banketstaaf willen zoals de banketstaaf ooit bedoeld was - voor de goede orde: een vulling die bestaat uit amandelspijs en een omhulsel van bladerdeeg op basis van roomboter - dat we dan extra onze best moeten doen, want anders krijgen we witte bonenpulp en margarine. Misschien raar, maar ieder verzet lijkt zinloos.
Denk echter niet dat amandelspijs per definitie zuivere koffie is. Als het om voedsel gaat, is de wetgever uiterst coulant. Voor amandelspijs moeten wel amandelen worden gebruikt, maar 15% is echt wel meer dan genoeg volgens de wet. Een beetje handige bakker vervangt de dure amandelen voor een restproduct als abrikozen- of perzikpitten. Plakkertje erop met "zuivere amandelspijs" en tel uit je winst.
Eer te na
Gelukkig zijn er bakkers die dit hun eer te na vinden. Gerard Hardeman van de gelijknamige Bakkerij Hardeman uit Wijk en Aalburg is er zo een. Hij was zo ontevreden over de marsepein en amandelspijs die wordt aangeboden, dat hij heeft besloten alleen nog maar zelfgemaakte te verwerken. Alleen dan weet hij precies waar hij aan toe is en bovendien is het dan nog biologisch ook. Behalve in zijn winkel in Wijk en Aalburg zijn zijn producten (ook heel bijzonder biologisch zuurdesembrood) vanaf zes september ook te vinden op de Culimarkt in Dordrecht.
Iets soortgelijks doet zich voor met spijs en marsepein. Typisch Nederlandse producten, al wordt het gemaakt van amandelen. Maar aan de gemiddelde banketstaaf komt geen amandel te pas en bij veel marsepein zal men de amandel al eveneens vergeefs zoeken.
Ieder verzet lijkt zinloos
Maar goed, we zijn in Nederland inmiddels al zover dat we best weten dat als we een banketstaaf willen zoals de banketstaaf ooit bedoeld was - voor de goede orde: een vulling die bestaat uit amandelspijs en een omhulsel van bladerdeeg op basis van roomboter - dat we dan extra onze best moeten doen, want anders krijgen we witte bonenpulp en margarine. Misschien raar, maar ieder verzet lijkt zinloos.
Denk echter niet dat amandelspijs per definitie zuivere koffie is. Als het om voedsel gaat, is de wetgever uiterst coulant. Voor amandelspijs moeten wel amandelen worden gebruikt, maar 15% is echt wel meer dan genoeg volgens de wet. Een beetje handige bakker vervangt de dure amandelen voor een restproduct als abrikozen- of perzikpitten. Plakkertje erop met "zuivere amandelspijs" en tel uit je winst.
Eer te na
Gelukkig zijn er bakkers die dit hun eer te na vinden. Gerard Hardeman van de gelijknamige Bakkerij Hardeman uit Wijk en Aalburg is er zo een. Hij was zo ontevreden over de marsepein en amandelspijs die wordt aangeboden, dat hij heeft besloten alleen nog maar zelfgemaakte te verwerken. Alleen dan weet hij precies waar hij aan toe is en bovendien is het dan nog biologisch ook. Behalve in zijn winkel in Wijk en Aalburg zijn zijn producten (ook heel bijzonder biologisch zuurdesembrood) vanaf zes september ook te vinden op de Culimarkt in Dordrecht.
Labels:
bakkers,
banketstaaf,
biologisch,
boter,
CuliMarkt,
Dordrecht,
hardeman,
marsepein,
spijs
dinsdag 14 augustus 2012
Varkens zonder varkenscyclus
![]() |
| Krškopolje zeug met biggen (Sloveens ras) |
Ik las een artikel in de Guardian over het feit dat veel Britse varkensboeren er de brui aangeven omdat hun producten te duur worden als gevolg van nieuwe wetgeving op gebied van dierenwelzijn. Dat leek me eerlijk gezegd geen slechte ontwikkeling, want daarmee daalt het aanbod en dus stijgt de prijs en vervolgens daalt die weer omdat het dan weer aantrekkelijker wordt om met varkens te beginnen. Zoals heet - misschien niet geheel toevallig - een varkenscyclus.
Thailand: varkensparadijs
Helaas had ik weer even buiten de waard gerekend. Volgens het artikel namelijk gaat de consument er niks van merken omdat supermarkten en fabrikanten massaal zullen uitwijken naar importvlees uit landen als Thailand.
Persoonlijk begrijp ik dan weer niks van dat soort wetgeving. Je zou mogen aannemen dat het doel van de wetgeving is dat het dierenwelzijn toeneemt. Maar in dit geval is het waarschijnlijk dat het rendement negatief uitvallen. Tenzij Thailand een waar varkensparadijs is, maar ik heb zo mijn twijfels.
WTO
Overigens blijkt uit het artikel dat Groot-Brittannië tot de enige drie EU-lidstaten behoort die deze EU-regelgeving in de wet hebben opgenomen.
Ter bescherming van zowel het welzijn van de varkens en dat van de boeren, was het beter geweest als de wetgever identieke eisen op gebied van dierenwelzijn zou stellen aan importvlees. Waarom dat niet gebeurt is mij een raadsel. Uiteraard zal het tot tegenwind leiden van de WTO, maar als importauto's aan specifieke nationale eisen moeten voldoen op gebied van veiligheid en uitstoot, waarom zou dan dat niet kunnen voor zaken als dierenwelzijn en voedselveiligheid?
Verder lezen (De kop slaat nergens op):
http://www.guardian.co.uk/business/2012/aug/12/price-of-bacon-to-soar?newsfeed=true
dinsdag 26 juni 2012
Vermoeiende types
Zaterdag wat stevige gesprekken gehad met boeren. Altijd weer interessant en ook leuk dat de een zo anders in het leven staat als de ander. Waar de een flexibel is is de ander soms wat defensief, althans in zijn of haar uitingen. Alleen jammer dat sommige boeren denken dat mijn doelstellingen haaks staan op hun doelstellingen.
Dat is niet alleen jammer, maar vooral ook onterecht en raar omdat ik altijd begin te stellen dat het voor mij begint met fairtrade. En dan doel ik niet op arme boeren in arme landen aan de andere kant van de wereld, maar op Nederlandse boeren die het te vaak ook niet breed hebben. Daarnaast moeten we denk ik stoppen met denken dat we het kunstje waarmee we het decennialang hebben volgehouden eindeloos kunnen herhalen.
Y-splitsing
Na afloop las ik op twitter iets van een melkveehouder die aangaf moe te worden [van die geluiden uit de samenleving] en het beu te zijn. Het proefde alsof ze al dat gemekker van consumenten zat was, van die stuurlui aan de wal die je wel even gaan vertellen wat je allemaal fout doet. Ik kan met het sentiment wel indenken, maar ik vind het wel een gevaarlijke denkwijze; alsof de consument iets anders is dan je klant...
Nu zal het voor veel boeren ook wel zo voelen, want de afstand tussen boer en eindgebruiker is haast onoverbrugbaar. De klant is de coöperatie die de melk afneemt of de multinational die de varkens koopt of... De klant is nog eerder een ministerie met eisen, wensen, regelgeving, protocollen dan de klant die de producten consumeert. Ergens moet het zijn misgegaan en kwamen de boeren en de eindgebruikers op een y-splitsing waarbij de boeren de ene kant op gingen en de consumenten de andere. Heel lang interesseerden de consumenten zich niet voor de landbouw en vice versa, maar op een bepaald moment kregen sommige consumenten een uitgesproken mening over 'de' landbouw. Dat lijkt ook de reden dat zo'n boer aangeeft moe te worden van die 'vervelende klanten'.
Bystander-effect
Het feit dat 'de' klant van 'de' boer een multionational is - of iets wat daar op lijkt - leidt er ook toe dat boeren nog steeds voornamelijk denken in volumes en in lage kosten. De vraag is alleen of dit geen doodlopende route is. Nederlandse boeren behoren tot de wereldtop als het gaat om hoge rendementen. We halen het uiterste uit elke hectare, iedere koe en ieder varken. De vraag is alleen hoe lang het nog duurt voordat boeren in andere landen het bijna net zo goed kunnen. Even goed hoeft niet eens, want veelal zullen de grondprijzen lager zijn, de wetgeving coulanter, de arbeidskosten lachwekkend en de binnenlandse markt groot.
De vraag is of de sector hier snel genoeg op kan reageren. Ik ben eerlijk gezegd pessimistisch. Het probleem is dat de sector opereert als een sector, dat er wordt gedacht in termen van een collectief. Dat laatste leidt tot een soort bystander-effect, waarbij iedereen op iedereen wacht. Het idee lijkt te hebben postgevat dat individuele merken (de boer als merk) ertoe leiden dat boeren uit elkaar worden gespeeld. Maar uitgespeeld worden is volgens mij een economische natuurwet die zich niet laat negeren en die ook kansen biedt. Het alternatief is dat je als boer een anonieme aanbieder wordt van anonieme producten waarbij prijs het enige criterium is. Dat verandert niets aan die natuurwet, maar het maakt wel dat je als boer volledig inwisselbaar bent voor elke andere boer. Dat is uiteraard erg prettig voor de inkopers van grote organisaties, maar niet voor individuele boeren of de sector.
Dat hij daar behoefte aan kón hebben
Het leidt er wellicht ook toe dat sommige boeren de eindgebruiker, de consument zien als vermoeiende types. Het leidt er wellicht ook toe dat de sector als geheel zo reactief is. Dat klanten in opstand komen tegen misbruik van antibiotica en plofkippen is eigenlijk een teken aan de wand. Ze geven daarmee aan behoefte te hebben aan productinnovatie. In de meeste andere sectoren komt die vanuit de bedrijven zelf; daar wordt niet gewacht op klanten die vragen om een iPad of een inductiekookplaat. Nee, die klant wist helemaal niet dat hij daar behoefte aan kón hebben.
Als de landbouw een normale markt was geweest... dan waren zaken als mrsa en esbl misschien helemaal nooit een probleem voor de totale sector geweest. Dan was het beperkt geweest tot een 'product recall' van een individueel merk, zoals we dat wel vaker zien. Dan hadden boeren een kans gezien om zich daarmee te onderscheiden. Maar het is een markt die liever niet inent tegen Mond-en-Klauwzeer vanwege de exportpositie... van het collectief. Het is zodoende een reactieve markt die rustig afwacht tot de verwoestende werking van het eerstvolgende voedselschandaal voor de zoveelste keer toeslaat.
Dat collectivistische lijkt er ook toe te leiden dat voortrekkers die veel geld steken in innovaties daar nauwelijks iets voor terugzien. Het grootste deel van hun duurdere product 'verdwijnt' alsnog via de gangbare kanalen en ligt niet veel later in de schappen van de supermarkten. Daar zou toch echt verandering in moeten komen.
Dat is niet alleen jammer, maar vooral ook onterecht en raar omdat ik altijd begin te stellen dat het voor mij begint met fairtrade. En dan doel ik niet op arme boeren in arme landen aan de andere kant van de wereld, maar op Nederlandse boeren die het te vaak ook niet breed hebben. Daarnaast moeten we denk ik stoppen met denken dat we het kunstje waarmee we het decennialang hebben volgehouden eindeloos kunnen herhalen.
Y-splitsing
Na afloop las ik op twitter iets van een melkveehouder die aangaf moe te worden [van die geluiden uit de samenleving] en het beu te zijn. Het proefde alsof ze al dat gemekker van consumenten zat was, van die stuurlui aan de wal die je wel even gaan vertellen wat je allemaal fout doet. Ik kan met het sentiment wel indenken, maar ik vind het wel een gevaarlijke denkwijze; alsof de consument iets anders is dan je klant...
Nu zal het voor veel boeren ook wel zo voelen, want de afstand tussen boer en eindgebruiker is haast onoverbrugbaar. De klant is de coöperatie die de melk afneemt of de multinational die de varkens koopt of... De klant is nog eerder een ministerie met eisen, wensen, regelgeving, protocollen dan de klant die de producten consumeert. Ergens moet het zijn misgegaan en kwamen de boeren en de eindgebruikers op een y-splitsing waarbij de boeren de ene kant op gingen en de consumenten de andere. Heel lang interesseerden de consumenten zich niet voor de landbouw en vice versa, maar op een bepaald moment kregen sommige consumenten een uitgesproken mening over 'de' landbouw. Dat lijkt ook de reden dat zo'n boer aangeeft moe te worden van die 'vervelende klanten'.
Bystander-effect
Het feit dat 'de' klant van 'de' boer een multionational is - of iets wat daar op lijkt - leidt er ook toe dat boeren nog steeds voornamelijk denken in volumes en in lage kosten. De vraag is alleen of dit geen doodlopende route is. Nederlandse boeren behoren tot de wereldtop als het gaat om hoge rendementen. We halen het uiterste uit elke hectare, iedere koe en ieder varken. De vraag is alleen hoe lang het nog duurt voordat boeren in andere landen het bijna net zo goed kunnen. Even goed hoeft niet eens, want veelal zullen de grondprijzen lager zijn, de wetgeving coulanter, de arbeidskosten lachwekkend en de binnenlandse markt groot.
De vraag is of de sector hier snel genoeg op kan reageren. Ik ben eerlijk gezegd pessimistisch. Het probleem is dat de sector opereert als een sector, dat er wordt gedacht in termen van een collectief. Dat laatste leidt tot een soort bystander-effect, waarbij iedereen op iedereen wacht. Het idee lijkt te hebben postgevat dat individuele merken (de boer als merk) ertoe leiden dat boeren uit elkaar worden gespeeld. Maar uitgespeeld worden is volgens mij een economische natuurwet die zich niet laat negeren en die ook kansen biedt. Het alternatief is dat je als boer een anonieme aanbieder wordt van anonieme producten waarbij prijs het enige criterium is. Dat verandert niets aan die natuurwet, maar het maakt wel dat je als boer volledig inwisselbaar bent voor elke andere boer. Dat is uiteraard erg prettig voor de inkopers van grote organisaties, maar niet voor individuele boeren of de sector.
Dat hij daar behoefte aan kón hebben
Het leidt er wellicht ook toe dat sommige boeren de eindgebruiker, de consument zien als vermoeiende types. Het leidt er wellicht ook toe dat de sector als geheel zo reactief is. Dat klanten in opstand komen tegen misbruik van antibiotica en plofkippen is eigenlijk een teken aan de wand. Ze geven daarmee aan behoefte te hebben aan productinnovatie. In de meeste andere sectoren komt die vanuit de bedrijven zelf; daar wordt niet gewacht op klanten die vragen om een iPad of een inductiekookplaat. Nee, die klant wist helemaal niet dat hij daar behoefte aan kón hebben.
Als de landbouw een normale markt was geweest... dan waren zaken als mrsa en esbl misschien helemaal nooit een probleem voor de totale sector geweest. Dan was het beperkt geweest tot een 'product recall' van een individueel merk, zoals we dat wel vaker zien. Dan hadden boeren een kans gezien om zich daarmee te onderscheiden. Maar het is een markt die liever niet inent tegen Mond-en-Klauwzeer vanwege de exportpositie... van het collectief. Het is zodoende een reactieve markt die rustig afwacht tot de verwoestende werking van het eerstvolgende voedselschandaal voor de zoveelste keer toeslaat.
Dat collectivistische lijkt er ook toe te leiden dat voortrekkers die veel geld steken in innovaties daar nauwelijks iets voor terugzien. Het grootste deel van hun duurdere product 'verdwijnt' alsnog via de gangbare kanalen en ligt niet veel later in de schappen van de supermarkten. Daar zou toch echt verandering in moeten komen.
donderdag 5 april 2012
En het bloed kroop voort
We
leven allemaal in de illusie dat we unieke persoonlijkheden zijn. De
een heeft daar wat meer last van dan de ander. Ik vrees dat ik een
ernstig geval ben. Ik wilde per se niet in de voetsporen treden van mijn
vader, die hoofd catering was bij Shell. Boer, zoals een van mijn opa's
viel daarom dus ook af. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan.
Dus sta je op een bepaald moment voor een zaaltje met boeren aan de veemarkt in Purmerend, diezelfde markt waar je als jongetje wel eens met je opa was geweest. Dus loop je doodgemoedereerd tussen de karkassen in een koelcel, bevindt je je in een restaurant meestal in de keuken en ben je ongemerkt de hele dag bezig met koken, voedsel en vee. La forza del destino in optima forma (de kracht van het lot).
Van nature geen stedeling
Kort samengevat, meer Vrije Koe dan Vrije Wil. En is dat dan erg? Is het erger dan je verdiepen in de planning en marketing van een multinationaal scheepvaartconcern of het schrijven van een artikel over nieuwe administratieprocessen van een onderwijskoepel. Ik denk dat ik de vraag maar onbeantwoord laat.
Ik ben van nature geen stedeling. Ik hou wel van het dorpse en nog veel meer van het buitengebied. Toen ik daar eenmaal mijn huidige stek had gevonden bedacht ik me dat het mooi zou zijn als je als consument je eigen koe, varken of schaap zou hebben. Immers, dan weet je wat je eet en dan snap je ook dat dat respect verdient. Dat was vijftien jaar geleden en dat was een mooie gedachte die een mooie gedachte bleef. Af en toe werd ik er weer aan herinnerd, bijvoorbeeld toen ik in Spanje bij de slagerij in een heel klein dorpje posters zag voor een stierengevecht. Op die posters stonden de stieren die later in de slagerij terecht zouden komen. Die mensen wisten dus wat ze gingen eten.
Zoals mijn vader, zoals mijn opa
In het najaar van 2010 attendeerde iemand me op Cynthia Bruining en De Vrije Koe en niet veel later verscheen er een artikel in de Volkskrant met als titel, 'Koop je eigen koe'. Voor mij was dat de aanleiding om MijnKoeJouwKoe te beginnen, als aanvulling op De Vrije Koe. Immers Cynthia had al een boer en een slager en een logistiek proces. Inmiddels hebben we besloten tot een fusie, heeft Liesbeth zich bij ons aangesloten, hebben we een stevig business plan geschreven, gaan we een extra samenwerkingsverband aan (waarover later meer), neemt het aantal boeren dat we bedienen gestaag toe en betrekken we binnenkort een duurzaam kantoor/kookstudio/groepsaccommodatie in Sleeuwijk. Dan werk ik dus letterlijk in een keuken - zoals mijn vader - en met koeien - zoals mijn opa.
Lex
Dit verscheen eerder vandaag op devrijekoe.blogspot.com
Dus sta je op een bepaald moment voor een zaaltje met boeren aan de veemarkt in Purmerend, diezelfde markt waar je als jongetje wel eens met je opa was geweest. Dus loop je doodgemoedereerd tussen de karkassen in een koelcel, bevindt je je in een restaurant meestal in de keuken en ben je ongemerkt de hele dag bezig met koken, voedsel en vee. La forza del destino in optima forma (de kracht van het lot).
Van nature geen stedeling
Kort samengevat, meer Vrije Koe dan Vrije Wil. En is dat dan erg? Is het erger dan je verdiepen in de planning en marketing van een multinationaal scheepvaartconcern of het schrijven van een artikel over nieuwe administratieprocessen van een onderwijskoepel. Ik denk dat ik de vraag maar onbeantwoord laat.
Ik ben van nature geen stedeling. Ik hou wel van het dorpse en nog veel meer van het buitengebied. Toen ik daar eenmaal mijn huidige stek had gevonden bedacht ik me dat het mooi zou zijn als je als consument je eigen koe, varken of schaap zou hebben. Immers, dan weet je wat je eet en dan snap je ook dat dat respect verdient. Dat was vijftien jaar geleden en dat was een mooie gedachte die een mooie gedachte bleef. Af en toe werd ik er weer aan herinnerd, bijvoorbeeld toen ik in Spanje bij de slagerij in een heel klein dorpje posters zag voor een stierengevecht. Op die posters stonden de stieren die later in de slagerij terecht zouden komen. Die mensen wisten dus wat ze gingen eten.
Zoals mijn vader, zoals mijn opa
In het najaar van 2010 attendeerde iemand me op Cynthia Bruining en De Vrije Koe en niet veel later verscheen er een artikel in de Volkskrant met als titel, 'Koop je eigen koe'. Voor mij was dat de aanleiding om MijnKoeJouwKoe te beginnen, als aanvulling op De Vrije Koe. Immers Cynthia had al een boer en een slager en een logistiek proces. Inmiddels hebben we besloten tot een fusie, heeft Liesbeth zich bij ons aangesloten, hebben we een stevig business plan geschreven, gaan we een extra samenwerkingsverband aan (waarover later meer), neemt het aantal boeren dat we bedienen gestaag toe en betrekken we binnenkort een duurzaam kantoor/kookstudio/groepsaccommodatie in Sleeuwijk. Dan werk ik dus letterlijk in een keuken - zoals mijn vader - en met koeien - zoals mijn opa.
Lex
Dit verscheen eerder vandaag op devrijekoe.blogspot.com
Abonneren op:
Posts (Atom)




