Er spoelde enige tijd geleden zomaar een golfje uiterst welwillende artikelen over het land waarin een aantal mythes en maren omtrent het Vinkje werden ontkracht. Ook werd meteen nog even uitgelegd hoe het werkte. En waarom het een bijdrage is aan het welzijn van alle Nederlanders.
Het zal uiteraard aan onze beperkte geestelijke vermogens hebben gelegen dat wij het, na gemiddeld ±1200 woorden, nog steeds niet snapten. Wat we ook zo raar vonden was dat al die artikelen zo op elkaar leken. Gelukkig waren enkele bloggers zo eerlijk om in een klein hoekje aan te geven dat het om een betaalde bijdrage ging.
Voorgekookte blogs
Volgens een artikel in reclamevakblad Adformatie laat ongeveer de helft van de bloggers zich inmiddels betalen voor het schrijven van stukjes over producten of diensten. De vraag is of dat slim is van die bloggers. Het is makkelijk verdiend, maar ik kan sindsdien geen artikel meer Lezen van bijvoorbeeld Bettine Kookt, zonder het vermoeden dat het is voorgekookt.
Wat wij niet goed begrijpen is dat de bloggers in kwestie zo onhandig zijn. We kunnen ons nog enigszins voorstellen dat je het eens bent met een opvatting waarover je kunt discussiëren. Maar wat we tamelijk dom vinden is dat je dingen schrijft die simpel weerlegbaar zijn.
Als je je in de problemen hebt geschreven
In geval van het Vinkje, bijvoorbeeld werd gesteld dat 61% van de deelnemende bedrijven kleine bedrijven zijn. Slechts één blik op de lijst van deelnemers maakt duidelijk dat dit niet zo is. Sterker nog, we vonden er niet eens één. Maar gelukkig betáált Ik Kies Bewust niet alleen, ze helpen je ook als je je in de problemen hebt geschreven. Dan sturen ze een medewerker op die niet-betaalde blogger af om fijntjes uit te leggen dat ze maar liefst 61% kleinere betalers hebben. Ja, echte woordkunstenaars daar bij dat Vinkje.
Inmiddels hebben we begrepen dat vooral in Mode en Food vaak wordt betaald voor welwillende blogs. Wel dood en doodzonde, want zo ondergraven die betaalde bloggers ook het vertrouwen in de niet-omkoopbare bloggers. Gezien hun kennelijke voorliefde voor keurmerken is het zodoende wellicht een goed idee om betaalde bloggers te voorzien van een keurmerkje. Zelf dachten we - geheel in stijl - aan het musje. In de uitvoeringen koper, brons en goud. Goud voor de bloggers die alleen maar in opdracht bloggen, zilver voor degenen die betaald worden, maar vergeten dat te melden en koper voor de sloebers die het braaf melden en slechts een grijpstuiver bijverdienen.
Dit is een eurovrijeblog
Het artikel in Adformatie
woensdag 26 november 2014
zaterdag 15 november 2014
Allerfielen
We begrepen niet heel goed waartoe die nieuwe allergenen richtlijn diende, maar inmiddels beginnen we een idee te krijgen. Het is ook waarom we helemaal niets zien in stoplichtsystemen en een belasting op 'slechte' ingrediënten.
Maar laten we ons tot de allergenen beperken. Op ieder product moet vanaf 13 december worden vermeld welke allergenen er in zitten. Dat geldt zowel voor bewerkte producten als voor onverpakte en in de horeca, Menig chef wordt nu al zo'n beetje gek van de opkomst der allerfielen.
Want zo'n twintig jaar geleden of korter was iemand met een allergie nog een bezienswaardigheid. Inmiddels ben je een soort ongevoelige cromagnon als je niet onder hinderlijke overgevoeligheden lijdt.
Surrogaatmarsepein voor de cupcakemaffia
En dan stuiten wij ineens op dit: Dr. Oetkers Rolfondant met gemeen blauwe kleurstof. Zeg maar, surrogaatmarsepein voor de cupcakemaffia. Op het rugetiket de gebruikelijke kleine lettertjes, maar er is één woord dat eruit springt AMANDELEN... Het product zou sporen van amandelen kunnen bevatten. Ja hoor... De richtlijn schrijft voor dat je moet aangeven of er noten of sporen van noten in zouden kunnen zitten. Maar hier gaat het dan kennelijk om een fabriek die naast vetten en suikers en wat hulpstoffen toevallig ook amandelen verwerkt, dus geen pinda's, pistache, hazel- of walnoten,
nee louter en alleen AMANDELEN...
Wij denken er het onze van. Maar het geeft wel aan dat je erg moet oppassen met stoplichtsystemen voor voedingsstoffen en belastingmaatregelen voor 'slechte' stoffen. De echte marsepein van de de bakker zou er zomaar onbetaalbaar van kunnen worden of moeten worden voorzien van waarschuwingsstickers in zes talen. De surrogaatproducent daarentegen heeft binnen de kortste keren wel weer een maas in de wet gevonden.
Maar laten we ons tot de allergenen beperken. Op ieder product moet vanaf 13 december worden vermeld welke allergenen er in zitten. Dat geldt zowel voor bewerkte producten als voor onverpakte en in de horeca, Menig chef wordt nu al zo'n beetje gek van de opkomst der allerfielen.
Want zo'n twintig jaar geleden of korter was iemand met een allergie nog een bezienswaardigheid. Inmiddels ben je een soort ongevoelige cromagnon als je niet onder hinderlijke overgevoeligheden lijdt.
Surrogaatmarsepein voor de cupcakemaffia
En dan stuiten wij ineens op dit: Dr. Oetkers Rolfondant met gemeen blauwe kleurstof. Zeg maar, surrogaatmarsepein voor de cupcakemaffia. Op het rugetiket de gebruikelijke kleine lettertjes, maar er is één woord dat eruit springt AMANDELEN... Het product zou sporen van amandelen kunnen bevatten. Ja hoor... De richtlijn schrijft voor dat je moet aangeven of er noten of sporen van noten in zouden kunnen zitten. Maar hier gaat het dan kennelijk om een fabriek die naast vetten en suikers en wat hulpstoffen toevallig ook amandelen verwerkt, dus geen pinda's, pistache, hazel- of walnoten,
nee louter en alleen AMANDELEN...
Wij denken er het onze van. Maar het geeft wel aan dat je erg moet oppassen met stoplichtsystemen voor voedingsstoffen en belastingmaatregelen voor 'slechte' stoffen. De echte marsepein van de de bakker zou er zomaar onbetaalbaar van kunnen worden of moeten worden voorzien van waarschuwingsstickers in zes talen. De surrogaatproducent daarentegen heeft binnen de kortste keren wel weer een maas in de wet gevonden.
Ottolenghi uit de pan
Hoofdgerecht voor 4 – 6 personen
- 4 middelgrote tomaten, in blokjes van 1 cm
- ½ kleine rode ui, fijngesneden
- 2 tl wittewijnazijn
- 15 g peterselie, fijngesneden
- 1 el Thaise srirachasaus (of een andere pittige chilisaus)
- 2 middelgrote aubergines, in blokjes van 3 cm
- 250 ml olijfolie, om te bakken
- ca. 300 ml zonnebloemolie
- 600 g charlotte-aardappels (of een andere vastkokende soort), geschild, in 0,5 cm dikke plakjes
- 80 g tahin
- 2½ el citroensap
- 1 kleine teen knoflook, fijngehakt
- 6 eieren, vers gepocheerd
- 1 tl sumak (gemalen bessen van de sumakstruik)
- 1 el koriander, fijngesneden
- zout en zwarte peper
Laat de tomatenblokjes 30 minuten in een zeef uitlekken. Doe ze in een middelgrote kom en voeg ui, azijn, peterselie, sriracha en ¼ theelepel zout toe. Meng alles losjes en zet opzij.
Meng de aubergineblokjes met 1½ theelepel zout, doe ze in een vergiet en laat ze boven een kom een half uur uitlekken. Stort ze op een met keukenpapier bekleed bord en dep ze droog.
Doe 200 ml olijfolie in een sauteerpan van 26 cm doorsnee samen met alle olijfolie; de olie moet tot 1 cm hoogte van de panwand komen, dus doe er eventueel nog wat meer olie bij.
Zet de pan op hoog vuur en frituur als hij goed heet is de aubergineblokjes in porties in steeds 3-4 minuten rondom goudbruin. Schep ze met een schuimspaan uit de pan op een schaal die met keukenpapier is bekleed en houd ze warm terwijl u de overige blokjes frituurt. Laat de olie afkoelen, zeef in een pot – om later te gebruiken – en veeg de pan schoon.
Breng in een middelgrote pan ruim water aan de kook en blancheer de aardappels 3 minuten. Giet ze af, spoel ze onder de koude kraan en laat ze uitlekken.
Doe 2 eetlepels verse olijfolie in de sauteerpan en zet hem
op halfhoog tot hoog vuur. Doe de aardappelplakjes erin en bak ze 10 minuten met ¼ theelepel zout en wat versgemalen zwarte peper tot ze gaar en goudbruin zijn; schud de pan af en toe. Haal de pan van het vuur en zet opzij.
Doe de tahin met 60 ml water, 1½ eetlepel citroensap, knoflook en een snuf zout in een kom en roer tot de saus dikvloeibaar van consistentie is. Schep de helft van de saus over de gebakken aardappels en leg de aubergines er bovenop. Giet de rest van de tahin erover en lepel de tomaten daarop.
Pocheer de eieren vlak voor u gaat eten en leg ze op de tomaten. Sprenkel er wat olijfolie over, bestrooi met sumak en koriander en besprenkel met het overgebleven citroensap.
Zet het gerecht in de pan op tafel.
Dit gerecht kun je van tevoren maken, en alles op het laatste moment samenvoegen. Het kan direct uit de koekepan worden opgediend.
dinsdag 11 november 2014
De ene slak is de andere niet
Wij vroegen ons al langer af hoe dat nou zit met die slakken. We waren altijd gewend slakken te eten die er niet als slak uitzagen. Eerlijk gezegd viel ons dat pas op toen we een keer slakjes kregen geserveerd in het Spaanse Lleida. Die waren stukken kleiner, moesten met wat hardhandige handvaardigheid uit hun huisjes worden gezet en... ze leken op slak.
Ze beschikten over een kurkentrekkervormig achterlijf (logisch), een voet en een kop. De 'slakken' die we gewend waren daarentegen leken qua anatomie nog het meest op een legoblokje. Zoals wel vaker in de verbijsterende wereld die voeding heet zit hier toch wel weer een opmerkelijk verhaal achter.
Dozijn
De gangbare slakken, meestal te koop in van die elegante blikjes, zijn van de soorten Helix Lucorum (Turkse Grote) of Achatina (Agaatslak), slakken die in de natuur geraapt worden of in Oost-Europa op industriële wijze worden gekweekt. De Spaanse slakken die we aten waren van een lokale soort die eveneens buiten wordt geraapt.
Inmiddels zijn er in Nederland wat professionele slakkenkwekers (vier stuks) die de oorspronkelijke wijngaardslak op een al dan niet duurzame wijze zijn gaan kweken. Dit betreft - voor de biologen onder u - de Helix Aspersa Maxima, ook wel Gros Gris genoemd. Dit is een zeer smakelijke variant van de bekende wijngaardslak.
Door het gecontroleerde kweekproces zijn alle slakken van dezelfde leeftijdsgroep en dus allemaal even mals. Bovendien weten de kwekers precies wat ze hebben gegeten. Met name de Achatina wordt zo groot dat hij onmogelijk in het huisje van een wijngaardslak past, vandaar dus dat deze in stukjes wordt gesneden en uw "dozijn slakken" kan bestaan uit één slak die in twaalf stukjes is gesneden.
bron: o.a. 't Slakkenhuys
Ze beschikten over een kurkentrekkervormig achterlijf (logisch), een voet en een kop. De 'slakken' die we gewend waren daarentegen leken qua anatomie nog het meest op een legoblokje. Zoals wel vaker in de verbijsterende wereld die voeding heet zit hier toch wel weer een opmerkelijk verhaal achter.
Dozijn
De gangbare slakken, meestal te koop in van die elegante blikjes, zijn van de soorten Helix Lucorum (Turkse Grote) of Achatina (Agaatslak), slakken die in de natuur geraapt worden of in Oost-Europa op industriële wijze worden gekweekt. De Spaanse slakken die we aten waren van een lokale soort die eveneens buiten wordt geraapt.
Inmiddels zijn er in Nederland wat professionele slakkenkwekers (vier stuks) die de oorspronkelijke wijngaardslak op een al dan niet duurzame wijze zijn gaan kweken. Dit betreft - voor de biologen onder u - de Helix Aspersa Maxima, ook wel Gros Gris genoemd. Dit is een zeer smakelijke variant van de bekende wijngaardslak.
Door het gecontroleerde kweekproces zijn alle slakken van dezelfde leeftijdsgroep en dus allemaal even mals. Bovendien weten de kwekers precies wat ze hebben gegeten. Met name de Achatina wordt zo groot dat hij onmogelijk in het huisje van een wijngaardslak past, vandaar dus dat deze in stukjes wordt gesneden en uw "dozijn slakken" kan bestaan uit één slak die in twaalf stukjes is gesneden.
bron: o.a. 't Slakkenhuys
maandag 27 oktober 2014
Vitello Tonnato
Eigenlijk een beetje een vreemd recept. De combinatie van tonijn en kalfsvlees en toch even onlosmakelijk aan elkaar verbonden als Maagdenburger halve bollen. Deel 1 is de tonnato en deel 2 het kalfsvlees (in dit geval fricandeau, mooi dun getrancheerd).
- 1 blikje tonijn
- 5 el mayonaise
- 2 el kappertjes
- 3 ansjovisfilets uit blik
- 2 el olijfolie
- zout
- versgemalen peper
- 200 g plakjes gebraden kalfsfricandeau
- 3 takjes bladpeterselie
- 2 el kappertjes
- versgemalen peper
Als dat trancheren lastig gaat, dan is het een beter idee om een wetsteen te kopen dan om maar meteen op zoek te gaan naar een nieuw mes. Dat laatste is niet alleen duurder, maar ook een nieuw mes wordt bot.
NB Hoewel veel mensen tonato schrijven, heet zo'n dier in Italië een tonnato.
zaterdag 25 oktober 2014
Garnalensoufflé
Hoewel aan deze soufflé garnalen te pas komen, kunt u dit gevaarloos als een basisrecept gebruiken voor hartige soufflé's. Zoete soufflé's behandelen we een andere keer. In principe maak je een soufflé door een bechamelsaus te maken waaraan smaakmakers worden toegevoegd, eidooiers en stijfgeslagen eiwit.
Vet de ramequins (mogen ook kopjes zijn) in met boter, waarbij het handig is om de boter van onder naar boven uit te smeren. Doe bloem in de bakjes of kopjes rol de bakjes zodat bodem en wanden goed bedekt zijn, houd de bakjes ondersteboven en klop de overtollige bloem eruit.
Smelt de boter in een steelpan op een matige vlam, voeg de bloem toe en laat alles ongeveer drie minuten koken zonder te bruinen. Voeg dan onder goed roeren met een pollepel, beetje bij beetje de melk toe.
Hierna de nootmuskaat en de kaas erbij. De kaas zal smelten. Doorroeren zodat er een egale massa ontstaat die vrij dik is.
Een voor een de eidooiers toevoegen en doorroeren.
De eiwitten stijf kloppen met de mixer totdat er pieken ontstaan die blijven staan. Eiwit kloppen is makkelijk, maar zorg ervoor dat de kom goed schoon is en de witten geen restjes dooier bevatten. Handig is om de kom te ontvetten met citroensap en hem daarna niet helemaal droog te maken. Door het citroensap zal het eiwit beter blijven 'staan'.
Meng met een garde een kwart van het mengsel door de 'bechamel'. Lekker stevig doorroeren is nu geen enkel probleem, het gevoelvolle spatelen of vouwen komt na deze stap.
De rest van het eiwit toevoegen en met een spatel invouwen. Dit vergt wat beleid want aan de ene kant moet voorkomen worden dat de lucht eruit geslagen wordt en aan de andere kant willen we geen herkenbaar eiwit zien.
Vul de ramequins tot eenderde met het mengsel, leg de garnalen erop en vul af tot 1 cm onder de rand. Even netjes afstrijken met een vinger (van buiten naar binnen).
In het midden van een voorverwarmde oven plaatsen (180C) en na 15 tot 18 minuten zijn ze gerezen, bruin en klaar.
- boter en bloem voor de ramequins (speciale potjes, maar u kunt ook kopjes gebruiken)
- 3 eetlepels bloem
- 3 eetlepels boter
- 180 ml melk
- 5 eetlepels geraspte parmezaanse kaas
- nootmuskaat
- peper en zout
- 4 eierdooiers
- 7 eiwitten
- 100 gram gepelde garnalen
Vet de ramequins (mogen ook kopjes zijn) in met boter, waarbij het handig is om de boter van onder naar boven uit te smeren. Doe bloem in de bakjes of kopjes rol de bakjes zodat bodem en wanden goed bedekt zijn, houd de bakjes ondersteboven en klop de overtollige bloem eruit.
Smelt de boter in een steelpan op een matige vlam, voeg de bloem toe en laat alles ongeveer drie minuten koken zonder te bruinen. Voeg dan onder goed roeren met een pollepel, beetje bij beetje de melk toe.
Hierna de nootmuskaat en de kaas erbij. De kaas zal smelten. Doorroeren zodat er een egale massa ontstaat die vrij dik is.
Een voor een de eidooiers toevoegen en doorroeren.
De eiwitten stijf kloppen met de mixer totdat er pieken ontstaan die blijven staan. Eiwit kloppen is makkelijk, maar zorg ervoor dat de kom goed schoon is en de witten geen restjes dooier bevatten. Handig is om de kom te ontvetten met citroensap en hem daarna niet helemaal droog te maken. Door het citroensap zal het eiwit beter blijven 'staan'.
Meng met een garde een kwart van het mengsel door de 'bechamel'. Lekker stevig doorroeren is nu geen enkel probleem, het gevoelvolle spatelen of vouwen komt na deze stap.
De rest van het eiwit toevoegen en met een spatel invouwen. Dit vergt wat beleid want aan de ene kant moet voorkomen worden dat de lucht eruit geslagen wordt en aan de andere kant willen we geen herkenbaar eiwit zien.
Vul de ramequins tot eenderde met het mengsel, leg de garnalen erop en vul af tot 1 cm onder de rand. Even netjes afstrijken met een vinger (van buiten naar binnen).
In het midden van een voorverwarmde oven plaatsen (180C) en na 15 tot 18 minuten zijn ze gerezen, bruin en klaar.
vrijdag 24 oktober 2014
Spreadsheetsimplisme
Van het een komt het ander. We lezen een boek over een meneer die zich probeert te ontworstelen aan de supermarktroutine. Die een jaar lang manmoedig heeft gepoogd geen gebruik te maken van de supermarkt. Ongeveer tegelijkertijd worden we aangevallen door een meneer die van mening is dat we erg fout bezig zijn door spullen te laten bezorgen door een gangbaar koeriersbedrijf (olieslurpend blik).
Maar wij dachten dat we juist wel goed bezig waren door kleinere, duurzame producenten en importeurs te helpen hun klanten te vinden. En ja, die zitten, evenals hun klanten verspreid door het hele land. Vaak ver weg van treinstations en dan gaat het ook nog om - zoals dat heet - dunne stromen. Supers doen dat heel veel beter, met een uitgekiend netwerk van hubs & spokes, dikke stromen, optimale rationalisatie met zo min mogelijk leveranciers, zoveel mogelijk homogeniteit en houdbaarheid en zo min mogelijk concurrentie.
Mallotigheden als keuzevrijheid
Op het eerste gezicht dragen ze maximaal bij aan een duurzame samenleving door maximale reductie van emissies en energieverbruik. En het zou allemaal nog beter kunnen, minder hubs, dikkere spaken, nóg minder leveranciers en minder - liefst geen concurrentie. En als je het echt super goed wilt doen, moeten we ook eens af van die mallotigheden als keuzevrijheid in wonen en eten.
De opvatting van die meneer die ons aanviel past wat ons betreft wel in de totalitaire of collectivistische opvatting, waarbij het belang van het collectief van groter belang wordt geacht dan het belang van het individu. En wij denken, met alle respect, dat het een veel gemaakte denkfout is.
Helaas is het sowieso de fout die veel mensen met een mening over duurzaamheid maken. Door in te zetten op één specifiek onderdeel van duurzaamheid (zoals energieverbruik/uitstoot) en andere elementen gemakshalve over het hoofd te zien. Denk hierbij aan biodiversiteit, sociale/economische duurzaamheid (fairtrade), gezondheidsaspecten, cultuur/landschap, dierenwelzijn of andersom natuurlijk.
Gratis onderwijs
Het leidt ook tot een soort spreadsheetsimplisme. Waarbij een verwaarloosbare verbetering op gebied van welzijn voor heel veel dieren (miljoenen kippen die vijf dagen langer leven) relevanter wordt geacht dan een optimaal buitenleven voor heel veel minder dieren. Dit doet ons altijd denken aan die totalitaire systemen, die afwezigheid van elementaire mensenrechten verdedigen door te wijzen op het feit dat burgers die keurig in de pas blijven lopen tenminste wel recht hebben op gratis onderwijs en medische zorg.
We geven toe dat het haast logisch lijkt. Vier miljoen varkens die 25% meer levensruimte krijgen, zal vast een groter getal opleveren dan 300 varkens die het hele jaar door buiten kunnen wroeten. Aan de andere kant is 25% van niks nog steeds niks. Verder is het vervelende van de grote getallen dat die vaak samenhangen met grote belangen. Dus wordt wordt die 25% van niks onthaalt op veel trompetgeschetter, loftuitingen van de Dierenbescherming en wat dies meer zij. Die varkens komen ook haast als vanzelf in aanmerking voor een ster terwijl ze hun kont nog steeds niet kunnen keren.
Het wrange is dat dat trompetgeschal, laat staan zo'n ster (of twee of drie) niet is weggelegd voor varkens, kippen of koeien die het écht goed hebben en die bij een ambachtelijke, lokale - zelfslachtende - slager eindigen. Want 'het systeem' is niet ingesteld op kleine bedrijven, net zo min als dat kleine bedrijven met echt 'gezondere' producten zich zo'n groen of blauw vinkje kunnen veroorloven*. Wij vinden dat allemaal behoorlijk onrechtvaardig.
Zie ook: Weg van de Supermarkt
* De stichting Ik Kies Bewust (van het Vinkje) beweert wat anders, maar als u wat tijd over heeft raden we u aan om even te kijken of u op hun deelnemerslijst een kleine onderneming kunt vinden.
Maar wij dachten dat we juist wel goed bezig waren door kleinere, duurzame producenten en importeurs te helpen hun klanten te vinden. En ja, die zitten, evenals hun klanten verspreid door het hele land. Vaak ver weg van treinstations en dan gaat het ook nog om - zoals dat heet - dunne stromen. Supers doen dat heel veel beter, met een uitgekiend netwerk van hubs & spokes, dikke stromen, optimale rationalisatie met zo min mogelijk leveranciers, zoveel mogelijk homogeniteit en houdbaarheid en zo min mogelijk concurrentie.
Mallotigheden als keuzevrijheid
Op het eerste gezicht dragen ze maximaal bij aan een duurzame samenleving door maximale reductie van emissies en energieverbruik. En het zou allemaal nog beter kunnen, minder hubs, dikkere spaken, nóg minder leveranciers en minder - liefst geen concurrentie. En als je het echt super goed wilt doen, moeten we ook eens af van die mallotigheden als keuzevrijheid in wonen en eten.
De opvatting van die meneer die ons aanviel past wat ons betreft wel in de totalitaire of collectivistische opvatting, waarbij het belang van het collectief van groter belang wordt geacht dan het belang van het individu. En wij denken, met alle respect, dat het een veel gemaakte denkfout is.
Helaas is het sowieso de fout die veel mensen met een mening over duurzaamheid maken. Door in te zetten op één specifiek onderdeel van duurzaamheid (zoals energieverbruik/uitstoot) en andere elementen gemakshalve over het hoofd te zien. Denk hierbij aan biodiversiteit, sociale/economische duurzaamheid (fairtrade), gezondheidsaspecten, cultuur/landschap, dierenwelzijn of andersom natuurlijk.
Gratis onderwijs
Het leidt ook tot een soort spreadsheetsimplisme. Waarbij een verwaarloosbare verbetering op gebied van welzijn voor heel veel dieren (miljoenen kippen die vijf dagen langer leven) relevanter wordt geacht dan een optimaal buitenleven voor heel veel minder dieren. Dit doet ons altijd denken aan die totalitaire systemen, die afwezigheid van elementaire mensenrechten verdedigen door te wijzen op het feit dat burgers die keurig in de pas blijven lopen tenminste wel recht hebben op gratis onderwijs en medische zorg.
We geven toe dat het haast logisch lijkt. Vier miljoen varkens die 25% meer levensruimte krijgen, zal vast een groter getal opleveren dan 300 varkens die het hele jaar door buiten kunnen wroeten. Aan de andere kant is 25% van niks nog steeds niks. Verder is het vervelende van de grote getallen dat die vaak samenhangen met grote belangen. Dus wordt wordt die 25% van niks onthaalt op veel trompetgeschetter, loftuitingen van de Dierenbescherming en wat dies meer zij. Die varkens komen ook haast als vanzelf in aanmerking voor een ster terwijl ze hun kont nog steeds niet kunnen keren.
Het wrange is dat dat trompetgeschal, laat staan zo'n ster (of twee of drie) niet is weggelegd voor varkens, kippen of koeien die het écht goed hebben en die bij een ambachtelijke, lokale - zelfslachtende - slager eindigen. Want 'het systeem' is niet ingesteld op kleine bedrijven, net zo min als dat kleine bedrijven met echt 'gezondere' producten zich zo'n groen of blauw vinkje kunnen veroorloven*. Wij vinden dat allemaal behoorlijk onrechtvaardig.
Zie ook: Weg van de Supermarkt
* De stichting Ik Kies Bewust (van het Vinkje) beweert wat anders, maar als u wat tijd over heeft raden we u aan om even te kijken of u op hun deelnemerslijst een kleine onderneming kunt vinden.
Abonneren op:
Posts (Atom)





